null Beeld

PREMIUMColumn

Sylvia: “Mijn zorgzaamheid heeft de neiging uit de hand te lopen”

Sylvia Witteman

Sylvia heeft niet bepaald groene vingers. Toch blijft ze trouw haar verdorde planten water geven. Tot op het krankzinnige af, volgens haar man...

Bijzonder veel deugdzame eigenschappen heb ik niet, maar een ding moet ik mezelf nageven: ik doe geen vlieg kwaad. Letterlijk. Als ik een torretje, spinnetje, wesp of ander nederig beestje in huis aantref, vang ik het zo voorzichtig mogelijk en zet het buiten (oké, eerlijk gezegd laat ik alle spinachtigen door huisgenoot P buiten zetten, die dan heel heldhaftig doet alsof hij dat niet eng vindt). Ik probeer daarbij zelfs te bedenken op welke plant het beestje in kwestie het liefst wil bijkomen van de schrik. Het lieveheersbeestje vindt het vast gezellig op mijn rozemarijnpolletje, de hommel laat ik los boven de basilicum. Ja, over alles denk ik na: ik heb zelfs een keer het leven van een uitgeputte wesp gered met een piepklein druppeltje limonadesiroop op een eierlepeltje. Door mijn leesbril ging ik zitten toekijken hoe hij het langzaam opdronk, de vleugeltjes strekte en energiek de keukendeur uitvloog.

Ja, ik kom vast in de hemel, mocht die bestaan. Alleen, mijn zorgzaamheid heeft de neiging uit de hand te lopen. Ik heb niet alleen een hart voor mieren, kevertjes, motjes en bijen, maar ook voor, ja, lach maar: zielige planten. Ik kan een plant, hoe lelijk en aftands ook, niet weggooien. Dan moet je geen lelijke planten kopen, zeg je nu. Maar dat is nog niet zo eenvoudig. Lelijke planten koop je niet, die sluipen je huis binnen.

Een muf cactusje dat mijn zoon ooit op zijn verjaardag kreeg. Het zieltogende kerstboompje-met-kluit dat ik twee kerstmissen geleden bij de supermarkt kocht. De verpieterde potpalm die al vier internationale verhuizingen heeft ondergaan. Hij bestaat voornamelijk uit dorre, bruine slierten, maar ergens in het midden groeit nog een enkel groen sprietje.

Had ik nou maar groene vingers, dan kon ik zo’n plant misschien nog opkweken tot iemand met een plantwaardig bestaan. Maar helaas. Zelfs al zet ik die stumpers in een grotere pot met verse aarde, ze blijven kwijnen. ‘Gooi toch weg...’, fluistert het duiveltje op mijn schouder weleens, bijgestaan door mijn moeder. Maar dat kan ik niet. Gewoon geen water meer geven tot ze écht dood zijn? Dat kan ik al helemáál niet. Dus sta ik twee keer per week zuchtend met mijn gietertje al die aftandse groeisels te besprenkelen.

‘Nee, nú ben je echt krankzinnig geworden’, zei huisgenoot P vorige week. Hij trof mij juist op het moment dat ik de van het eten overgeschoten kontjes van drie lente-uitjes met hun worteltjes in een pot met vochtige aarde zette. En tegen de kinderen: ‘Kijk, mama begraaft gft-afval.’ Ik stak mijn tong uit, gaf de uienkontjes nog een lekkere slok water en zette de pot in de vensterbank.

De volgende dag hadden de uitjes groene sprietjes gekregen. Een paar dagen later al waren de sprieten uitgegroeid tot volwaardige, frisse, knapperige stelen. ‘Ongelooflijk’, zei mijn gezin. ‘Een wonder! Die kun je vanavond lekker door de sla doen!’

Door de sla? Die ene keer dat iets wél wil groeien in mijn huis? Niks daarvan.

Ik ga die uitjes in leven houden tot ze door het dak groeien. En daarna nog steeds.

Sylvia Witteman (56) is getrouwd, heeft een dochter (23), twee zoons (20 en 18) en katten Lola en Siepie.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden