null Beeld

PREMIUMColumn

Wieke: “Ik zie me nog terugstormen naar de wachtruimte bij de gate”

Wieke Biesheuvel

Soms hebben kinderen van dat speelgoed waar ze een leven lang aan gehecht blijven. Aan Wieke de taak om ‘Apie’ te redden, maar of dat deze keer nog lukt is de vraag.

Mijn lieve dochter, moeder van drie kinderen, is tweeënveertig. Een steengoede verpleegkundige, met veel talenten. Maar, minpuntje: ooit, zestien maanden oud, jatte ze met droge ogen een kraamcadeau van haar één week oude broertje.

Ze zag de wollige aap, sprak met een omfloerst stemmetje van ontroering: “Apieeee!” en sloot hem voorgoed in haar armen. Door de jaren heen verliet Apie nooit het bed waarin dochter sliep, waar dat bed ook stond. Nog steeds! “Ik kan er niks aan doen,” bekende ze, “maar het voelt zo veilig als Apie bij me is.”

Wij waren destijds zo wijs om zoon niet te vertellen dat die aap van hem was. De knuffels stroomden toch al in dikke rijen ons huis binnen toen hij was geboren. IJsberen, krokodillen, koala’s, een slang, hondjes, schildpadden, verzin het en wij hadden ze. Kratten vol. Maar Apie hoorde bij dochter. Vaak liet ze hem ergens liggen. Niemand deed een oog dicht door haar zielige gejammer, als Apie ’s avonds weer eens niet thuis was gekomen. Apie moest mee op vakantie, anders konden we net zo goed niet gaan. Hij was mijn vierde kind, en wat had ik de zenuwen als hij weer eens kwijt was. Ik zie me nog terugstormen naar de wachtruimte bij de gate, terwijl iedereen al in de riemen zat, op weg naar Tunis. Niemand was toen blij met mij, behalve dochter.

Vorige week waren we bij dochter. Of ik Apie kon repareren, want hij viel bijna uit elkaar. Toevallig had ik de naaidoos van mijn oma bij me als cadeau voor haar, gevuld met naaiattributen, ter aanmoediging. Want naaien heeft ze nooit geleerd, dat stukje opvoeding heb ik helaas laten liggen. Apies borstkas en kop lagen open. Ik had hem lang geleden opgevuld met restjes kleurige wol en nu zag dat eruit alsof zijn hersens, darmen en alle ingewanden eruit puilden. Doodeng. Ik naaide de ergste gaten bij elkaar, duwde alle organen terug en haakte een lap, die ik als een soort tweede huid aan hem vastnaaide. Een operatie en transplantatie tegelijk. “Hij moet bij mij in de kist als ik dood ga", zei dochter, terwijl ik met de klus bezig was. “Knopen jullie dat in jullie oren, meiden?” vroeg ik mijn kleindochters. Want hopelijk ga ik eerder dan mijn dochter.

’s Avonds postte ik foto’s van de operatie in onze familie-app en daar kwam onverwacht oud zeer naar boven bij oudste zoon. Ziehier:

Zoon: “Jeetje, bestáát aap nog? Ik wil ’m NU terughebben.”

Rob: “Ik zou er keihard in gaan staan, je bent vroeger gewoon beroofd.”

Zoon: “Aap is uit huis geplaatst zonder mijn toestemming.”

Dochter: “Ik heb geen actieve herinnering aan de uithuisplaatsing en Aap weet niet beter of hij woont bij mij. Misdadig om nu te moeten verhuizen.”

Rob: “Duo-ouderschap? Dan moet je broer de helft van de operaties betalen.”

Ik: “O leuk, gaat iemand mij ook nog betalen voor deze levensreddende klus?”

Zoon: “Er gaan geruchten dat er elke dag op zijn staart gesabbeld is, waardoor zijn halve staart weg is. Bij goede zorg waren die operaties niet nodig geweest. Ik sleep je voor het gerecht wegens apenmishandeling.”

Dochter: “Apie zegt dat hij ook geen actieve herinnering heeft aan een uithuisplaatsing en dat hij jou bij je geboorte al minder leuk vond dan mij. Ik vind dat Aap mag kiezen.”

Zoon: “Dat is het Stockholm-syndroom. Arme Apie. Je ziet vaker dat gevangenen zich hechten aan hun onderdrukker.”

Gelukkig is het opgelost. Zoon heeft zich er bij neergelegd. Apie blijft bij dochter. De lessen die hieruit te trekken zijn? Voor mij: leer je kind naaien. En voor aanstaande ouders: zorg dat je van lievelingsknuffels drie identieke exemplaren regelt. Of vier. Nog beter.

Wieke Biesheuvel is getrouwd met Rob, heeft 3 volwassen kinderen en 7 kleinkinderen. Wieke woonde in bijna alle Nederlandse provincies én in Zambia, maar heeft nu haar hart verpand aan Noordwijk. Ze houdt van LLL: leven, lachen en laat-toch-waaien. En eigenlijk is er nog een vierde L, namelijk die van Libelle-lezeressen.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden