null Beeld

PREMIUM

Sylvia: “Daar lag de vetstaaf op de grond, met ernaast een koolmeesje. Dood”

Sylvia Witteman

Sylvia kocht in de winter een vetstaaf vol zaden en graankorrels voor de vogeltjes buiten.

‘Vetstaaf XL’ heette het ding, een weinig elegante omschrijving voor wat toch een nobel doel had: de vogeltjes voederen aan het einde van de winter. Ik kwam de vetstaaf tegen in zo’n winkel waar je ook tuinkabouters kunt kopen, en fleecedekentjes, en grote dozen Quality Street toffees, en andere dingen waarvan je pas weet dat je ze nodig hebt als je ze uitgestald ziet.

Een vetstaaf dus, bezaaid met zaden en graankorrels, het geheel voorzien van een kek lusje en een zacht prijsje. Daar ging ik de vogeltjes op mijn balkon eens blij mee maken! Wel oppassen met de katten. Niet dat mijn katten ooit vogeltjes vangen: de vogeltjes landen niet op ons balkon als daar een likkebaardende kat op ze zit te wachten. Die katten zitten altijd binnen als er een vogel neerstrijkt. Dan moeten ze dus eerst naar de keukendeur sjokken en zich met hun dikke lijf door het kattenluikje wurmen. Tegen die tijd is het vogeltje natuurlijk allang gevlogen.

Die katten proberen het dus niet eens meer. Ze kíjken alleen maar en geven dan een heel dom mekkerend geluidje, een geluidje dat in kattentaal betekent: ‘Zeg, ik zie een vogeltje, maar ik kan er niet bij.’

Niks aan de hand dus, maar alsnog moest ik die katten niet in de kaart spelen met die vetstaaf. Die vogeltjes zouden wel eens zó in vervoering kunnen raken tijdens het smikkelen dat ze niet op of om zouden kijken, en mijn katten alsnog misbruik van de situatie konden maken.

Ik tikte een klein spijkertje hoog in de balkonmuur, waar zelfs een springende kat er niet bij zou kunnen. Daar hing mijn vetstaaf. En daar kwamen de vogeltjes al in groten getale verheugd aangefladderd. Maar niet heus. Er kwam helemaal niks of niemand. Die dag niet, de volgende dag ook niet en de rest van de week niet.

Of toch: elke ochtend was die vetstaaf wat kleiner en kaler geworden. De vogels kwamen dus als wij niet keken. Nou, op zich ook prima, nietwaar? Het ging er toch maar om dat ze te eten kregen. Wat ook leuk was: de gemorste zaadjes begonnen al na een paar dagen te kiemen op de balkonvloer. Een stukje echte natuur op ons bovenhuis! Maar toen ik vanochtend weer eens een vertederde blik op die prille grassprietjes wilde werpen, lag de vetstaaf op de grond, met daarnaast een koolmeesje. Dood.

Ach! Wat was hier gebeurd? Toch de katten? Maar het meesje zag er niet uit of hij door een kat was aangevallen, nee, elk veertje zat nog recht. Kunnen koolmezen een hartaanval krijgen? En waarvan dan? De aanblik van opa’s overvolle asbak op de balkontafel?

Het spijkertje was ook uit de muur, zag ik. Was het meesje misschien van die grasjes aan het eten geweest, op de vloer? En was de vetstaaf toen losgeraakt van de muur en op zijn hoofdje gevallen? Dan was het dus, met andere woorden, mijn schuld?

De katten keken hebberig naar het vogeltje in mijn hand.

Maar niks daarvan. Die kreeg een nette begrafenis.

Het was het minste wat ik kon doen.

Sylvia Witteman (56) is getrouwd, heeft een dochter (23), twee zoons (20 en 17) en katten Lola en Siepie.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden