null Beeld

PREMIUMCOLUMN

Nico: “’s Nachts zocht ik op de meest krankzinnige plekken naar chips”

Nico Dijkshoorn

Nico houdt ontzettend veel van chips.

Vanaf 1962 eet ik chips. Ik herinner glashelder mijn eerste zakje. Ik at het voor een houten kantine. Mijn moeder had een klein honkbalpakje voor mij genaaid. Ik stond vlak voor haar en ze tipte met haar vinger op het aparte zakje zout dat in de verpakking zat. Daarna at ik voor het eerst chips.

Chips en ik zijn getrouwd. Een gelukkig huwelijk met soms een paar maanden ruzie. Zo gaat dat. In 2017 ging ik vreemd met aubergine-dip. Ik geef hier ook maar gewoon eerlijk toe dat ik ergens in de vorige eeuw een paar weken lang frietsticks heb gegeten. Allemaal schijnbewegingen in de liefde. Chips is mijn muze.

Geen populair standpunt, midden in een wereld vol vrouwen en mannen die in het extreemste geval flinterdunne plakjes van een komkommer schaven en in de wat mildere gevallen heel hard lachend met vrienden midden in een tuin op een schattige wegwerpbarbecue een halve courgette roosteren.

Ik schaam mij niet. Chips en ik zijn voor elkaar gemaakt. Ik eet ze niet meer als een uitgehongerde beer na zijn winterslaap, maar ze zijn er altijd, achter in mijn hoofd. Dat weet ik omdat ik een paar keer cold turkey probeerde te stoppen. Tanja zei: “Gewoon niet meer in huis halen, dan kun je het niet meer eten.” Ik volgde haar raad op. Twee dagen later wist ik hoe een heroïneverslaving voelde. Rusteloos zocht ik ’s nachts op de meest krankzinnige plekken in ons huis naar chips. Tanja trof mij, wakker geworden door mijn gestommel, om half drie ’s nachts aan met mijn arm in een enorme aardewerken pot. Ik vermoedde daar een zak chips.

Sinds een jaar of vijftien eet ik alleen nog maar de ribbelvariant. In het begin voelde dat alsof ik de chips uit mijn jeugd bedroog. Alsof ik een partner had gevonden met een iets leuker jurkje. Ik houd van de stugheid van ribbelchips. Hoe die golfjes een beetje over elkaar schuren als ik met mijn hand in een keer zoveel mogelijk uit de zak probeer te graaien.

Natuurlijk. Gezegend zijn de kinderen die gezonder opgroeien en paprika in zijn natuurlijke vorm eten. Maar ik wil hier eerlijk zijn: chips heeft mij getroost. Chips was er voor mij als ik het even niet meer wist. Chips was er op verjaardagen in de jaren tachtig, toen iedereen nog leefde en dacht heel oud te worden.

Nico Dijkshoorn woont samen met Tanja, heeft twee kinderen uit een vorige relatie en een heel eigen kijk op de wereld.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden