null Beeld

PREMIUMColumn

Sylvia: “Erg vermoeiend, dat geschreeuw tegen elkaar”

Sylvia Witteman

Corona kent veel nare bijverschijnselen en ook Sylvia heeft daar last van.

Het interessante van de diverse lichaamsonderdelen is dat je pas weet dat je ze hebt als ze gaan haperen. Mijn oren bijvoorbeeld. Na de doorstane corona (ja hoor, ik leef nog, dank u) ben ik een tikje aan de dove kant gebleven. Dat gaat vast vanzelf wel weer over. Dat laatste zou ik natuurlijk aan de huisarts kunnen vragen, maar die zegt bij álles dat het vanzelf wel weer over gaat, dus dat kan ik net zo goed laten.

Hinderlijk is het wel. Ik heb de zondige neiging om gesprekken van wildvreemden in de openbare ruimte af te luisteren, en dat is lastiger geworden. Ik kan toch moeilijk aan twee gedempt roddelende dames in de rij voor de kassa vragen of het misschien wat harder kan?

Ook thuis is het behelpen. De bromstemmen van mijn jongens vervormen geregeld tot een monotone brij waarvan ik alle sappige details misloop, zodat ik er pas vaak dagen later achter kom welke vriend er voor de vijfde keer is gezakt voor zijn rijexamen, en dat het amper twintigjarige meisje X zwanger is (wááát?), besloten heeft het te houden (ééécht?) en zelfs gaat trouwen (wat heerlijk ouderwets!).

En dan is er nog huisgenoot P. Die is zélf een tikje doof, al jaren. Bij hem is het niet plotseling gebeurd, zoals bij mij, maar heel geleidelijk. Hij heeft daardoor allerlei trucs geleerd om zijn doofheid te verhullen. Zo schreeuwt hij niet “Wat?!” als hij iets niet verstaat, nee, hij glimlacht vriendelijk en wacht rustig af tot hij de kern van de zaak uit het verdere verloop van het gesprek kan construeren. Dat lukt vaak prima.

Als dat niet lukt, stelt hij vragen. “Zei je nou iets over een houten schoen?” vraagt hij bijvoorbeeld. Dan antwoord ik: “Nee, ik zei dat ik vergeten was zout in de soep te doen.” Dan knikt hij, en pakt het zout. Zo kan hij er prima mee leven.

Maar nu zijn we dus allebéi doof. Dus gaat de conversatie als volgt. “Ik ben vergeten zout in de soep te doen”, zeg ik. Waarop hij vraagt of ik iets zei over een houten schoen. Dat versta ik, op mijn beurt niet. “Een houten wát?” zeg ik dan. “SCHOEN!” roept hij. “Je hoeft niet zo te schreeuwen!” roep ik terug. “Nee, ik zei niks over een houten schoen. Waarom zou ik? Bestáán er überhaupt houten schoenen? Ja, klompen. Oké. Maar nee, ik zei dus dat ik VERGETEN WAS OM ZOUT IN DE SOEP TE DOEN!”

Tegen die tijd rollen onze kinderen uiteraard over de grond van het lachen, en de soep wordt een stuk minder heet gegeten dan de bedoeling was. Ook is het erg vermoeiend, dat geschreeuw tegen elkaar. En ik ben tóch al zo moe, na die corona. Dus wat doen wij nu? We praten zo min mogelijk. We zitten dicht naast elkaar op de bank. En we kijken samen fijne series, met het geluid keihard.

Het is eigenlijk heel gezellig, en zo wennen we ook alvast aan de onherroepelijk naderende oude dag.

Sylvia Witteman (56) is getrouwd, heeft een dochter (23), twee zoons (20 en 18) en katten Lola en Siepie.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden