PREMIUMColumn

José: “Wijdbeens ging ik door de uitgestorven gangen op zoek naar mijn baby”

Marie José Rozenbroek

José voelt na het zien van de documentaire Cow empathie voor koe Luma.

Ik ga naar de bioscoop om een documentaire over een koe te zien. Cow heet-ie. Tot mijn verbazing zit het zaaltje afgeladen vol. Blijkbaar zijn meer mensen geïntrigeerd door deze Engelse film, waarin koe Luma zonder commentaar wordt gevolgd in haar leven. Luma heeft een donker vlekje onder haar melancholieke linkeroog en op haar linkerbil is nummer 29 gebrand. Ze woont in een rommelige megastal waar een radio de godganse dag staat te blèren en waar ze gemelkt wordt door machines. Soms mag ze buiten grazen, dan zien we haar en haar zusters op een drafje over een modderig pad de wei instormen. De mensen van de boerderij dirigeren hun ‘girls’ onophoudelijk van melkrobot naar voederbak naar weide naar ligbox.

Vanaf het eerste moment bekruipt me een immens medelijden met Luma, die hier op aarde lijkt te zijn voor slechts één doel: zoveel mogelijk melk produceren. Haar uier is tot wanstaltige proporties opgeblazen, waardoor ze nauwelijks op haar poten kan staan. Haar pasgeboren kalfje wordt meteen bij haar weggehaald en in een hok geduwd bij andere kalfjes, die bij elkaar wanhopig zoeken naar een troostende speen. Even later horen we Luma onophoudelijk loeien.

Het bioscoopzaaltje slaakt een zucht.

Toen mijn oudste dertig jaar geleden werd geboren moesten we een nachtje in het ziekenhuis blijven. Rond een uur of negen ’s avonds werd ze bij me weggehaald. “Kunt u lekker slapen, mevrouw.”

Natuurlijk kon ik niet slapen. De adrenaline gierde nog door mijn lijf, de beelden van de stormachtige bevalling trokken steeds weer aan mijn oog voorbij. Toen ik in de verte een baby’tje hoorde krijsen, ontwaakte mijn moederinstinct. Dat was mijn kind dat huilde! Moeizaam trok ik mijn sokken aan en wijdbeens ging ik door de uitgestorven gangen op zoek naar mijn baby.

Luma kan niet op zoek naar haar kind. Ze heeft haar lot te aanvaarden. Ze is een machine die moet baren en produceren. Als ze na verloop van tijd niet meer genoeg oplevert, wordt ze naar een afgelegen deel van het erf gedirigeerd waar met een droog nekschot een einde aan haar leven wordt gemaakt.

Om mij heen hoor ik gesnif en geritsel van zakdoekjes. Ook ik houd het niet droog.

Als ik naar huis loop denk ik aan Imke de Boer, hoogleraar in Wageningen, die ik vorig jaar interviewde. Ze was de eerste die me erop wees dat je vraagtekens kunt zetten bij de vanzelfsprekendheid waarmee mensen landbouwdieren houden. Ze zei: “Als wij dieren houden, bepalen wij wat hun behoefte is, wat ze eten, hoe ze zich voortplanten, of ze binnen of buiten kunnen zijn – en wie zijn wij dat wij daarover beslissen? En is het niet hypocriet om te zeggen: ik eet geen vlees meer, want ik wil geen dieren doden, maar ik drink nog wel melk of ik eet nog wel yoghurt of eieren?”

Toen vond ik haar een beetje doordraven. Nu, na het zien van Cow, kan ik niet anders denken dan: ze heeft gelijk.

Bladenmaker en journalist José Rozenbroek is een nieuwsjunk. Elke week schrijft ze voor Libelle een column over wat haar opvalt en waarover ze zich opwindt.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden