null Beeld

PREMIUMCOLUMN

José overwon een grote angst en liet een heftige ingreep uitvoeren

José Rozenbroek

José heeft van kinds af aan een nogal specifieke angst, maar zag die onlangs onder ogen (pun intended). Ze vertelt erover aan haar collega’s.

We staan weer eens ouderwets op een borrel en het is gezellig. Tot mijn collega Antoinette zenuwachtig vertelt dat ze volgende week haar ogen laat ‘doen’. Meteen staan alle vrouwen om ons heen op strak. Een ooglidcorrectie? Nee, geen ooglidcorrectie, maar implantlenzen. “Net als José.”

Iedereen brandt los: wat is dat precies? Wat kost het? Hoef je dan nooit meer een bril? En vooral: is dat niet dood- en doodeng?

“Ja,” zeg ik, “het is dood- en doodeng. Vooral als je een oogfobie hebt, zoals ik, al mijn leven lang.” In de biologieles op school viel ik flauw als het oog werd behandeld. Een gesprongen adertje, een rood oog, iemand die een contactlens in of uit zijn oog doet, een close-up van een oog op een foto of in een film - ik ren kotsend van angst weg. Maar ik had ook een hekel aan mijn bril, lastig en lelijk vond ik ‘m. Lenzen had ik geprobeerd, maar ik kreeg ze er niet in. Te bang.

Mijn vader had ook een oogfobie. Hij was een stoere man die alles kon en alles durfde, maar zodra er een oog in beeld kwam veegde hij paniekerig over zijn dichtgeknepen ogen - een gebaar dat ik tot in het kleinste detail heb overgenomen. Toen hij 58 was, bleek hij staar te hebben, maar een operatie durfde hij niet aan. Pas jaren later, toen hij bijna geheel blind was moést hij wel. Na afloop verzuchtte hij: “Had ik dit maar twintig jaar eerder gedurfd.”

Dat zinnetje knoopte ik in mijn oren.

Toen vertelde een vriend dat hij implantlenzen heeft. Hetzelfde principe als bij een staaroperatie; ze halen je oude lens eruit, er wordt een nieuwe lens ingestopt, en je ziet weer scherp, de rest van je leven. “Fluitje van een cent”, zei hij opgewekt. Mijn maag draaide om. “Nee, nee,” riep ik haastig, “ik houd gewoon mijn bril wel.” Toch sleepte hij me mee naar de oogkliniek waar ik op de drempel een paniekaanval kreeg. Maar de geduldige optometrist legde me precies uit wat me te wachten stond: twee keer tien minuten, eerst het ene oog, een week later het andere. Dat je er eigenlijk niks van merkt omdat je verdoofd wordt. En nee, er komt geen groot, eng mes aan te pas en je hoeft ook niet te worden gehecht.

Terwijl ik dit aan het vertellen ben, zie ik zes paar ogen angstig op mij gericht.

“Ik zou zo graag willen, maar ik durf niet”, zegt Linelle. Ze is fotograaf en loopt tijdens haar werk te klooien met twéé brillen.

“Ik durfde ook niet en ik deed het toch”, zeg ik.

“Zou je het weer doen?”

Ik denk aan mijn vader. Aan hoe hij nu, tijdens dit gesprek, met zijn handen over zijn dichtgeknepen ogen zou vegen - een gebaar dat ik onwillekeurig ook maak. Maar ook: hoe trots hij op me zou zijn geweest.

“Ik zou het weer doen”, zeg ik. ‘Omdat ik verschrikkelijk blij ben met mijn nieuwe ogen, maar ook omdat ik mijn angst heb getrotseerd.”

Bladenmaker en journalist José Rozenbroek is een nieuwsjunk. Elke week schrijft ze voor Libelle een column over wat haar opvalt en waarover ze zich opwindt.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden