null Beeld

PREMIUMCOLUMN

Roos: “Geregeld roepen mensen ietwat jaloers: ‘Je man komt uit Canada? Wóóów!’”

Roos Schlikker

De man van Roos komt uit Canada. Een prachtig land, maar Roos heeft er zowel letterlijk als figuurlijk geen warme herinnering aan.

“Trees heeft een Canadees”, zei mijn vader lolbroekend toen ik François voor het eerst mee naar huis nam. Inmiddels zijn ze de beste vrienden, maar soms wordt-ie nog steeds getreiterd met zijn vreemde tongval. Moet je een Franstalige eens het woord ‘inburgeringscursus’ laten zeggen. Een kwartier gehaspel en lol gegarandeerd. Geregeld roepen mensen ietwat jaloers: ‘Hij komt uit Canada? Wóóów! Gaan jullie daar vaak naartoe? Dat is zo’n mooi land!’. Dat is het natuurlijk ook. Een plek met bossen, bergen en maple syrup. Maar het is niet míjn land, want de winters, och, de winters. Het vriest er zo hard dat de meeste winkels in Montreal zich letterlijk onder de grond bevinden. De auto dien je een halfuur voordat je de weg op gaat te starten. Eerlijk gezegd gaan veel mensen ’s winters amper hun huis uit. Ze hokken samen voor gigantische koelkasten die ze vullen met voedsel voor wekenlang.

Ooit waren we er op doorreis en belandden we in een enorme sneeuwstorm. François had me trots zijn omgeving willen laten zien, maar we strandden in een bergdorpje. Verbijsterd keek ik rond. Hoe kunnen mensen met zo’n prachtig land en zo onnoemlijk veel ruimte het prettig vinden om allemaal bij elkaar, in hetzelfde soort huizen, aan de rand van een snelweg te leven? Door de kou stiefelden we naar een motel. Tijd voor warmte, tijd voor gezelligheid met de inheemse bevolking. Dachten we. De bar bleek tl-verlicht. Gordijnen waren er niet, tafelkleedjes evenmin. We dronken wijn uit een anderhalveliterfles. Céline Dion en Led Zeppelin klonken uit de boxen. Het was rustig, maar over een halfuurtje zou het feest losbarsten, kondigde de bardame aan.

Inderdaad, daar stampten de locals binnen. Mannen en vrouwen in oude joggingbroeken en met truckerspetten op, niet van elkaar te onderscheiden, namen plaats aan de formicatafels en bogen zich zwijgend over hun eten: borden vol vlees doordrenkt met barbecuesaus. Een kwartier later was de maaltijd verorberd en stampten ze het restaurant weer uit. “Dit zie je niet overal in Canada, hoor”, piepte François verdedigend. Ik grijnsde. Toen begon hij te lachen. “Maar wel vaak. Man, wat is dit erg!”

Ach ja, Canada is werkelijk een prachtig land. Maar het is niet míjn land en ook niet meer het zijne. Want wij hebben hier misschien geen bergen, meren en maple syrup, maar stukken warmer is het wel.

Roos Schlikker (46) heeft twee zonen, een man, een vader op leeftijd en veel vriendinnen. O ja… en zichzelf om voor te zorgen. Iedere week schrijft ze in Libelle wat haar bezighoudt.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden