null Beeld

PREMIUMcolumn

Sylvia: “Ik piekerde over het Russische woord voor ‘belegen’. Geen idee”

Sylvia Witteman

Sylvia heeft een logé die gek is op Nederlandse kaas. Aan haar de door zichzelf opgelegde taak om hem kennis te laten maken met zo veel mogelijk verschillende soorten.

We hebben een Russische vriend te logeren. Hij heet Aleksander, kortweg Sasja, Sjoerik voor intimi. En intimi zijn we, want we kennen elkaar al dertig jaar, nog uit de tijd dat we in Moskou woonden. Indertijd was Sjoerik een magere, rusteloze kettingrokende jongen met sombere, zwarte ogen. Nu is hij vijfenvijftig, wat uitgedijd, zijn tweede huwelijk is in kalm vaarwater beland en het roken heeft hij afgezworen. Ja, ook voor de kinderen. Somber kijkt hij ook niet meer. Natuurlijk is er genoeg ellende, zeker in de voormalige Sovjet-Unie, waar hij opgroeide. Nu is hij in Nederland, en in Nederland hebben ze de lekkerste kaas. Vindt hij. Uit Gouda. Hij spreekt het uit als ga-oe-da. Het belang van onze kaasschaaf, waar hij ooit zo om moest lachen (“Is dat Hollandse gierigheid?”), begrijpt hij inmiddels.

“Welke kaas vind je het allerlekkerst?”, vroeg ik. Je wilt je gasten tenslotte graag verwennen, zeker als ze uit een land komen waar geen kaas van betekenis wordt gemaakt. Ik herinner me een rubberige kaas met de naam Atleet en een tragische smeerkaas die Jantar (amber) heette. Verbaasd keek Sjoerik me aan. “Hoe bedoel je, welke vind je het lekkerste?” vroeg hij. “Ik vind die Nederlandse het lekkerste. Zijn daar dan verschillende van?” Jeetje, hier was werk aan de winkel. Ik haalde een stuk belegen boeren uit de ijskast en het hompje oude brokkelkaas dat daarachter lag. Ook pakte ik de plakken voorgesneden jonge kaas die de kinderen voor tosti’s gebruiken. “Kijk, dit is allemaal Gouda”, zei ik. “Proef maar hoe verschillend ze zijn.”

Hij proefde. Ik legde uit. Deze heeft wel een maand of tien op de plank gelegen, deze maar een paar weken en deze een maand of drie, vier. Oud, jong, en... ik piekerde over het Russische woord voor belegen. Geen idee. Interessant woord, eigenlijk, want je gebruikt het alleen voor kaas. Kun je belegen überhaupt vertalen? Als rijp misschien? Volwassen? Terwijl ik nadacht smikkelde Sjoerik van de kaas. “Ik snap het”, zei hij. “Er zijn drie soorten. Pittig, een beetje pittig en zacht. Lekker hoor, alle drie. Jullie boffen maar. Nou ja, in Frankrijk hebben ze ook een heleboel verschillende kaas. Nog veel meer dan bij jullie”, sprak hij met volle mond. Wacht eens even. Moest ik dit op me laten zitten? “Kom, we gaan naar de kaasboer”, zei ik en trok Sjoerik aan zijn arm naar buiten.

Even later stonden we daar, in die winkel vol goudgele wagenwielen. “Kijk!”, riep ik. En ik somde op: “Boerenkaas. Graskaas. Hooikaas. Meikaas. Commissiekaas. Kernhem. Nagelkaas. Komijnekaas. Rommedoe. Licht belegen. Extra belegen. Snijdbaar oud. Overjarig. Gerookte kaas. Edammer. Old Amsterdam. Maasdammer. Leerdammer. Beemster. Hollandse geitenkaas. Kruidenkaas. Mosterdkaas. Kaas met...”

Met open mond keek Sjoerik om zich heen. “Weet je”, zei hij. “Als kind werd me verteld dat Eskimo’s honderd verschillende woorden hadden voor sneeuw. Toen ik opgroeide, kwam ik erachter dat het niet waar was. Ik was diep teleurgesteld. Maar nu weet ik dat Hollanders honderd woorden hebben voor kaas, en dat is een hele troost.”

Sylvia Witteman (56) is getrouwd, heeft een dochter (23), twee zoons (20 en 18) en katten Lola en Siepie.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden