José: “Arme mama, had ik maar een beetje meer begrip voor je gehad” Beeld Libelle
José: “Arme mama, had ik maar een beetje meer begrip voor je gehad”Beeld Libelle

PREMIUMcolumn

José: “Arme mama, had ik maar een beetje meer begrip voor je gehad”

José Rozenbroek

José blikt terug op het leven van haar moeder en de tergend trage emancipatiestrijd.

Een van de vele smakelijke anekdotes die in onze familie circuleren: hoe mijn moeder op een dag de bus nam van Hengelo naar Enschede, waar een consultatiebureau van de NVSH, de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming, was gevestigd. Het was 1962, in het voorbije decennium had ze zes kinderen op de wereld gezet. Mijn jongste broertje was net één geworden, toen ze in de Twentsche Courant had gelezen over een wonderpil, die je menstruatie kon reguleren en die er en passant ook voor zorgde dat je niet zwanger kon raken. Die pil wilde ze - alsjeblieft niet nog meer handenbindertjes die haar aan huis en haard zouden kluisteren. Er was één obstakel: haar huisarts weigerde haar die pil voor te schrijven. Als ware katholiek, die de voorplanting geen strobreed in de weg mocht staan, wilde hij niet eeuwig branden in de hel. Vandaar dat bezoekje aan de NVSH die de pil gul verstrekte aan iedere vrouw die ’m hebben wilde.

In het heerlijke boek van Suzanna Jansen, De omwenteling, of de eeuw van de vrouw lees ik hoe de Brabantse fabriek Organon die de pil had ontwikkeld, de bisschop erbij had betrokken om de pil op de markt te kunnen brengen. Bisschop Bekkers kwam uit een arm gezin van dertien kinderen en het was ongetwijfeld de gedachte aan zijn uitgewoonde moedertje die hem de moed gaf zijn zegen te geven aan dit wondermiddel. De rest is history. De pil betekende het begin van de seksuele revolutie en het einde van de kinderrijke gezinnen. Ook in ons gezin werden niet nog meer kindertjes geboren.

Aan de hand van het leven van haar moeder Betsy - net als de mijne in 1922 geboren - vertelt Jansen de geschiedenis van de tergend trage emancipatiestrijd in ons land in de vorige eeuw. Wat me het meest trof: hoe ongelukkig de gemiddelde huisvrouw was in de jaren vijftig en zestig. In de krant verschenen bezorgde artikelen over ‘huisvrouwenvermoeidheid’ ofwel de ‘managers-ziekte in de keuken’, ‘de kwaal van deze tijd’ die als een pandemie woedde in moderne westerse landen. Dat lag aan de lange dagen die vrouwen maakten - ze werkten anderhalf keer zo veel uren als hun echtgenoot - om huis, man en kroost tiptop te verzorgen. Dag in, dag uit. Maar vooral lag het aan hun monotone leven, gevangen in hun eigen huis, zonder uitzicht op promotie of een interessantere job. Dat je als gehuwde vrouw buiten de deur kon werken was onbestaanbaar, want wie moest er dan voor de kinderen en het huishouden zorgen?

Ik moet denken aan mijn moeder die gymnasium had gedaan, maar werd ontslagen toen ze ging trouwen. Die middagdutjes deed en valium slikte om haar zenuwen te kalmeren. Die verslaafd was aan slaappillen en altijd hoofdpijn had. Als puber vond ik haar vaak onuitstaanbaar, met haar pijntjes, depressies en humeuren. Nu dringt haar malaise pas echt goed tot me door en denk ik: arme mama, je leed aan de kwaal van je tijd. Had ik maar een beetje meer begrip voor je gehad. En wat hebben je dochters het oneindig veel beter.

Bladenmaker en journalist José Rozenbroek is een nieuwsjunk. Elke week schrijft ze voor Libelle een column over wat haar opvalt en waarover ze zich opwindt.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden