null Beeld

PREMIUM

José: “Ik verlangde terug naar de tijd dat we gewoon op de kaart keken”

Marie José Rozenbroek

José gaat met een vriendin een weekendje weg, maar dat verloopt niet helemaal zoals verwacht. Gelukkig krijgt ze een herkansing.

We gingen fietsen door Noord-Limburg, waar het land vlak is en de natuur mooi. Zo was ons verzekerd door de buurvrouw van mijn vriendin, die daar onlangs nog was geweest. Van haar kwam ook de tip voor het hotel dat op de foto’s op de website een ouderwetse gemoedelijkheid uitstraalde, zoals het daar lag aan een weggetje vol platanen met daarachter de oever van de Maas. We boekten een nachtje in de tuinsuite en reden er vol verwachting heen.

Helaas bleek onze kamer gehuisvest in het heel wat minder idyllische bijgebouw en lag de tuinsuite niet aan een tuin. De kamer had wel een balkonnetje - waarop nét twee stoeltjes en een tafeltje pasten - met uitzicht op een lapje gras. Op een badhanddoek lag een man in een zwembroek, die wantrouwend naar ons keek. Zijn bulldog loerde ook naar ons en gromde kwaadaardig.

Gauw maar weer naar binnen, en vervolgens naar buiten. Daar scheen de zon onbarmhartig. Het terras onder de platanen lonkte, maar we waren gekomen om te fietsen, dus gingen we fietsen. Mijn vriendin was zo slim geweest haar eigen rijwiel mee te nemen, ik moest het doen met een OV-fiets waarvan het zadel, zo bleek al snel, tijdens het fietsen naar beneden zakte en regelmatig moest worden opgekrikt.

We kregen een boekje mee met routes die aan de hand van knooppunten konden worden gereden. Natuurlijk zagen we na twee kilometer zo’n knooppunt over het hoofd, maar daar kwamen we pas achter nadat we eindeloos langs een drukke weg hadden gefietst, met rechts van ons lelijke bedrijfsdozen en opvallend veel privéclubs met enorme parkeerterreinen, terwijl links de vrachtwagens langs ons heen denderden. Na ruim anderhalf uur streken we rood en bezweet en met tuitende oren neer op een terras aan diezelfde Maas, maar dan een stukje verderop, waar – “Helaas mevrouw, het is al drie uur” – geen tosti meer kon worden gebakken.

Ik foeterde over achterlijke sluitingstijden en knooppuntenroutes en verlangde terug naar de tijd waarin we gewoon op de kaart keken, bepaalden naar welk dorp we wilden rijden en vervolgens van gezellige ANWB-paddenstoel naar kneuterige houten richtingwijzer zoefden. “Met die knooppunten weet je toch helemaal niet meer waar je naartoe gaat?” mopperde ik. “En waar je verdwaalt, en hoe je dan op je schreden moet terugkeren?”

Mijn vriendin, ze is stukken lankmoediger dan ik, knikte zwijgend. Maar ik zag aan haar dat ook zij er de pest in had. Waar was het mooie Limburgse land dat ons was beloofd? Wat wij tot nu toe hadden gezien was een verrommeld landschap met treurige bedrijventerreinen, veel huizen in aanbouw en tuinen met grijze kiezels.

Gelukkig kregen we de volgende dag een herkansing nadat we op een ouderwetse kaart onze route hadden uitgestippeld. Op het land wuifden het mais en het graan, in de verte doemde tussen de bomen en de velden de basiliek van Sint Odiliënberg op. Nog steeds scheen de zon onbarmhartig, zakte mijn zadel met elke wielomwenteling een millimeter, maar de stadsmeisjes kregen waarvoor ze waren gekomen: een stukje natuur.

Bladenmaker en journalist José Rozenbroek is een nieuwsjunk. Elke week schrijft ze voor Libelle een column over wat haar opvalt en waarover ze zich opwindt.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden