null Beeld

PREMIUM

Dagboek van Maud: “‘Maud Martens?’ Ik kijk op en zie een lange man in een doktersjas”

John stelde voor om met Suus en Dave te eten. Het was een geslaagde avond, ook al ging het gesprek nergens over.

Maud

Ik ben bij een bevalling die erg lang duurt. Ik weet dat de moeder heel graag thuis wil bevallen, maar ik vind het niet langer verantwoord en besluit om naar het ziekenhuis te gaan. De gynaecoloog neemt het nu van mij over, maar ik blijf er toch bij totdat het kind is geboren. Als de aankomende moeder even slaapt, uitgeput van de urenlange weeën, ga ik wat eten. Het is negen uur ’s avonds en mijn maag rammelt, dus met de afspraak dat ze me bellen als het opeens sneller gaat loop ik naar de kantine. Het is rustig op dit tijdstip. Bij het buffet neem ik een tomatensoep en een broodje kaas en ga met mijn dienblad aan een leeg tafeltje zitten. Ik open de berichtjes op mijn telefoon. Rosa schrijft: ‘Zullen we gaan lunchen binnenkort?’ John schrijft: ‘Sterkte daar, ik bewaar wel wat lasagne voor morgen. Hartje hartje’. Ik scroll door wat nieuwsberichten en open een mailtje van het verzorgingshuis waarin staat dat ze mama’s dosering medicijnen aanpassen omdat ze zo onrustig is de laatste weken. Ik voel me meteen schuldig dat ik haar steeds minder vaak opzoek. Meestal zijn het ook nog flitsbezoekjes.

“Maud Martens?” Ik kijk op en zie een lange man in een doktersjas staan.

“Klopt, en jij bent...” Ik kan zijn naamplaatje vanaf hier niet lezen.

“Wouter Haan.”

“Wouter!” Ik heb een jaar geneeskunde gestudeerd voordat ik overstapte naar verloskunde. Wouter zat bij mij in verschillende werkgroepen. We waren echt Jut en Jul samen.

Ik sta op om hem te omhelzen. “Werk jij hier?”

“Ja, sinds kort”, zegt de lange man die in mijn ogen nog steeds die slungelige student is.

“In welke specialisatie?”

“Gynaecologie.”

“Dat meen je niet!”

“Jawel!”

“Ga even zitten.” Het lijkt wel alsof we weer samen in de mensa zitten.

“Ik hoorde jouw naam al, die nieuwe patiënte komt van jouw praktijk toch? Mijn dienst zat er net op, maar ik dacht: die moet ik even gedag zeggen.”

“Wat een stom toeval. Eerst samen in de collegebanken, nu in hetzelfde vak. En, getrouwd, kinderen?” vraag ik, waarna ik toch maar een hap van mijn broodje neem. Een mens moet ook eten.

“Ja, gelukkig getrouwd, kinderen al het huis uit, zo gaat dat.” Hij lacht zijn eigen houterige lach. “Jij bent gescheiden, hoorde ik.”

Ik verslik me bijna in mijn broodje. “Ja, klopt”, zeg ik met volle mond, “maar Koen en ik zijn prima samen, hoor.”

“Gelukkig maar. Daarover hoor je soms horror-verhalen. Ik had al begrepen van zijn nieuwe vrouw dat jullie het goed met elkaar kunnen vinden.”

“O, ken jij Loretta?” vraag ik enigszins verbaasd.

“Loretta? Nee, ik bedoel... hoe heette ze nou...” Hij lijkt diep te moeten graven in zijn geheugen. “Lot, ze heette Lot.”

“Lot?”

“Ja. Ik heb hun zoontje op de wereld geholpen. Ik weet nog dat ik het een aparte naam vond, Kaj. Maar hij leek al meteen als twee druppels water op Koen.”

Mijn telefoon begint te trillen: ‘Het gaat nu gebeuren hier, kom maar snel.’

“Ik moet gaan, Wouter. Maar één vraag nog: was Koen bij die bevalling?”

“Nee, die had corona toen. Zo jammer als je er als vader niet bij kunt zijn.”

Terwijl ik de gangen doorloop en de lift neem, probeer ik te verwerken wat mijn oude schoolvriend me allemaal heeft verteld.

Benieuwd wat hieraan vooraf ging? Dat lees je hier.

Koen, de ex-man van Maud schrijft ook iedere week in zijn dagboek. Zijn verhalen lees je hier.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden