null Beeld

PREMIUMcolumn

Sylvia: “Als we op vakantie gaan, sterft mijn moeder duizend doden”

Sylvia Witteman

Sylvia heeft plannen gemaakt om op vakantie te gaan en dat bezorgt vooral haar moeder veel stress.

De vakantie is een moeilijke tijd voor mijn moeder. Dan gaan haar kinderen op reis, en dat vindt ze maar niks. Ze gunt het ons graag hoor, natuurlijk, maar dat we wég zijn, dat zit haar dwars. “Wanneer gaan jullie?”, vraagt ze in juni al angstig. “En waar gaan jullie naartoe?”

“We gaan de derde week van juli naar Zuid-Frankrijk”, zeg ik dan. “De derde week? ”, zegt ze, en trekt haar agenda. “Welke datum?”, vraagt ze. “De 23e?” Ja, de 23e. “En wanneer komen jullie dan precies terug?” Ook dat schrijft ze op. Ze schrijft alles op, om haar onvrede te bezweren.

Ook wil ze weten hóe we daar naartoe gaan. Gaan we met de auto? O jee, en laten we de kinderen dan ook rijden? Is dat niet eng? “Nee, mama, dat is niet eng.” En stoppen we dan wel vaak genoeg? En hebben ze daar geen hele erge corona? En zullen we al het fruit goed wassen voordat we het eten? Of beter nog, schillen? En geen ijsklontjes in de frisdrank doen, want die zijn van kraanwater gemaakt! En oppassen voor strandverkopers, want...

Ik beloof het allemaal. Dan knikt ze, toch niet helemaal gerust. Vervolgens worden de vakanties van mijn broer en zus doorgenomen. “Je broer gaat de eerste helft van augustus naar Biarritz en je zus gaat de tweede helft van juli naar... wat was het ook alweer?” Dan pakt ze haar agenda erbij, want ook dat heeft ze opgeschreven. “O ja, Toscane”, zegt ze dan. “Je zus gaat naar Toscane... waar ligt dat ook alweer?”

Ik trek dan Google Maps open en wijs Toscane aan. “Goh”, zegt ze dan. “Nou, zaterdag de 30e komen ze weer terug. Als alles goed gaat. Ze moeten zich niet haasten, dan maar een dagje later thuis...” Tobberig kijkt ze voor zich uit. “Biarritz”, zegt ze. “Daar lijkt het me helemaal niet leuk...”

Mijn arme moeder. Vroeger was ze ook al zo. Als wij als tieners op reis gingen, stierf ze duizend doden. We kregen geld mee om haar af en toe te bellen. Dat deden we natuurlijk maar één keer, want het was een heel gedoe. Je moest zowat een kilo kleingeld hebben voor de telefooncel, en dan was de verbinding steevast slecht. Door het gekraak heen moesten we dan nog eens beloven al het fruit te schillen en ons geld in een linnen zakje onder onze kleren te bewaren.

Dat bellen is gelukkig een stuk makkelijker tegenwoordig. “Je kunt ons toch altijd bereiken?”, zeg ik tegen mijn moeder. “Als er iets is, ben ik binnen één dag thuis hoor.” Maar ook dat helpt niet. “In één dag kan ik wel hartstikke dood zijn”, antwoordt ze een tikje verontwaardigd. Ja, dat kan. Ook als ik gewoon in Amsterdam ben, want ik heb niet de almacht iemands dood tegen te houden; maar dat zeg ik niet hardop.

Mijn arme moeder. Pas als iedereen weer thuis is, kan ze rustig ademhalen. Eventjes. Want voor je het weet is het kerstvakantie.

Sylvia Witteman (56) is getrouwd, heeft een dochter (23), twee zoons (20 en 18) en katten Lola en Siepie.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden