null Beeld

PREMIUMcolumn

Wieke: “Fijn dat de boom staat, nog fijner als-ie weg is”

Wieke Biesheuvel

Het is voor Wieke weer tijd om de kerstboom op te zetten. Dat blijkt nog een heel gezoek.

Vorig jaar was het ding er toch nog? De transformator van onze kerstboom? Wat ik met het onderstel heb gedaan? Joost weet het ook niet. De kerstboom is er wel. In een oude dekbedhoes, met de tekst: h2o = water. Ik had hem in drie delen in die hoes gepropt en naar de garage gesleept. Rob viel erover, en zei vervolgens iets waarvan onze ouders in shock zouden zijn geraakt. Hoewel zij al ernstig ontregeld waren als wij vroeger ‘getsiederrie’ zeiden. Dat was een vloek, vonden zij. Nu riep hij iets met twee o’s erin.

Ik weet echt niet meer waar ik die standaard met transformator heb gelaten. Ik heb wel een kast ingericht als kerstkast, dus je zou denken dat ik de boel daarin heb opgeborgen. Niet dus. Als ik Rob ergens mee over de kling jaag, dan is het met spullen die een beetje, of heel erg, kwijt zijn. “Hij kan het huis niet uitgelopen zijn”, sus ik, “want vorig jaar hebben we ’m nog gebruikt.” Uiteindelijk vinden we de standaard op zolder. Bezopen plek.

Het kost tijd (en verlies van kerstgevoel) om die boom te ontwarren. Maar áls-ie dan staat? Dan kan ik op de versiertoer en dat is het leukste werk. Ik koop nooit nieuwe ornamenten, omdat we dozen vol jarenoud versierspul hebben met een leuk verleden. Groene paardjes met glitter. Dochter vond ze ooit zo prachtig, dus vooruit. Een engel uit Texas, van het gastgezin van oudste zoon gekregen. Een geborduurd laarsje van vriendin Alison, met: Katete 2014. Is het echt al acht jaar geleden dat we daar woonden? Ik kan er slecht aan wennen dat de tijd maar door sjeest. Nooit eens een pauzestand.

Aan de achterkant van de boom hang ik bijna niks en daar doen de lichtjes het ook niet. Van achteren wonen geen mensen, zei mijn moeder altijd. Niemand ziet het, omdat de boom met zijn rug tegen de muur staat. Voelt hij ook eens hoe dat is. Ik mail naar een vriend dat de boom eindelijk staat, en dat ik heel blij zal zijn als hij weer de deur uit kan. Een teken dat, als het een beetje meezit, al over twee maanden de krokussen hun kop boven de aarde uitsteken. Vriend vindt het de ultieme kerstwens: ‘Fijn dat de boom staat, nog fijner als-ie weg is.’

We maken een plan om de boom straks zo op te bergen, dat het geen hele middag kost om de boel te ontwarren. In het tuinhuis? Als we de takken wat naar elkaar toebuigen, kan dat prima. Op 4 januari is mijn broer jarig en bij ons thuis ging de boom dan onverbiddelijk op de 5e naar buiten. Maar er is nu niets op tegen om op 3 januari die stap al te zetten. Of de 2e. Op naar de krokussen.

“Welke krokussen?” vraagt Rob. Allemachtig, liggen de krokusbolletjes nog in een zak te wachten op het eeuwige leven. HEB IK ZE NOG NIET GEPLANT! Getsiederrie!

O nee, dat is geen kerstgedachte. Er zijn veel ergere dingen. Wat denken jullie… kan het nog, die bolletjes in de grond stoppen?

Wieke Biesheuvel is getrouwd met Rob, heeft 3 volwassen kinderen en 7 kleinkinderen. Wieke woonde in bijna alle Nederlandse provincies én in Zambia, maar heeft nu haar hart verpand aan Noordwijk. Ze houdt van LLL: leven, lachen en laat-toch-waaien. En eigenlijk is er nog een vierde L, namelijk die van Libelle-lezeressen.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden