null Beeld

PREMIUM

James: “Het zijn mooie oorbellen, maar de zoektocht was mooier”

James Worthy

James is in het park en komt langs een vrouw die oorbellen aan het zoeken is in het gras. Hij besluit haar te helpen. De zoektocht heeft een mooie wending.

“Bent u iets kwijt?” vraag ik aan een vrouw die op haar knieën door het gras aan het kruipen is. Ze kijkt me bezorgd aan en maakt kleine rondjes met haar wijsvingers en duimen.

“Oorbellen. Ik zoek naar mijn oorbellen. En niet zomaar oorbellen. Nee, de oorbellen die ik van mijn vader heb gekregen. Het waren zijn oorbellen”, zegt de vrouw.

Ik ga door mijn knieën en help haar mee. Als de oorbellen van haar moeder waren geweest, had ik ook wel meegeholpen, maar nu ik weet dat we naar de oorbellen van haar vader zoeken, zoek ik net iets grondiger. Moeders hebben in de meeste gevallen tientallen oorbellen. Vaders hebben er niet zo veel. Mijn eigen vader had er nul.

“Hoe zien ze eruit?” vraag ik, voordat ik zachtjes een mier van mijn linkerhand blaas.

“Blauw. Het zijn kleine, blauwe steentjes. Donkerblauw. Bijna grijzig. Als je in de winter naar Zandvoort gaat en naar de zee kijkt, die kleur”, zegt de vrouw.

“Zoeken jullie iets?” vraagt een kale man op een vouwfiets.

“Deze mevrouw is de oorbellen van haar vader kwijt”, zeg ik.

“Hoe zien die oorbellen eruit? En welke kleur?”

“Het zijn kleine steentjes en ze zijn blauwgrijzig. Een beetje zoals de Noordzee in de winter”, antwoord ik.

“Waarom droeg uw vader eigenlijk oorbellen?” vraagt de man aan de vrouw.

“Dat is een lang verhaal.”

“Als ik een gebrek aan tijd zou hebben, zou ik hier niet staan, toch?”

“Mijn moeder had allemaal brandwonden op haar lichaam. In haar jeugd had ze kokend water over zich heen gekregen. De wonden op haar handen waren de minst mooie wonden. Dus toen mijn vader en moeder gingen trouwen, wilde mijn moeder geen trouwring. Mijn vader kocht twee paar oorbellen. Een paar voor hem en een paar voor haar. Daarom droeg mijn vader oorbellen.”

“Wat zijn jullie aan het zoeken?” vraagt een oude vrouw met een nog oudere hond. Ik zag ze al aan komen lopen. Ze liepen heel erg rustig, maar toch is haar hond aan het hijgen. Het arme beest is buiten adem.

“Hoe heet uw hond?” vraag ik aan de oude vrouw.

“Hij heet Walter.”

“Wat een ongebruikelijke naam voor een hond.”

“Het is dan ook een zeer ongebruikelijke hond. Walter is de oudste hond van de stad. Hij wordt over drie weken tweeëntwintig.”

“Hij ziet er nog goed uit”, lieg ik. Walter ziet eruit als een kaartenhuis met een staart. Walter is echt oud. Jongen honden begraven botten, maar de botten van Walter zijn hem al langzaam aan het begraven.

“Ik heb iets gevonden,”,zegt de man van de vouwfiets.

“Dat is het lipje van een blikje frisdrank”, moppert de vrouw van de oorbellen.

“Dat weet ik, maar ik heb iets gevonden.”

“Ja, het lipje van een blikje frisdrank.”

“Het is een begin, mevrouw. Een goed begin is het halve werk.”

“U heeft het lipje van een blikje frisdrank gevonden. In wat voor wereld is dit een goed begin? We zoeken naar de oorbellen van mijn vader.”

“Misschien ligt het aan mij, maar erg gezellig vind ik deze zoektocht niet”, zucht de man.

“Het spijt me, meneer, maar ik wil die oorbellen gewoon heel graag vinden. Mijn ouders leven alleen nog in die oorbellen, begrijpt u?”

De man begrijpt haar. Iedereen begrijpt haar. Inmiddels bestaat haar search team uit maar liefst twaalf mannen en vrouwen. En allemaal moeten we ongetwijfeld ergens anders zijn, maar we zijn in het park aan het zoeken naar de oorbellen van een vader. Haar vader.

De vrouw kijkt van een afstandje naar de mensen die haar helpen. Ik ga even naast haar staan.

“Ik vind dit zo mooi. Ik heb niemand iets gevraagd, hè? Dit geeft de burger moed”, zegt ze.

“Het is een begin”, zeg ik.

“Maar wel een goed begin.”

Dan fluistert ze iets onhoorbaars.

“Wat zeg je?” vraag ik.

Ze haalt iets uit haar jaszak en begint wederom te fluisteren.

“Ik heb de oorbellen al een kwartier geleden gevonden, maar ik durf het niet te zeggen. Het is zo’n mooie zoektocht.”

De vrouw legt de oorbellen van haar vader in het gras en wijst daarna naar mij.

“Hij heeft ze gevonden”, schreeuwt ze.

Ik ga door mijn knieën en kijk naar de oorbellen. Het zijn mooie oorbellen, maar de zoektocht was mooier.

James Worthy (41) is schrijver, journalist en columnist. Hij is getrouwd met Artie en vader van James (8). Voor Libelle schrijft James columns waarin liefde centraal staat: voor zijn ouders, zijn gezin en het leven. Geestig, soms hartverscheurend, maar bovenal eerlijk en ontroerend.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden