null Beeld

PREMIUMColumn

Nico: “En nu komt het: op de boterhammen strooide ik mix voor dipsaus”

Nico Dijkshoorn

Nico vertelt over het moment waarop hij ontdekte dat hij een tostikoning is.

Ik zou graag een televisiekok zijn. Lekker babbelen, een ui snijden zoals niemand anders een ui snijdt, naar de oven lopen en dan recht in de camera kijken: “Nog heel even voor die crispy coating. Ondertussen maak ik de saus.” Dat is mijn droom voor dit jaar: dat ik met een heel leuk schort voor mijn buik achter een groot werkblad allemaal schaaltjes vol verse kruiden aanraak, en dat ik weet hoe die heten en hoeveel je ervan moet gebruiken. Of het gaat lukken weet ik niet, want ik kom van ver. Ik geniet in zeer beperkte kring enige bekendheid als Koning Tosti. Wat andere koks met stukken vlees, enorme hoeveelheden uitheemse groenten en rare vloeistoffen doen, dat doe ik met twee boterhammen, kaas, ham en wat magie.

Ik moet dertien jaar oud zijn geweest toen ik ontdekte dat er diep in mijn lichaam een tostikoning woonde. Tijdens een verjaardag van mijn vader verdween ik opeens in de keuken, zette het tosti-ijzer op het vuur, legde vierentwintig boterhammen op het aanrecht, belegde ze met plakjes kaas, plakjes ham en – nu kom het – ik strooide er mix voor dipsaus op. Ik herinner me een woord op het zakje: carnaval. Het moet ook de eerste keer zijn geweest dat ik ontdekte hoe je overdreven kookt. Mijn vijf jaar jongere broer kwam kijken wat ik allemaal deed en meteen begon ik er een beetje theater van te maken. Ik liet het tosti-ijzer ronddraaien in mijn hand, maakte kleine sprongetjes en soms riep ik heel hard: “Kaas, daar ga je!” Mijn vader verscheen in de keuken. Hij heette Klaas en dacht dat ik hem riep. Ook hij bleef staan kijken naar dit wonder. Zijn oudste zoon achter het gasfornuis met een rokend voorwerp in de linkerhand.

Ik zette een tandje bij. Op een houten broodplank sloeg ik heel hard de tosti’s uit het ijzer, maar ik voelde dat het niet genoeg was. Ik riep heel hard: “Klaar! Deze kan weg. Voor mama!” Tot mijn stomme verbazing deed mijn vader voor het eerst wat ik hem vroeg. Hij verdween met een bord richting woonkamer. Daarna hoorde ik het mooiste geluid uit mijn jeugd. Het was mijn moeder. Ik luisterde. “Heeft Nico deze gemaakt? Nee! Niet. Echt waar? Ze zijn heel lekker!” Dat wil ik nu dus weer. U kijkt, ik kook en dan geeft u mij een compliment. Daarna zeg ik dat uw haar heel leuk zit.

Nico Dijkshoorn woont samen met Tanja, heeft twee kinderen uit een vorige relatie en een heel eigen kijk op de wereld.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden