null Beeld

PREMIUMcolumn

José: “Het is de dag dat mijn zus in het hospice voor de laatste keer verjaart”

José Rozenbroek

De zus van José verjaart voor het laatst. Haar gedachten dwalen af naar vroeger.

Nu de kinderen groot zijn, hoef ik godzijdank niet meer in het hoogseizoen in een vliegtuig of in een file op de Route du Soleil. Ik benijd ze niet, de mensen die vier uur lang, hun zenuwen verbijtend, in de rij staan op Schiphol, om vervolgens naar Spanje, Portugal of Turkije te vliegen waar het zo heet is dat alle mussen dood van de daken zijn gevallen. Ondertussen denk ik stiekem: waarom wil je dat? Waarom zou je als de hitte hier al bijna ondraaglijk is, nog hetere landen opzoeken? Ik zou net als collega Marleen naar IJsland gaan, of net als vriendin Margriet naar Denemarken, of simpelweg een huisje huren op Schier, zoals we ook deden toen de kinderen klein waren en we niet met twee jengelende peuters naar Zuid-Frankrijk wilden rijden.

Ondertussen werd het stil in de stad. Alleen in het park was het druk. In de fontein speelden kinderen en voor de ijssalon stond bijna net zo’n lange rij als op het vliegveld. Verder leken de straten en de huizen net als de mensen bevangen door de hitte. Ik vluchtte de stad uit en toen ik ’s avonds tegen twaalven thuiskwam, was het nog steeds 28 graden.

Gisteren werd ik niet gewekt door de zon die me al weken vriendelijk maar beslist tot opstaan dwingt, maar door het ruisen van de regen. Regen die gestaag tikkend de warmte uit mijn huis en uit de straten verdreef. Het was de dag dat mijn zus in het hospice voor de laatste keer zou verjaren. De broers en zussen zouden kip met friet en appelmoes komen eten, zo hadden we afgesproken. Net als vroeger, toen we haar verjaardag altijd vierden op een camping in Frankrijk, Italië of Zwitserland. Die ene keer per jaar dat we tot onze grote vreugde met onze handen en tanden de kippenpootjes mochten afkluiven.

In mijn herinnering was het dan altijd heet, waren onze neuzen, schouders en ruggen roodverbrand – mijn moeder had één flesje Piz Buin zonnefactor vijf en daar moest het hele gezin het de vakantie mee doen. ’s Nachts joegen immense wolkbreuken en hagelbuien mijn vader de vouwcaravan uit. Dan hamerde hij de haringen nog wat steviger in de grond en groef hij geultjes rond ons kamp, zodat het hemelwater niet de tent in zou klotsen. Ik lag dan op mijn wiebelige luchtbed te luisteren hoe hij rondsopte in de modder en voelde me oneindig veilig in zijn zorgzame handen.

Het regende nog steeds toen mijn zusje appte: ze was moe, toch maar liever geen bezoek vandaag. Het was allemaal véél geweest de laatste weken, al die hordes mensen, al die lieve aandacht en warmte. Ik stuurde haar een foto uit het familiealbum, zij een kind van elf in bikini, verhit koppie, kippenpoot in haar knuisten. Toen ik een bosje bloemen kwam langsbrengen, sliep ze. De vrijwilligster zei: “Ze is overspannen van alle liefde.”

Bladenmaker en journalist José Rozenbroek is een nieuwsjunk. Elke week schrijft ze voor Libelle een column over wat haar opvalt en waarover ze zich opwindt.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden