Sylvia Beeld Ester Gebuis
SylviaBeeld Ester Gebuis

Column

Sylvia: “Elke avond luisterde ik verliefd naar Frits Spits. Wat een stem heeft die man!”

Ze is getrouwd, heeft een dochter (23), twee zoons (19 en 17) en katten Lola en Siepie. Deze week schrijft Sylvia Witteman (55) over de jaren 50 radio van haar jeugd.

Op dinsdagochtend wordt bij ons in de straat het grofvuil opgehaald. Op maandagavond kun je dus heel wat schatten vinden. In mijn studietijd leefde ik dankbaar van die spullen. Al mijn meubels en serviesgoed waren afdankertjes van de overvloed van anderen. Inmiddels heb ik zélf veel te veel spullen, waarvan het meeste ouwe troep. Toch kan ik het niet laten om op maandagavond een blokje om te lopen: alleen maar kijken, zeg ik dan tegen mezelf. Nee, ik neem niets mee. Gisteren trof ik naast de vuilcontainer een oude radio aan. Jaren vijftig, schatte ik. Een grote, houten kast met zo’n pleisterkleurig breiwerkje ervoor gespannen. In mijn jeugd hadden mijn ouders er ook zo een. Dat ding stond altijd op Hilversum 1, letterlijk dag en nacht: mijn vader zette hem nooit helemaal uit, want dat kon om de een of andere reden niet. Hij draaide voor het slapengaan het volume op zijn laagst, om het zodra hij weer opstond omhoog te draaien tot een kabbelend beekje van klassieke muziek.

Magie van de radio

Deze radio naast de vuilnisbak was van Franse komaf, met stations als ‘Algérie’, ‘Paris’, ‘Andorre’ en ‘Bruxelles’, maar ook Hilversum 1 en 2 stonden erbij, tussen ‘Rabat’ en ‘URSS’. ‘Hilversum 3 bestond nog niet’, zong Herman van Veen in 1984 in zijn beroemde liedje vol heimwee naar zingende metselaars en fluitende melkboeren die geen radio nodig hadden, ‘want ieder had zijn eigen stem’. Een jaartje later zou Hilversum 3 al niet meer bestaan, nou ja, het bestaat nog steeds, maar heet nu ‘NPO 3FM’. Vertederd bekeek ik de oude radio en dacht, op míjn beurt met heimwee, aan Hilversum 3. Mijn ouders scheidden definitief toen ik een jaar of twaalf was. Mijn vader nam de oude radio mee, mijn moeder kocht een nieuwe en met de eeuwig kabbelende klassieke muziek was het afgelopen in ons huis. Heerlijk! Weg met de terreur van Schubert en Rachmaninov, welkom Donna Summer, Rod Stewart, Smokie en Boney M.! Ik lééfde in die tijd voor popmuziek. De hele dag stond Hilversum 3 keihard aan en elke avond luisterde ik verliefd naar Frits Spits. Wat een stem had die man! Dat was de magie van radio, je hoefde helemaal niet te weten hoe al die heerlijke stemmen eruitzagen. En kwam je er toevallig tóch achter, dan was het meestal een ontgoocheling (al heeft Frits nog steeds een fraaie, markante kop, eerlijk is eerlijk).

Meer rust, minder radio

De tijd verstreek. Ik werd moeder. Met het lawaai van drie kleine kinderen om me heen kreeg ik steeds minder behoefte aan muziek en méér aan rust, en dat is zo gebleven. We hébben niet eens meer een radio, realiseerde ik me verbaasd. Nou, dit was mijn kans. Aarzelend tilde ik het oudje op. Wat was hij zwaar! Ik zag al voor me hoe mijn kinderen me zouden uitlachen. Ze hebben gelijk ook. Hij was waarschijnlijk kapot. Trouwens, we hebben een gezinsabonnement op Spotify en zelfs dáár luister ik zelden naar. Ik zette de radio voorzichtig terug op straat en sloeg het spinrag van mijn handen. Ik hoop maar dat hij is meegenomen door iemand die héél goed voor hem zorgt.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden