null Beeld

PREMIUMcolumn

José: “‘Ik heb nog helemaal geen zin om dood te gaan,’ verzucht Els, ‘ik til het over de zomer heen’”

Marie José Rozenbroek

José is op bezoek bij haar zus Els in het hospice.

Twee weken zit mijn zusje nu in het hospice. Weken waarin de zon alleen maar heeft geschenen en ze buiten in de tuin onder de bloeiende jasmijn stoeten vriendinnen, vrienden, collega’s, broers, zussen, nichten en neven ontvangt die haar nog allemaal willen zien.

Ze knapt zienderogen op van al die liefde en aandacht en de goede zorgen van de engelen van vrijwilligers die in het huis werken. De laatste weken thuis at ze nauwelijks meer, maar nu begint ze de dag met een witte boterham met aardbeien en een zachtgekookt eitje.

Als mijn oudste zus en ik op een namiddag aanschuiven aan haar stamtafel in de tuin, komt er een leuke man langs die informeert wat Els die avond op het menu wenst en of wij misschien ook willen blijven eten. Dat slaan we niet af. Er wordt een fles Pouilly-Fumé opengerukt die in het privékoelkastje staat dat een vriend heeft geïnstalleerd. Alles kan en mag hier, als de bewoners het maar naar hun zin hebben in de laatste fase van hun leven.

“Het is net een vijfsterrenhotel”, verzucht Els. “Ze zijn zo verschrikkelijk lief. Ik heb nog helemaal geen zin om dood te gaan. Ik ga het over de zomer heen tillen.”

We halen herinneringen op aan onze moeder die al zestien jaar dood is. Zij en mijn vader waren bijna zestig jaar samen toen hij zijn heup brak en moest revalideren in een zorgvilla. Mijn moeder had hartproblemen en kon niet voor hem zorgen. Zij ging voor een paar weken naar Els, die toen getrouwd was met een charmante Parijzenaar die zich stierlijk verveelde in het saaie Weesp.

Jean-Luc stortte zich vol overgave op de verzorging van mijn moeder. Terwijl Els werkte en de rollator stond te verstoffen in het halletje, wandelde Ma aan de arm van Jean-Luc door het dorp. ‘s Avonds kookte hij lekkere hapjes en schonk haar wijnglas nog eens vol. Daarna dansten ze door de kamer – mijn moeder was dól op dansen en had haar leven lang geklaagd dat Pa geen gevoel voor ritme had. Nu leidde eindelijk een man haar trefzeker door de kamer tijdens de Weense wals en de cha cha cha. Opeens had ze geen last meer van haar hart. Ze kwam een paar kilo aan en er verschenen blossen op haar wangen. Mijn moeder bloeide op als een roos. Onderwijl zat Pa zich grommend te verbijten in die zorgvilla. De avond voordat Ma weer naar huis zou gaan werd ze getroffen door een aneurysma en stierf ze in de armen van haar dochter terwijl haar schoonzoon buiten op de ambulance wachtte.

Ik haal de fles uit het koelkastje en schenk ons nog eens in.

Dan kunnen we aan tafel. We zien hoe mijn zus met smaak een beetje rijst met groente en gebakken halloumi eet, daarna nog een kiwi in kleine stukjes gesneden.

Aandacht en liefde, goed eten, mooie wijn en als het éven kan de cha cha cha – meer heeft een mens niet nodig.

Bladenmaker en journalist José Rozenbroek is een nieuwsjunk. Elke week schrijft ze voor Libelle een column over wat haar opvalt en waarover ze zich opwindt.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden