null Beeld

PREMIUMcolumn

Sylvia: “Welke werkende vrouw klopt nog Haagse bluf?”

Sylvia Witteman

Sylvia heeft een kookboek uit 1952 gekregen en beseft hoe anders het leven van vrouwen er jaren geleden uitzag.

Van een weldoenster kreeg ik een interessant boekje: Smakelijk en snel, kookboek voor de werkende vrouw. Het stamt uit 1952. Werkende vrouwen waren toen meestal kleuterjuf, verkoopster, verpleegster of secretaresse en ze hielden op met werken zodra ze getrouwd waren. Dat hóórde. Daarna hadden ze (onbetaald) werk genoeg in het huishouden, dat een stuk zwaarder was dan nu.

Ook waren getrouwde vrouwen volgens de wet ‘handelingsonbekwaam’: ze mochten geen geld uitgeven zonder toestemming van hun man, afgezien dan van het wekelijkse huishoudgeld. Want, zo schreef het tijdschrift Vrij Nederland in 1949: ‘De man kan moeilijk de hele dag thuisblijven om de bakker en de melkboer te betalen. Hij heeft wel wat beters te doen’. Over dit alles dacht ik na terwijl ik in het boekje bladerde. Het is geschreven door mevrouw A.G. del Baere-Rovers. Gezien die dubbele achternaam was ze getrouwd, dus moest ze de royalty’s officieel afstaan aan haar man. Nu maar hopen dat ze er zelf iets van mocht houden om af en toe taartjes te kopen, of een nieuwe hoed.

Hoe zag het leven van een werkende vrouw in 1952 eruit? Sober. ‘U zult wel niet in het bezit van een koelkast of kelder zijn’, veronderstelt de schrijfster in haar voorwoord. ‘Vlees wordt ongezouten bewaard op een bord, afgedekt tegen vliegen. Braad gehakt dadelijk. Bewaar gebraden vlees onder de jus afgesloten. Wist u dat koud vlees met een vlijmscherp mes op een houten plankje gesneden nog zo veel oplevert? Een enkel plakje daarvan kan als broodbelegging dienen’.

Vlees was duur zo vlak na de oorlog en de voorgeschreven porties zijn dan ook verrassend klein. Vijftig gram biefstuk, honderd gram gehakt voor twee dagen, een ‘vogelnestje’ van veertig gram vleesresten. Wat vis betreft: ‘Vis bakken wordt in dit boekje niet behandeld. Op de baklucht kunnen kamerbewoners hun medebewoners niet tracteren’.

Daar stonden royale porties groente tegenover, en aardappelen in hoeveelheden die een heel gezin tegenwoordig amper wegwerkt. Bijna vijfhonderd gram per persoon! Die groentes werden vrijwel zonder uitzondering minimaal een halfuur gekookt en opgediend met een maïzenapapje. Door de prei ging een scheutje azijn, zag ik tot mijn vertedering. Zo deed – en doet! – mijn moeder het ook. Tomaten werden ontveld, in plakken gesneden en tien minuten gestoofd (hoe bleven die plakjes heel?!), komkommer moest vijftien minuten koken (en ook weer worden gebonden met maïzena), maar niet dan nadat men eerst ‘de bittere punten’ eraf had gesneden.

Komkommers hebben al heel lang geen bittere punten meer. Ook hoeven boontjes niet meer afgehaald te worden, zoals mijn oma nog deed, en boerenkool niet meer afgestroopt. Wij maken geen toetjes meer met de romantische naam Alpenglühn, want welke werkende vrouw neemt nog de moeite helemaal alleen voor zichzelf Haagse bluf te kloppen en die ‘in de vorm van bergen’ op zelfgekookte custardvla te scheppen?

Ik zag haar voor me, die werkende vrouw in 1952, op haar armetierige kamertje boerenkool afstropend, vla kokend op dat ene pitje, die enorme berg aardappelen schillend, dat halve onsje vlees in dunne plakjes snijdend. Ik kon me bijna voorstellen dat ze dan in godsnaam maar snel ging trouwen.

Bijna.

Sylvia Witteman (56) is getrouwd, heeft een dochter (23), twee zoons (20 en 18) en katten Lola en Siepie.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden