null Beeld

PREMIUMCOLUMN

Roos: “Waarom doet het me zo’n pijn dat ik minder nodig ben?”

Roos Schlikker

De kinderen van Roos zijn nog jong, maar worden steeds zelfstandiger. Daar heeft ze het soms moeilijk mee, dus gaat ze naar haar psycholoog.

Het is een plaat vol nerveus stemmende muziek die almaar aan staat. ‘Voorbij!’ schetteren violen. ‘Dit komt nooit meer terug’, toetert een trombone. ‘Je raakt het kwijt!’ zingt een koor met schelle stem. De laatste weken word ik er voortdurend door overvallen: een ongelooflijk rotgevoel omdat ik me realiseer hoe groot mijn kinderen al zijn.

‘Groot?’ zul je zeggen. ‘Zo groot zijn ze nog niet.’ Dat klopt, Miró en Róman zijn twaalf en tien. Dat zijn lang geen leeftijden waarop ze het huis verlaten. Het legenestsyndroom hoort nog een hele tijd ver weg te blijven. Toch ben ik weemoedig, omdat hun hand niet meer automatisch op straat in de mijne glijdt. Omdat Róman niet meer in het kinderzitje voor op m’n fiets past. Omdat ze allerlei films opeens te kinderachtig vinden, net als het Sprookjesbos in de Efteling.

Ik voel me raar en aanstellerig over die repeterende plaat. Met twee gezonde jongens die groot, volwassen en zelfstandig worden, zou ik dankbaar moeten zijn. Maar ik ben nooit goed geweest in afscheid nemen. Jaloersig kijk ik naar een moeder op school, die twee jaar geleden haar vierde kind kreeg. Zij heeft nog jaren te gaan op het buurtschooltje, terwijl Róman volgend jaar in groep acht zit en dus een jaar vol afscheid tegemoet gaat.

Wat is het toch dat het me zo’n pijn doet dat ik minder nodig ben? Ik vraag het de psycholoog die ik zo nu en dan bezoek. Ze kijkt me wijs aan en zegt dan: “Jij hebt altijd voor anderen gezorgd, hè? Als kind al voor je bipolaire moeder. Toen je zelf kinderen kreeg, mocht je dat patroon voortzetten. Zou het zo kunnen zijn dat jij zorgen voor anderen hebt gekoppeld aan verbonden zijn?”

Ik kijk haar aan en slik. Met een paar zinnetjes schiet ze letterlijk en figuurlijk in de Roos. Een pijl doorboort mijn hart en ik weet dat ze gelijk heeft. Als ik zorg, ben ik nodig. En als ik nodig ben, is degene om wie ik me bekommer heel dichtbij. De psycholoog glimlacht. “Maak je geen zorgen. Dat je kinderen hun eigen billen kunnen afvegen, zegt niets over jullie band. Die blijft. Heus, altijd. Zelfs als je niets doet.”

Ik slik weer. Tranen schieten in mijn ogen, maar ik besluit haar te vertrouwen. Heel even klinkt de plaat minder hard.

Roos Schlikker (46) heeft twee zonen, een man, een vader op leeftijd en veel vriendinnen. O ja... en zichzelf om voor te zorgen. Iedere week schrijft ze in Libelle wat haar bezighoudt.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden