null Beeld

PREMIUMnieuwe column

Tessa: “Mijn moeder is Amsterdammer in hart en nieren, maar inmiddels evengoed thuis in Suriname”

Tessa Leuwsha

In haar jeugd was Suriname voor haar net zo’n onbekend oord als elk ander buitenland, maar inmiddels woont Tessa Leuwsha alweer 25 jaar in het land van haar vader. Vanaf nu schrijft ze, vanuit Paramaribo, elke week een column in Libelle.

Ik sta in mijn tuin in Paramaribo, mijn telefoon tegen mijn oor gekleefd, want het is rond de dertig graden. De stem van mijn moeder uit Amsterdam kraakt maar net boven de wild kwetterende vogels uit. Toch is het belgeluid nog altijd tien keer beter dan ruim vijfentwintig jaar geleden, toen ik kersvers in Suriname was en een overzees gesprek nog bij het telefoonbedrijf moest worden aangevraagd. “Hallo ma, ik leef nog hier in de tropen!” riep ik dan vanuit een stoffig belhokje.

“Ja, leuk. Doen we dat toneelstuk!” zeg ik, ondertussen denkend aan mijn uitpuilende to-do list voor in Nederland. Ieder Surinaams ‘landskind’ weet hoe lastig jongleren het kan zijn: contact onderhouden tussen hier of daar wonende moeders, vaders, dochters en zonen. De eeuwige spagaat. Er wordt wat op en neer gereisd tussen Suriname en het oude moederland, omdat we met z’n allen nog steeds die ene zelfde taal delen, in Suriname overgoten met een warme saus.

Ronduit verbaasd ben ik dan ook als ik op dag één in Amsterdam achter me in de tram twee blonde jongens een paar onvervalste Surinaamse woorden hoor zeggen: “Nee, ik ga nu naar m’n oso (huis) en dan bel ik straks met m’n sma-tje (meisje). Hé, wat vind je eigenlijk van m’n nieuwe pata’s (gympen)?” Ik voel me gelijk thuis.

Daar lopen we dan die vrijdagavond, moeder-dochterlijk gearmd langs de Amstel. Toen ik in Amsterdam opgroeide had ik nog oogkleppen op, maar van een afstand wordt alles nostalgisch mooier: de lichtjes op de Magere Brug, het pompeuze theatergebouw. Voor de ingang staat die ene portier in rood kostuum, in mijn ogen een Surinamer, die op theatrale wijze het publiek verwelkomt. Ik geef hem een knikje; mijn vader deed dat vroeger met alle mensen die op hem leken, puberaal stom vond ik dat toen.

Mam en ik beklimmen de trappen naar het balkon en ik voel iets warms en stroperigs in mijn buik om haar: 81 jaar nu, kek jasje aan, stoere laarsjes. Amsterdammer in hart en nieren, maar inmiddels evengoed thuis in Suriname, omdat ik het in mijn kop heb gehaald daar te gaan wonen. Ik hou mijn hart vast voor welk land mijn dochter later zal kiezen.

Vaderland, moederland, het verschil heb ik nooit echt gesnapt. Het is maar net waar je oso staat, denk ik.

Schrijver en documentairemaker Tessa Leuwsha (55) woont en werkt in Paramaribo. Ze is getrouwd en heeft twee volwassen kinderen.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden