null Beeld

PREMIUMCOLUMN

Sylvia: “Later als ik groot ben, eet ik zo veel ijsjes als ik wil, beloofde ik mezelf”

Sylvia Witteman

Sylvia pakte de opvoeding van haar kinderen heel anders aan dan haar moeder. Maar een verschil in de uitkomst lijkt er toch niet te zijn.

“Mogen we een ijsje?” ’s Zomers zoemde die vraag de hele dag rond mijn moeders hoofd, hinderlijk als een wesp. Het antwoord was meestal nee. IJsjes waren duur, vond ze. En we hadden er ‘gisteren al een gehad’. Dan zetten wij, kinderen, een tandje bij. “Maar het is zo warm!” Dan volgde steevast de repliek: “Van iets kouds krijg je het alleen maar warmer en van zoetigheid krijg je alleen maar meer dorst. In écht warme landen drinken mensen juist thee. Zónder suiker!”

Dat laatste was de genadeslag, want wij wilden thee mét suiker. Indertijd was overgewicht nog geen probleem onder kinderen, maar cariës des te meer. “Probeer het een week zonder en je wil niks anders meer”, zei mijn moeder. Ze kreeg nog gelijk ook. Op mijn tiende hield ik op met suiker in de thee en ik ben er nooit meer aan begonnen. Met die ijsjes lag het gecompliceerder. Een keer in de week een ijsje, dat was zo’n beetje de norm. En dan zeker geen Cornetto of zelfs maar een Split. Nee, een waterijsje mocht het zijn. Hooguit een dubbellikker. “Eigenlijk zijn dat twéé ijsjes, hoor”, zei mijn moeder er dan bij, om te benadrukken dat we mazzelaars waren. Gelukkig waren we met z’n drieën. Waren we met vier kinderen geweest, dan hadden we die dubbellikkers vast moeten delen. En van de buurvrouw kregen we weleens een vrieslollie. Dat waren van die langwerpige plastic zakjes gevuld met limonade, die ze zelf invroor. Ze kostten bijna niets en ze smaakten ook naar bijna niets, maar ja, een ijsje was een ijsje. Je zoog de smaak eruit en dan bleef er een kleurloos staafje ijs over dat je in de nek van je zusje kon laten glijden.

Later als ik groot ben, ga ik zo veel ijsjes eten als ik wil, beloofde ik mezelf plechtig. Het wérd later, ik wérd groot en zoals die dingen gaan: ik gaf niks meer om ijsjes. Ik had liever een kop thee zonder suiker en was dus in feite in mijn moeder veranderd. Toen eind jaren tachtig in een wolk van laaiend enthousiasme de eerste Magnum verscheen, moest ik die toch ook eens proberen. Halverwege werd ik zó misselijk van dat loodzware ding dat de eerste meteen ook de laatste was.

Ik kreeg kinderen. Mijn eigen schrale jeugd indachtig mochten ze van mij een ijsje zo vaak ze maar wilden. Een eindeloze stroom van Raketjes, Magnums, Calippo’s en Cornetto’s is in die kinderen verdwenen, afgewisseld met Italiaans schepijs, softijsjes van de Hema en bakken Ben & Jerry’s. “Mogen ze er alwéér een?”, gruwde mijn moeder. “Je bederft ze, hoor!”

Nu zijn mijn kinderen groot. Ze vragen nooit meer om een ijsje. “Zeg, zullen we zo’n lekker bolletje pistache halen bij Massimo?”, zei ik gistermiddag. Heel af en toe heb ik daar wel zin in en het was een warme dag. Maar mijn zoons haalden hun schouders op. “Je krijgt alleen maar méér dorst van ijs”, zeiden ze. Ze namen nog een slok thee, zonder suiker. Alles komt vanzelf goed.

Sylvia Witteman (56) is getrouwd, heeft een dochter (23), twee zoons (20 en 18) en katten Lola en Siepie.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden