null Beeld

PREMIUMcolumn

José: “Ik wil weten hoe het voelt om minder gevoelig te zijn, minder tobberig, minder onzeker”

José Rozenbroek

Nadat José verliest met een potje stoeien zegt ze dat ze wel een man zou willen zijn, om de macht en kracht te ervaren van een man.

“Ik zou zo graag een weekje een man willen zijn”, verzucht ik tegen mijn vriend. Hij heeft me zojuist gevloerd bij het stoeien – ik ben opgegroeid met drie judoënde broers en een vader die me om de haverklap in de houtgreep namen en ik ben nog steeds dol op een robbertje vechten. Nu lig ik machteloos op de grond.

“Waarom?”, vraagt hij.

“Omdat ik zo graag wil voelen hoe dat voelt”, zeg ik. “Hoe het voelt om fluitend te winnen met armpje drukken en pootje haken. Hoe het voelt om je sterk en machtig te voelen.” Ik denk aan de man die zijn vuilniszakken naast de container had gekwakt en die ik had aangesproken. Hoe hij dreigend op me af was gekomen en hoe bang ik was geworden.

“Ik wil weten hoe het voelt om een penis te hebben, hoe het voelt een vrouw te penetreren. Hoe het voelt om met je piemel te spelen. En hem zo te bewonderen dat je een foto ervan naar alle mooie vrouwen in de wereld zou willen sturen.”

Ik denk aan Jeroen en Mark en de man die mij wel eens een dickpic had gestuurd.

“Ik wil weten hoe het voelt om minder gevoelig te zijn, minder tobberig, minder onzeker.”

Ik denk aan de schrijver en columnist Maxim Februari die na zijn transitie naar man in een interview vertelde hoe door de mannelijke hormonen niet alleen zijn spierkracht toenam, maar ook zijn zelfvertrouwen en zelfrespect. Hoe hij een ander mens was geworden, niet alleen lichamelijk, maar ook mentaal: een man die vanzelfsprekend zijn plek in de wereld opeiste.

Ik denk een verhaal dat Kaouthar Darmoni mij vertelde. Kaouthar is directeur van feministisch kennisinstituut Atria, daarnaast heeft ze een buikdansschool waar ze vrouwen empowert en hun vrouwelijkheid leert omarmen. Ze krijgt vaak transvrouwen in haar studio die na talloze operaties weliswaar borsten en een vagina hebben gekregen, maar nog steeds niet gelukkig zijn. Niet goed in hun vel zitten, niet weten hoe zij zich vrouw moeten voelen. En wat ze ook zei: “Laten we wel wezen, mannen die vrouw worden komen in een wereld terecht die niet per se mooier of fijner is. Je wordt gediscrimineerd, gekleineerd, verkracht, je werkt harder dan een man, maar je krijgt niet de bijbehorende credits of geld. Je wordt eigenlijk gedegradeerd als je van man vrouw wordt.”

In 2022 leven we, met al ruim honderdvijftig jaar emancipatie en feminisme achter de rug. Wat is er nou bereikt? Veel, zo op het eerste gezicht: vrouwen doen volop mee in het publieke domein, ze studeren, ze werken. Maar is het genoeg? Waarom is Vrouwendag (8 maart) nog steeds niet opgeheven bij gebrek aan urgentie?

Het antwoord is om te janken zo simpel. Denk alleen aan de laatste turbulente twee maanden, denk desnoods in steekwoorden: The voice, seksueel grensoverschrijdend gedrag, straatintimidatie, dickpics, Ajax, privileges, Joris, zevenvinkers (dat zijn vrouwen per definitie nooit).

“Je moet geen man willen worden”, zegt mijn vriend.

“Waarom niet?” vraag ik.

“Als je het eenmaal bent, wil je nooit meer terug.”

Bladenmaker en journalist José Rozenbroek is een nieuwsjunk. Elke week schrijft ze voor Libelle een column over wat haar opvalt en waarover ze zich opwindt.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden