null Beeld

PREMIUMcolumn

James: “Na de prik waggel ik naar de wachtruimte. ‘Even niet tegen me praten, lieverd, ik heb het zwaar’”

Redactie

James en zijn vrouw gaan zich laten boosteren op Valentijnsdag.

Op Valentijnsdag gaan mijn vrouw en ik ons laten boosteren in de RAI. Er is geen kaarslicht en ook geen uitgestorven strand, maar toch hangt er een bepaalde romantiek in het kolossale congrescentrum.

Hand in hand en bemondkapt lopen we naar de balie. Ik ben zenuwachtig. Natuurlijk geloof ik in de wetenschap, maar mijn hoofd vindt het moeilijk om in vlijmscherpe naalden te geloven. Ook heb ik moeite met mensen die dingen zeggen als: “Je voelt er bijna niets van.” Ze bedoelen het ongetwijfeld goed, maar bijna niets bestaat niet. Of je voelt iets of je voelt iets niets. Tandartsen zijn hier ook zweer bekwaam in, in het bagatelliseren van de pijn die komen gaat. “Dit zou je eventueel voor een zeer korte tijd een vervelend gevoel kunnen gaan bezorgen.” En dan lig je daar met allemaal watten in je mond. Je wil allemaal dingen vragen, maar dat kan niet, want je hebt volledig gewatteerde wangen.

Mijn vrouw zit in het vaccinatiehokje naast me. Ze zwaait naar me, ik probeer niet flauw te vallen. Ik word gevaccineerd door een vrouw die een vriendin van mijn moeder had kunnen zijn. Ze praat veel en ze vraagt veel en ze wacht niet op mijn antwoorden.

“Wat een speciale achternaam. Waar komt die vandaan?”

“Mijn vader komt uit…”

“Is het Brits?”

“Ja, mijn vader komt uit Liverpool, hij…”

“Ik had ooit eens een Engelse vakantieliefde. Hij kwam uit Leeds. Echt een superlieve jongen. Ik weet zijn naam niet meer, maar hij had lieve ogen en altijd dorst”, zegt de vrouw die met een naald in haar handen naast me staat.

“Hoe spreek je je achternaam uit?” vervolgt ze.

“Je schrijft Pugh, maar je zegt Pjoe.”

“Als het geluid van een speelgoedpistool?”

“Ja, mijn achternaam klinkt als het geluid van een speelgoedpistool.”

“Je ziet wel een beetje pips. Vind je het spannend?”

“Ik ben niet zo goed in injectienaalden.”

“Maak je niet druk, dit is al mijn derde dag.”

“Wat?”

“Grapje meneer Pjoe, ik doe dit al jaren.”

Met een pleister op mijn bovenarm waggel ik naar de wachtruimte. Er staan driehonderd stoelen en er zijn maar zeven bezet. Mijn vrouw zit linksvoor.

“Hoe ging het, schat?” vraagt ze.

“Even niet tegen me praten, lieverd, ik heb het zwaar.”

Ze wrijft met een hand over mijn dijbeen, ze kent me langer dan vandaag. Mijn hoofd is een ingewikkelde plek. Het maakt alles altijd drieduizend keer groter dan het in werkelijkheid is.

“Zal ik wat water voor je halen?” vraagt ze.

Ik veins een glimlach en knik.

In de wachtruimte hangen allemaal luidsprekers en de muziek staat vrij hard. In Nederland hebben we van vaccineren een soort festival gemaakt. Alles moet een feestje zijn, ook de dingen die geen feestje zijn. Je hoort ook steeds vaker dat mensen een feestje van hun eigen uitvaart willen maken. Dat wil ik niet. Op mijn uitvaart moet iedereen huilen. En de mensen die niet huilen, ga ik lastigvallen als spook. Ik wil geen confetti en polonaises. Ik wil een tsunami van tranen in het crematorium. Ik wil zo ontzettend veel tranen dat de ovens niet meer aan willen gaan.

Mijn vrouw komt met twee kartonnen bekertjes aanlopen.

“Fijne Valentijnsdag”, zegt ze, terwijl ze naast me komt zitten.

“Jij ook, kanjer,” zeg ik. Ik zeg nooit kanjer tegen haar. Ik vind kanjer geen mooi woord. Honden heten kanjer, uitsmijters noemen elkaar kanjer, mijn vrouw is geen kanjer.

“Dat neem ik terug. Je bent geen kanjer. Je bent veel meer dan dat. Jij bent de laatste paracetamol in de laatste strip.”

“Wat bedoel je? Ben je high van de booster?”

“Nee, maar je hebt toch weleens hoofdpijn of zo en dan zoek je in de keuken naar paracetamol. Je zoekt en je zoekt en dan vind je ergens onderop een oude strip. Er zit nog maar één pil in. Dat ben jij. De laatste paracetamol is de beste paracetamol. De winkels zijn dicht en je hebt pijn. Die laatste pil zorgt voor je. Begrijp je? Die laatste pil is sterker dan alle andere pillen. Die helpt je de nacht door. En morgen is alles beter. Jij bent dat.”

“Dat is lief van je”, zegt ze.

Arm in arm lopen we naar de auto. Ik loop traag en krom. Ik lijk wel tachtig. Ik kijk naast me. Mijn vrouw lijkt wel dertig. Samen zijn we voor even honderdtien.

Ik kus haar op haar mond. Mijn vrouw smaakt naar confetti.

Het leven is een feestje.

James Worthy (41) is schrijver, journalist en columnist. Hij is getrouwd met Artie en vader van James (8). Voor Libelle schrijft James columns waarin liefde centraal staat: voor zijn ouders, zijn gezin en het leven. Geestig, soms hartverscheurend, maar bovenal eerlijk en ontroerend.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden