null Beeld

PREMIUMColumn

Roos: “Een bila? Is dat een voetbal? Of een bil waar de letter a op staat?”

Roos Schlikker

Roos heeft voor heel wat firma’s geschreven en dat ging niet altijd even goed.

Toen ik jong was en geld nodig had, schreef ik niet alleen interviews voor allerlei tijdschriften, ik tikte ook verhalen voor blaadjes uit het bedrijfsleven. Veel grote firma’s hadden in die tijd een eigen glossy. Ook in jaarverslagen werden de saaie cijfers vaak opgevrolijkt door interviewtjes met de grote eindbaas of de financiële man. Hoewel, opgevrolijkt? Dat viel niet mee. Je zou denken dat het spannend is om een interview voor een gerenommeerde krant te maken, maar het eerste het beste zakelijke stuk tekst is ingewikkelder. Ik kreeg namelijk voortdurend te maken met ‘de herschrijverd’. Het is normaal dat een geïnterviewde de tekst voor publicatie nog even mag lezen, maar in de zakenwereld moest zo’n stuk eerst langs een PR-meneer of -mevrouw. Ook uitstekend, maar er is een probleem in zowel politiek als bedrijfsleven: men doet daar zijn uiterste best om zo wollig en onleesbaar mogelijk te schrijven. We beginnen allemaal zo rond ons twintigste aan een eerste baan en praten dan doorgaans normaal. Maar als mensen opgeslokt raken door het werkzame leven, doet steeds meer jargon zijn intrede. Dan hebben ze het opeens over: een stukje communicatie brengen naar de mensen toe. Wat is dat?! Ook zo’n mooie: we moeten dit spoedig uitfaseren. Of wat te denken van: we gaan die bila even inschieten. Een bila? Is dat een voetbal? Of is dat een bil waar de letter a op staat? Welnee, het is een bilateraal, een overleg tussen twee mensen. “Zeg dat dan!”, wil ik altijd roepen als ik dit soort uitdrukkingen tegenkom.

Bij een van mijn laatste zakelijke teksten, iets voor een medische instelling, probeerde ik de PR-meneer uit te leggen dat ik zinnen als ‘hij zorgt ervoor, samen met de cardiologen en andere intra- en extramurale hulpverleners, dat de hartfalen­patiënt na het stellen van de diagnose intensief poliklinisch begeleid wordt’ niet zo mooi vond. “Maar het is toch goed Nederlands?”, sputterde de man tegen. Zeker. Maar het is ook onduidelijk en lelijk Nederlands. Wie wil er nou naar een ziekenhuis waar voortdurend termen vallen als ‘ketenregie’ en ‘budgettair kader’? Ik niet. En ik wil er ook niet voor schrijven.

Inmiddels heb ik daarom de zakelijke teksten uitgefaseerd en tegen al mijn opdrachtgevers gezegd dat herschrijverds niet welkom zijn. Dat was een heel duidelijk stukje communicatie naar de mensen toe.

Roos Schlikker (46) heeft twee zonen, een man, een vader op leeftijd en veel vriendinnen. O ja… en zichzelf om voor te zorgen. Iedere week schrijft ze in Libelle wat haar bezighoudt.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden