null Beeld

PREMIUMcolumn

José: “Misschien komen mijn zus en The Queen elkaar wel tegen bij de hemelpoort”

Marie José Rozenbroek

José over hoe de dood van The Queen en het overlijden van haar zus Els een klein beetje samenkomen.

Een van mijn eerste levendige herinneringen aan The Queen (en iedereen weet nu dat ik het niet over Máxima heb) was aan een vrouw in een Schotse rok, die na de dood van Diana weigerde haar kasteel Balmoral in Schotland te verlaten. Hoe het volk ook jammerde en bloemen legde en in opstand kwam, ze vond het niet nodig om de vlag halfstok te hangen. Dat deed je niet voor de vrouw die gescheiden was van haar oudste zoon en die nu verkering had met een obscure, steenrijke jetsetter. Pas na lang aandringen en met frisse tegenzin verscheen ze op tv om met een chagrijnig mondje haar leedwezen te betuigen aan een ‘bijzondere en getalenteerde vrouw’.

Ik was natuurlijk geheel op de hand van Diana. Het toeval wilde dat in die nacht van 30 op 31 augustus 1997, toen zij en Dodi in hun Mercedes door de paparazzi werden achternagezeten, ook definitief het doek was gevallen voor mijn huwelijk met de vader van mijn kinderen. In de vroege ochtend na die doorwaakte nacht waarin het tot een ontknoping was gekomen, werd ik door mijn zusje, dól op roddel en sensatie, gebeld. Ze schreeuwde door de telefoon: “Ze hebben haar vermoord, ze hebben haar vermoord!” In mijn ontreddering dacht ik een paar seconden lang dat ze het over mij had.

Een week later volgden miljarden mensen Diana’s uitvaart op tv. Ik lag op de bank te kijken en was ontroostbaar. Mijn dochters, vier en vijf en nog onwetend van de op handen zijnde scheiding, vonden het doodnormaal dat ik daar lag te huilen; er was immers een prinses dood. Gepassioneerd speelden ze de rouwstoet na en liepen met zwarte doeken om met een salontafel te sjouwen, waarop ze een doos hadden gelegd met daarin de pop van de oudste.

“Dat is Diana, mama.”

Toen de rouwstoet de bank passeerde waarop ik mijn hete tranen plengde, werd er even gestopt voor troostende kusjes en plakkerige aaitjes.

En nu zijn we vijfentwintig jaar verder. Van Diana weten we inmiddels dat ze allerminst een heilige was. En The Queen bleek ook maar een mens, gevangen in een onwrikbaar keurslijf.

Van het zusje dat me toen belde, hebben we afgelopen maandag afscheid genomen. De ceremonie was buiten, in een prachtige tuin waarin de laatste zomerbloemen bloeiden. De zon scheen, om haar Hermès-oranje kist fladderde een vlinder. In het grind scharrelde een duif. Er werd gehuild, er werd gelachen, precies zoals zij het had gehoopt. Mijn dochters waren de ceremoniemeesters en net zo toegewijd als toen ze met dat tafeltje sjouwden. Mijn ex was een van de dragers van die knaloranje kist.

En nu is de oude koningin ook dood. Straks komen ze elkaar nog tegen, Els en Elizabeth. Bij de hemelpoort, waar het hartstikke druk is en waar ze nog steeds op hun beurt wachten, of op hun plaatsen in het vagevuur. Els herkent haar buurvrouw en spert haar ogen open. Opgetogen stoot ze Elizabeth aan. “Vertel! Ik wil álles weten.”

Bladenmaker en journalist José Rozenbroek is een nieuwsjunk. Elke week schrijft ze voor Libelle een column over wat haar opvalt en waarover ze zich opwindt.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden