null Beeld

PREMIUMcolumn

Sylvia: “Het legenestsyndroom? Dat wordt beslist geen zwaar geval voor mij”

Sylvia Witteman

Zolang haar twee zoons nog thuiswonen, heeft Sylvia geen last van het legenestsyndroom. En eigenlijk ziet ze ook niet echt tegen die lege tienerkamers op...

Tot nu toe moet ik bekennen dat dat legenestsyndroom me erg is meegevallen. Of tegengevallen, het is maar hoe je ’t bekijkt. Mijn dochter is allang het huis uit, mijn twee zoons zitten er nog. De oudste studeert in Utrecht, maar daar zijn geen kamers te krijgen, vooral als je niet heel hard je best doet om er een te vinden. Nou ja, Utrecht is niet zo ver van Amsterdam, twintig minuten met de trein en bovendien ‘gratis’ met de ov-kaart voor studenten. Vindt hij het dan niet vervelend om nog bij zijn ouders te wonen? “Ik heb eigenlijk niet zo veel last van mijn ouders”, hoorde ik hem aan de telefoon tegen een vriend zeggen. Ik beschouw het maar als een compliment. Nu heeft hij inderdaad niet veel last van zijn ouders, en zijn broertje ook niet. Die jongste heeft gekozen voor een zogeheten ‘tussenjaar’, waarschijnlijk om een beetje bij te komen van de drie maanden woest feesten na zijn eindexamen. Vrijheid, blijheid, hè?

Wij vinden alles best, en eerlijk is eerlijk: ze zijn tegen ons óók niet streng. Wij mogen de tv gebruiken als zij hem niet nodig hebben en we mogen zelfs boeken en kranten lezen in de huiskamer, zolang we maar niet door een voetbalwedstrijd heen praten. Dus terwijl zowat al mijn vriendinnen snikkend door galmend lege tienerkamers dwalen, liggen hier gewoon de scheenbeschermers nog in de fruitschaal en breek ik elke dag bijna mijn nek over die acht (ja, acht!) brommerhelmen op de trap.

Lastig is het vooral met boodschappen doen. “Eten jullie vanavond thuis?”, vraag ik elke dag. Ik moet toch een inschatting maken: komen ze niet aan tafel, dan eten we een visje met lekker veel groente. Vis ligt moeilijk bij die jongens. Eten ze thuis, dan komen er grote pannen pasta of rijst aan te pas. En kip natuurlijk. Kip is altijd goed. Het antwoord is altijd ‘we weten het nog niet’. Want ja, plannen voor de avond worden natuurlijk niet op een onchristelijk tijdstip als twee uur in de middag gemaakt. Dan zul je net zien: reken ik wél op ze, dan hebben ze opeens een oploopje bij een jarige vriend of een studentenborrel die ontaardt in döner kebab, zodat ik met al die kip blijf zitten. Reken ik niet op ze, dan komen ze opeens allebei met een loslopende vriend of vriendin aanzetten, zodat ik in allerijl creatief moet zijn met kliekjes.

Geen ramp allemaal (“Mama, stel je niet aan, we eten die kip morgen wel als ontbijt”), maar soms word ik er een beetje moe van. Zo hoorde ik mezelf gisteren hardop de gevreesde moeder-verzuchting doen: “Ja zeg, het is hier geen hotel!” Er viel een stilte. De jongens keken elkaar aan. “Nee, zéker is het hier geen hotel”, zei de een. “We moeten zélf ons ontbijt maken!” Waarop de ander zei: “Klopt. En we hebben niet eens een minibar op onze kamer!”

Mocht ik ooit nog last krijgen van dat legenestsyndroom: dat wordt beslist geen zwaar geval.

Sylvia Witteman (56) is getrouwd, heeft een dochter (23), twee zoons (20 en 18) en katten Lola en Siepie.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden