null Beeld

PREMIUMCOLUMN

Wieke: “Ik heb zomaar mijn eigen Efteling thuis”

Wieke Biesheuvel

Wieke krijgt nieuwe ramen, ze had niet verwacht dat er zoveel herrie in het huis zou ontstaan en zoekt een manier om eventjes te ontsnappen.

Klokslag zeven uur zullen ze er zijn, de mannen die onze ramen komen vervangen voor iets duurzaams. Zal wel meevallen, denk ik optimistisch en tel er een half uurtje bij.

Echt niet. De bel. Badjas aan en opendoen. Vier mannen. Drie enorme auto’s met spullen, een bestelauto met een trap op het dak en een heftruckachtig iets met de nieuwe ramen. De mannen zijn al lang wakker, dus die beginnen meteen te praten, iets wat ik slecht verdraag op dit ongure uur. Van niemand, laat dat duidelijk zijn. Het lijkt wel of ze overal tegelijk zijn. De enige veilige plek is de badkamer, daar gebeurt niets. De mannen zijn hartstikke aardig en ook voorzichtig met onze spullen, dus “Hou alsjeblieft allemaal jullie koppen dicht en doe eens zachtjes” roepen kan niet. Dat begrijp ik zelfs. Ik moet stukjes tikken. Wáár moet ik met mezelf naar toe?

In rap tempo wordt er een steiger opgezet. Zoon komt langs, met twee kindjes in de auto: “Mam, mag ik even onze sleutel, de mijne ligt binnen en ik ben hun laarsjes vergeten!” Sleutelbos zoeken. Terwijl ik nodig naar de wc moet, maar daar kan ik voorlopig niet in, want er staat een rij. Drie van de vier mannen moeten ook. En op de bovenste wc zit Rob. Ik denk omdat dat ook een veilige plek is.

Als zoon weg is met mijn inmiddels gevonden sleutelbos, zegt een van de mannen: “Mevrouw, zometeen komt de kraan!” De kraan? Wat voor kraan, we hebben toch overal kranen? “Een hijskraan, mevrouw. Om de ramen naar boven te takelen.” Wat zullen zij mij een pannenkoek vinden, maar o jee, zijn ze dus boven ook al bezig? Ik kan nog net mijn laptop weghalen.

Je moet helemaal niet thuis willen zijn onder deze omstandigheden. Maar ze willen natuurlijk koffie. Een tafeltje in de badkamer zetten dan? Geen optie, het is overal een enorme herrie. In de keuken is het nog relatief rustig. Laptop op tafel en tikken maar. “Mevrouw?” Zucht. Waar een roostertje moet, in het middelste of meest rechtse deel? Weet ik veel? “Doe maar wat jullie het handigste lijkt”, zeg ik. Tien minuten later komt Rob vragen, waarom ik heb gezegd dat het roostertje rechts moest, want dat moest juist in het midden. Ik zucht weer. Na de derde zucht, omdat Rob zegt dat het sleutelkaartje van de auto kwijt is, terwijl hij nu nu nu naar de fysiotherapeut moet, gil ik: “Heb ik je vanochtend gegeven, doe je ogen open als je iets zoekt!”

Appje van de kleindochters: “Ha oma, wij gaan met school naar de Efteling!” Nou liefjes, veel plezier hoor! Hier is het ook een soort pretpark: veel rode auto’s, een enorme steiger, mannen in rode werkpakken en alle oude ruiten zijn er nu uit, wachtend op de nieuwe. De wind giert door ons pand. En daar hebben we de hijskraan. Oma heeft zomaar haar eigen Efteling. Maar oma, die het niet langer trekt, en toch al nooit gecharmeerd was van de Efteling, besluit weg te lopen. Ze appt haar schoondochter: “Mag ik in jullie huis tikken?” Dat mag. Dus hier zit ik dan. Kindjes naar de opvang, zoon en schoondochter aan het werk. Wat een weldadige stilte. Stukje is af. De bank lokt. Ik ga een dutje doen, zoveel fijner dan verplicht naar de Efteling moeten.

Wieke Biesheuvel is getrouwd met Rob, heeft 3 volwassen kinderen en 7 kleinkinderen. Wieke woonde in bijna alle Nederlandse provincies én in Zambia, maar heeft nu haar hart verpand aan Noordwijk. Ze houdt van LLL: leven, lachen en laat-toch-waaien. En eigenlijk is er nog een vierde L, namelijk die van Libelle-lezeressen.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden