null Beeld

PREMIUMCOLUMN

José: “Dat ene onschuldige sigaretje bleek altijd weer het begin”

Marie José Rozenbroek

José Rozenbroek is blij dat het kabinet de prijs van een pakje sigaretten gaat verhogen. Hadden ze dat maar eerder gedaan!

Het was zomer, in mijn herinnering scheen de zon onafgebroken. Ik was vijftien en bracht de halve vakantie door in zwembad Woestduin. Daar liet ik me gillend en hevig protesterend door de jongens in het water gooien, daarna gingen mijn vriendinnen en ik tevreden op een handdoek liggen en dennenkoeken eten. Ik rookte er ook mijn eerste sigaretje. Kotsmisselijk werd ik, maar de dag erop rookte ik mijn tweede peuk, en toen de school weer begon was ik verslaafd. In één klap hoorde ik bij de stoere jongens en meiden die in de pauze een sjekkie draaiden.

Dertig jaar heb ik gerookt, soms onderbroken door een zwangerschap of een stopperiode die nooit langer dan een maand of vier duurde. Dan dacht ik dat ik wel weer één sigaretje kon roken op een feestje. Dat ene onschuldige sigaretje bleek altijd weer het begin.

Ik weet dus hoe moeilijk het is het is om af te kicken - nicotine is net zo verslavend als heroïne of cocaïne. Het heeft tot mijn 46e geduurd voordat het me definitief lukte. Het laatste duwtje gaf de longafdeling van het ziekenhuis waar mijn - niet-rokende - vader was opgenomen. Daar wenkte op een dag een mevrouw mij vanuit haar kamer. Grauw weggezakt in de kussens vroeg ze me met piepende adem en doorrookte stem of ik haar met bed en al naar de rookruimte kon brengen.

Opeens kon ik wél stoppen. Ik rookte mijn laatste twee Marlboro’s light en dat was het dan. Een paar maanden lang was het leven een hel, kwam ik kilo’s aan en kreeg ik geen stukkie uit mijn pen. Na een halfjaar viel ik weer af, kon ik weer schrijven, werd het leven leuker.

Sindsdien riep ik triomfantelijk dat iederéén het kan: kijk maar naar mij en naar bijna al mijn vrienden die inmiddels ook bijna allemaal zijn gestopt. Tot ik Wanda de Kanter interviewde, longarts, ex-roker en fervent activist tegen de tabaksindustrie. Zij maakte me duidelijk dat het nogal arrogant van me was om mezelf als uitgangspunt te nemen. Zij ziet roken als een sociaal-economisch probleem: in armere milieus wordt veel meer gerookt dan in rijkere. Ze zei: als je geldzorgen hebt, heb je meer stress, je staat in de overlevingsstand en dan kun je jezelf niet aan je haren uit het moeras trekken. Veel mensen ervaren de sigaret als troost. Bovendien rookt bijna iedereen om je heen, probeer dan maar eens te stoppen.

Er is eigenlijk maar één oplossing, zei ze, zorg er als overheid voor dat kinderen niet aan die eerste sigaret beginnen. Maak roken hysterisch duur, dat is de enige remedie.

Dat is precies wat dit kabinet van plan is, zo bleek deze week: een pakje sigaretten moet in 2040 30 tot 47 euro gaan kosten. In Australië kost roken al een godsvermogen en daar rookt nog maar 11 procent van de mensen.

Ik dacht aan die eerste sigaret, in Woestduin. Als toen een pakje 40 euro had gekost, was ik er nóóit aan begonnen. En had ik niet 30 jaar geworsteld met een afschuwelijke verslaving waaraan alleen een wildvreemde vrouw met uitgezaaide longkanker een einde kon maken.

Bladenmaker en journalist José Rozenbroek is een nieuwsjunk. Elke week schrijft ze voor Libelle een column over wat haar opvalt en waarover ze zich opwindt.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden