null Beeld

PREMIUMCOLUMN

José: “Nu denk ik: wat was mijn moeder een toffe vrouw. Ik zou haar nog duizend vragen willen stellen”

Marie José Rozenbroek

De moeder van José is er niet meer, maar nu wenst ze dat ze bepaalde dingen vroeger anders had gedaan.

Mijn moeder is al zestien jaar dood. Eerlijk gezegd gaan er weken voorbij waarin ik niet aan haar denk. Maar soms sluipt ze onverhoeds mijn hoofd in. Zoals vorige week, toen ik een vrouw van Turkse komaf sprak die een zeer succesvol bedrijf heeft opgebouwd. Melek heet ze. Meleks moeder hield haar dochters altijd voor: ‘Wat er ook gebeurt, zorg ervoor dat je een opleiding doet en dat je financieel onafhankelijk wordt. Dan kun je eisen stellen. Kijk naar mij, ik zit vast!’ Meleks moeder zat opgesloten in een ongelukkig huwelijk en kon geen kant op, maar Melek had geen compassie. Tegen haar moeder riep ze als opstandige puber: ‘Waarom ga je niet weg bij hem, waarom ga je niet léven!’ Ze was vastbesloten om niet te worden als haar moeder, om te ontsnappen aan dat milieu waarin vrouwen braaf en voorbeeldig dienden te zijn en ondergeschikt aan mannen. Ze schaamde zich voor haar ouders, dat ze de Nederlandse taal niet spraken en de weg niet kenden in Nederland. Haar moeder stierf toen Melek begin twintig was, ze maakte niet mee hoe haar dochter met heel hard werken en een enorme drive dat prachtige bedrijf opbouwde.

Nu is Melek voorbij de vijftig, en de schaamte voorbij. Ze kan nu zien wat haar moeder haar heeft gegeven: warmte, liefde, wijsheid, saamhorigheid. Geëmotioneerd zei ze: ‘Ik wou dat mijn moeder nog leefde, mijn lieve, lieve moeder met haar hoofddoekje. Ik had haar zo graag als een prinses in de watten gelegd.’

Vanavond kwam mijn vriendin M. eten. Ook M. is haar moeder jong verloren. Ook zij vertelt vol spijt hoe hard ze voor haar moeder kon zijn, die zo onzeker was. Hoe ze voor haar kon gaan staan en met harde ogen kon zeggen: ‘Mam, waarom bak je niks van je leven!’ Ze zucht. ‘Wat zou het fijn zijn om nu nog eens met haar te praten. Over haar leven, over mijn leven. Ik zou haar zo veel willen vragen.’

Ik denk aan mijn eigen moeder. Ze stak niet onder stoelen of banken dat ze zich beknot voelde door de zes lastpakken aan haar rokken. We voelden wel aan dat ze niet erg gelukkig was, maar daarover werd niet gepraat. Ik vond het vooral stom dat ze niet een moeder was als de huismoeders die ik kende: in een bloemetjesjurk, zorgzaam en zich wegcijferend voor haar kinderen. Mijn moeder liep in een mannenbroek en op bergschoenen, en ze pikte lifters op in haar Kevertje, want zelf had ze ook het ’t liefst vrij als een vogel de wereld rondgereisd.

Nu denk ik: wat een toffe vrouw. Misschien niet makkelijk voor haar omgeving, maar hoe origineel en bijzonder. En wat heeft ze me een mooi voorbeeld gegeven: dat je je niet hoeft te conformeren, en eigengereid mag zijn.

Ook mijn moeder zou ik nu duizend vragen willen stellen, met haar willen praten als vriendinnen, haar zien als vrouw, en niet als moeder alleen.

Dus dochters en moeders, praat met elkaar, als het nog kan. Want moeders, ach, dat zijn ook maar mensen.

Bladenmaker en journalist José Rozenbroek is een nieuwsjunk. Elke week schrijft ze voor Libelle een column over wat haar opvalt en waarover ze zich opwindt.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden