null Beeld

PREMIUMColumn

Wieke: “Ik lijd altijd met een heel lange ij als ik griep heb”

Wieke Biesheuvel

Wieke heeft al dagen last van griep, en wanneer zij griep heeft, is dat even het allerergste op de wereld.

Mannen jammeren altijd zo, als ze ziek zijn, hoor ik om me heen. Bij ons thuis klopt dat niet. Rob klaagt nooit als hij ziek is. Ik leef me daarentegen uit met een gedetailleerd verslag over mijn griep, voor iedereen die ernaar vraagt.

Jaren niet gehad, maar nu de mondkapjes af mogen, wist het griepvirus mij onmiddellijk te vinden. ‘Joehoe… ik zie er eentje zonder immuniteit!’ Het sprong enthousiast over van kleindochter via dochter naar mij. Ik ben er al tien dagen druk mee.

Eerst de zorg: is het toch stiekem een omikronnetje? Test gedaan. Gelukkig, dat dan niet. Ik lijd altijd met een heel lange ij, als ik wat heb. Ook denk ik dat het voor het laatst is dat ik de ontluikende lente zie. Van wie ik dat neurotische gedoe heb? Van mijn vader. Wij liepen in grote bogen om hem heen als hij liep te trompetteren in zakdoeken. Hij meldde dan ook de vangst. Echt te erg. ‘Ik ben zó beroerd!’ hoorden we zeker tien keer op een dag. Mijn moeder rolde met haar ogen en ik ergerde me wezenloos aan het gesnuif.

Zoon vroeg per app hoe het met me ging. ‘Beroerd’, appte ik terug, ’ik lijk alleen wel heel erg op opa.’ Hoe zich dat manifesteerde, vroeg zoon. ‘Dat ik denk dat ik het einde van de week niet haal, maar ik weet het, dus ik houd me in.’ Want dat is echt zo. Ik weet dat ik me aanstel en dat er honderdduizend dingen erger zijn dan mijn griep. En toch, als ik in mijn bed lig, ben ik alleen maar bezig met die ziekte. Tijd voor een toespraak: ‘Biesheuvel, je weet dat dit niks voorstelt. Je weet ook dat het overgaat. Verman je, wees eens flink!’ Maar als ik dan met een bonkende kop mijn bed uitkom, is er niks flinks meer in me te bekennen.

Als mijn vader weer beter was en naar zijn werk vertrok, belde mijn moeder mij altijd op: ‘Goddank, hij is weg, met het heilige kruis na!’ Dan volgden er vijf minuten waarin ze hem nadeed, genoeg voor de slappe lach. Hoe ze hem soep had aangeboden. Groentesoep met balletjes, zelf liefdevol getrokken van schenkel en zo. En hoe hij de balletjes er met een knorrig en vies gezicht uit viste: ‘Die smaken me dus helemaal niet!’ ‘Heb je die balletjes naar zijn hoofd gegooid?’, vroeg ik. Dat niet, al was het omdat ze het dan zelf had moeten opruimen. Op elke vraag van haar hoe het nu met hem ging, was het voorspelbare antwoord: ‘Ik ben hondsberoerd.’

Ik zit nu in de naweeën van mijn griep. Er is paracetamol. Er zijn neusdruppels. Er wordt soep voor me gemaakt. Er is een aai over mijn bol. Zo nodig kan ik naar een warm bed. Ik hoef niet naar een schuilkelder waar het ijskoud is en waar geen medicijnen, water en soep zijn, maar waar de doodsangst regeert. Dat relativeert, maar het lost ook geen ene donder op. En wat frustreert dat. Wat hoop ik dat het snel afgelopen is. En dat de heer P. ophoepelt naar een eeuwig jachtveld.

Wieke Biesheuvel is getrouwd met Rob, heeft 3 volwassen kinderen en 7 kleinkinderen. Wieke woonde in bijna alle Nederlandse provincies én in Zambia, maar heeft nu haar hart verpand aan Noordwijk. Ze houdt van LLL: leven, lachen en laat-toch-waaien. En eigenlijk is er nog een vierde L, namelijk die van Libelle-lezeressen.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden