Nico Dijkshoorn Beeld
Nico Dijkshoorn

PREMIUMCOLUMN

Nico: “Dit was duidelijk een cadeau van iemand die een hekel had aan natuur”

Nico Dijkshoorn

Nico denkt terug aan de cadeaus die hij voor Moederdag maakte toen hij klein was.

Toen ik twaalf was, vond ik in de la van mijn moeders slaapkamerkast al mijn zelfgemaakte moederdag-geschenken. Er was geen ontroering. Dat kwam pas veel later. Pas na je vijftigste sta je met vochtige ogen aan een vies ruikend stuk zeep te snuffelen. Ach ja, dat kreeg je van je dochter toen ze nog thuis woonde en de hobbykamer nog gewoon haar kamertje was. Als twaalfjarige voelde ik iets heel anders toen ik al mijn moederdag-cadeaus uit de la haalde en op het bed van mijn ouders legde. Ze hadden gelogen. Vooral mijn moeder.

Ik pakte een beeldje van gedroogde klei. Zeven was ik toen ik het maakte. Ik herinnerde mijn moeders reactie toen ze het, zittend in bed, voorzichtig uit de verpakking had gehaald. “O, Nico! Nee, dat heb jij niet zelf gemaakt! Echt waar? Heeft niemand je geholpen? Hoe verzin je het! Een bloem met een gezichtje. Dat kan eigenlijk helemaal niet, maar ik heb hem gewoon in mijn handen. Kijk me eens aan? Heb je dat écht helemaal zelf gemaakt? Kom eens hier, dan krijg je een zoen van me. Ik ga het meteen aan iedereen laten zien.”

Vijftig jaar later keek ik naar hetzelfde beeldje. Een doodeng bloemengezicht met schele ogen. Ik had het afgeraffeld, dat zag ik meteen. Dit was duidelijk een bloem die was gemaakt door iemand die een hekel had aan de natuur en dan aan bloemen in het bijzonder. Het was onmogelijk dat iemand, mijn moeder dus, dit had ervaren als een jeugdige uiting van een geboren kunstenaar. Ze had tegen me gelogen. Op Moederdag.

Met lood in mijn schoenen keek ik naar de andere cadeaus op het bed. Als zesjarige had ik een heel lelijke voetbal voor haar getekend. Onder de voetbal had mijn vader het woord ‘voetbal’ geschreven, omdat het net zo goed een kunstoog kon zijn.

Ik keek naar het moederdagcadeau dat ik haar als achtjarige had gegeven. Een kralenketting met vier kralen, allemaal in dezelfde kleur. Te lui om er meer aan te rijgen. Ik herinnerde mij precies wat mijn moeder had gezegd: “O Nico, hoe heb je ze zo netjes aan dat koordje gekregen?”

Ik leerde daar, voor het bed van mijn ouders, dat je soms liegt tegen iemand van wie je het allermeest houdt.

Nico Dijkshoorn woont samen met Tanja, heeft twee kinderen uit een vorige relatie en een heel eigen kijk op de wereld.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden