null Beeld

PREMIUMColumn

Roos: “Wat groeien mijn zoons hard, en ik heb nog zo veel knuffeldrang”

Roos Schlikker

Roos heeft altijd al vrijwilligerswerk willen doen. Maar ja, ze had geen tijd, geen ruimte en geen rust. Nu de kinderen groter zijn, heeft ze eindelijk iets gevonden.

Ik heb er al maanden last van. Een gevoel van melancholie, van sentiment, omdat ik de jongens dag na dag groter zie worden. Ze willen niet meer hand in hand over straat, de knuffel voor de schooldeur is een vage wuif geworden. En ja, ’s avonds laat in bed mag ik nog gezellig bij ze liggen. Maar ik zie en voel de mannelijkheid in hun geraamte komen. Ik hoor de verstandige dingen die ze zeggen. Ik merk dat ze lachen om steeds volwassener grapjes.

Natuurlijk is dat prachtig. Pure winst, deze kinderen die zo voortvarend groeien. Maar wat gaat het gruwelijk hard. En ik heb nog zo’n grote knuffeldrang.

Maandenlang knaagde het in me. Waar moet ik heen met mijn moederlijke behoeftes, mijn lange armen waar ik zo graag een lieverd in vast klem. Tot ik de oplossing vond.

Want naast mijn wil tot moederen, roep ik ook al jaren dat ik vrijwilligerswerk zou willen doen. Maar ja, de kinderen waren klein. Ik had geen tijd, geen ruimte, geen rust.

Maar die periode is voorbij. En waarom niet het goede met het aangename combineren? Dus stapte ik een paar weken geleden een theaterwerkplaats binnen. Twaalf paar nieuwsgierige ogen keken me aan. “Wie ben jij?” brulde iemand. Een volgende kwam op me af gelopen, de hand ver vooruit gestoken. Toen ik hem schudde, werd ik tegen een lichaam aan getrokken. “Liefffff”, hoorde ik brommen.

Nu zien we elkaar iedere week. Twaalf mensen met een verstandelijke beperking, hun professionele begeleiders en ik. Ik hoef niets speciaals te kunnen, geen les voor te bereiden of ingewikkelde stappenplannen te volgen. De enige reden waarom ik er ben zijn de twaalf cliënten die ik domweg de hele dag alle aandacht geef. Sommigen hebben het syndroom van Down, anderen ziektes met namen die ik nog niet kende. Het doet er niet toe. Vandaag spelen we spelletjes, zingen, doen een dans. We eten samen een boterham en ik luister naar alle verhalen. De één vertelt over een film die ze gezien heeft. De ander heeft een tekening gemaakt. Een derde brabbelt in zijn eigen fantasietaal. Toch verstaan we elkaar. Want elke vijf minuten komt er wel iemand zijn armen om me heen slaan. Of tikkertje spelen. Of zijn koppie tegen mijn schouder leggen. Vanmiddag kreeg ik een dikke knuffel en die ene vraag: “Roos, mag ik je mama noemen?” Uiteraard heb ik geknikt.

Roos Schlikker (46) heeft twee zonen, een man, een vader op leeftijd en veel vriendinnen. O ja… en zichzelf om voor te zorgen. Iedere week schrijft ze in Libelle wat haar bezighoudt.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden