null Beeld

PREMIUMCOLUMN

James: “Ook het verliezen van dingen die geen hartslag hebben, kan pijn doen”

James Worthy

James Worthy is op een congres waar hij gaat spreken over rouw.

Iedereen in het congrescentrum draagt zwarte kleding. Er is vandaag een beurs over rouw. Ik heb nooit echt begrepen waarom zwart de kleur van rouwen is. Het heeft vast iets met de outfit van Magere Hein van doen, maar die bestaat helemaal niet.

Ik moet om 13.45 uur spreken, maar ik weet nog niet wat ik ga zeggen. Sinds ik een boek heb geschreven over de dood van mijn vader, ben ik plotsklaps een rouwexpert. Een verliesoloog. Maar ik doe ook maar wat. Rouwen is improviseren omdat het zeer doet en ik improviseer inmiddels al zo’n twee jaar. Het gaat me goed af. Misschien zelfs iets te goed.

In de grote zaal praat een man in een vrolijk overhemd over zijn verongelukte zoon. Volgens mij moet ik na hem praten. Ik vind dat best lastig. Hij is een zoon verloren, ik een vader. Mijn rouw is een doorsnee rouw. Vaders gaan nou eenmaal dood. Dat is hoe het leven gaat als je geluk hebt. De man in het vrolijke overhemd is zijn zoon verloren. En dan kom ik straks met mijn dode vader aan. Met mijn huis-tuin-en-keukenrouw. Je hebt blauw en je hebt donkerblauw. En je hebt rouw en je hebt donkerrouw.

Backstage eet ik een krentenbol met kaas. Een Italiaanse schrijver pakt een flesje goedkoop mineraalwater uit een dure koelkast.

“Wat ben jij verloren?” vraagt hij, terwijl hij de dop van het flesje draait.

“Mijn verlies was een ingecalculeerd verlies. Ik ben mijn vader verloren.”

“Ingecalculeerd of niet, een vader verliezen is niet makkelijk.”

“Ongetwijfeld. Het is het moeilijkste wat ik ooit heb moeten doen, maar dat zegt ook wel weer wat. Daar ben ik mijn vader ook dankbaar voor. Dat hem verliezen het moeilijkste is wat ik ooit heb meegemaakt. Hoe prachtig moet mijn leven dan zijn? En hij en mijn moeder hebben mij dit leven gegeven. Wat ben jij verloren?” vraag ik, terwijl ik de krentenbolkruimels van mijn jasje veeg.

“Mijn beste vriend. Mijn hond. Ik woon op het platteland. Hij begroef altijd dingen in mijn tuin en toen moest ik hem opeens in diezelfde tuin begraven. Vind je het gek dat ik hier ben om over een huisdier te praten?”

“Nee, hoor. Ik heb ook huisdieren gehad. Mijn eerste kat heette Fleurtje. Mijn zus en ik hebben zelfs een rouwkaart voor haar gemaakt. Je fleurde ons als die jaren op, maar na al die jaren was Fleurtje op. Dat stond op de voorkant van de kaart. Ik vind het dus niet gek. Katten zijn dieren en mensen zijn dieren. Maar ook het verliezen van dingen die geen hartslag hebben, kan pijn doen. Toen ik klein was had ik een rood speelgoedautootje. Dat ding was zo mooi. Oranjerood en ongelofelijk snel. Op een dag was ik die kwijt. Dat deed ook heel veel pijn. Puur en alleen omdat ik wist dat ik nooit meer met dat autootje zou kunnen spelen. En schoolreisjes. Ik heb vroeger ook om schoolreisjes gerouwd. Om weken die nooit meer terugkomen. Ken je dat? Dat je thuiskomt na een schoolreisje en dat je weet dat...”

“Dat je volgend jaar in een andere klas zit. Met andere kinderen. Natuurlijk ken ik dat. Schoolreisjes komen nooit meer terug. Ik heb voor het eerst gezoend op een schoolreisje. Met Paula. Ze was druk, maar lief”, zegt hij.

“Hoe is je hond overleden?” vraag ik.

“Ouderdom. Net als jouw kat. Eerst kon hij niet meer lopen, en toen kon hij niet meer plassen en toen stopte het ademen. Ik mis dat beest zo erg. En ik zeg wel beest, maar het was geen beest. Hij was een vriend. Mis jij je vader?”

“Natuurlijk. Mijn vader was een goddelijk beest. En een vriend. Op donderdagen tennisten we altijd samen. Ik weet nog een keer dat ik zijn tennisschoenen uit de tas had gehaald. Gewoon als grapje. Dus toen we op de tennisbaan stonden, stond hij op zijn blote voeten aan de andere kant van het net. Die bewuste donderdag heeft mijn vader zo goed getennist. Ik maakte geen kans. En hij droeg geeneens schoenen. Dat was mijn vader. Dat mis ik.”

Ik loop het podium op. De man in het vrolijke overhemd geeft me een hand en een microfoon.

“Mooi gesproken. Je zoon is ongetwijfeld enorm trots op je”, zeg ik.

Ik breng de microfoon naar mijn mond toe en weet nog helemaal niet wat ik ga zeggen. Het publiek klapt. Het publiek klapt voor de jongen met zijn huis-tuin-en-keukenrouw.

“Ik weet dat mijn vader er niet meer is en toch probeer ik hem elke dag trots te maken. Misschien is dat wat rouwen is. Het simpelweg proberen te imponeren van de mensen die je niet meer hoeft te imponeren.”

Ja, dat klonk best mooi.

Het publiek klapt.

Dit schoolreisje is pas net begonnen.

James Worthy (41) is schrijver, journalist en columnist. Hij is getrouwd met Artie en vader van James (8). Voor Libelle schrijft James columns waarin liefde centraal staat: voor zijn ouders, zijn gezin en het leven. Geestig, soms hartverscheurend, maar bovenal eerlijk en ontroerend.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden