null Beeld

PREMIUM

Dagboek van Maud: “‘Welke geheimen wilde jullie moeder bewaren?’ vraagt de notaris”

Na de begrafenis van haar moeder Babs, gaat Maud met haar zus Juliet bij de notaris langs.

Redactie

De notaris heeft het testament van mama net aan Juliet en mij voorgelezen. Ze bleek al ver voor ze dement werd een verdeling te hebben gemaakt van alle waardevolle spullen. De begeleidende brief eindigde met: ‘Ik heb het zo eerlijk mogelijk verdeeld, zodat jullie er geen ruzie over krijgen’. Het gaat om tafelzilver, munten die mijn vader verzamelde, gouden ringen met edelstenen, wat armbanden en kettinkjes. Niet echt mijn smaak, maar omdat ze van mijn moeder waren, betekenen ze toch veel voor me.

Ik zie Juliet loeren naar wat ik heb gekregen en wat ze zelf in haar bakje heeft liggen. Ze lijkt tevreden, want ze slaakt een kreet: “O! Deze, met bloedkoraal… ik hoopte al dat ik die zou krijgen!” Ze schuift de ring aan haar ringvinger en strekt haar arm om hem te bewonderen. “Hier ben ik zo blij mee”, verzucht ze. Ik heb geen zin om te reageren op haar misplaatste enthousiasme, maar ze kijkt me blij aan. “Mooi toch?” “Heel mooi”, mompel ik.

“Dan is er nog iets wat met de opheffing van jullie moeders kluis is vrijgekomen”, zegt de notaris. “Uw moeder schrijft er niets over in het testament, dus hoe dit moet worden verdeeld, beslissen jullie gezamenlijk.” Hij kijkt nadrukkelijk naar mij en vervolgens naar mijn zus. “Ik wil jullie waarschuwen: dit zijn vaak spannende en onverwachte zaken voor de nazaten. Welke geheimen heeft jullie moeder willen bewaren? Niet zozeer voor jullie maar vooral voor zichzelf.”

“De geheimen van mama kennen we inmiddels wel”, zegt mijn zus cynisch. “Of zou ze nog meer buitenechtelijke kinderen hebben?” Haar lach klinkt nog na als de notaris de kamer verlaat.

“Trouwens, we hebben nog wel een condoleance­kaart van Marc gekregen”, zeg ik tegen Juliet. Ik heb het over onze halfbroer, de jongen die Babs’ buitenechtelijke kind bleek te zijn. “Een vliegticket om de begrafenis van zijn moeder bij te wonen had hij er kennelijk niet voor over.”

“Dat kun je het hem kwalijk nemen, Maud. Hij heeft nooit een band met haar gehad”, zegt mijn zus vergoelijkend.

“Dan nog. Het was ook zijn moeder. En wij zijn z’n zussen.” Ik weet niet waarom het me nog steeds dwarszit dat hij er niet was. Ik ken die man nauwelijks. Het lijkt wel of alles en iedereen me irriteert de laatste dagen. Juliet in de eerste plaats, de kinderen omdat de dood van hun oma hun tamelijk onverschillig laat en John, die steeds de verkeerde dingen zegt. “Kop op, Maudje!” zei hij gisteren. “Je moet ook weer door.”

De notaris komt met een houten kistje terug de kamer in. Het glanst alsof het net is opgepoetst en het deksel is opgesierd met de letters B&C. In het slotje steekt een sleutel. “Ik ben persoonlijk erg geïnteresseerd in dit soort antieke snuisterijen. Dus los van de inhoud zou ik deze bewaardoos niet zomaar bij het grofvuil zetten.”

Hij zet het voor ons op tafel. “Dit mahoniehouten handwerk komt uit Frankrijk en is zo’n honderd jaar oud. De letters zijn van walnoot, en deze rand is van ebbenhout.” Hij gaat met zijn vinger langs de donkere lijn die de twee letters omlijsten. Juliet en ik staren beiden naar het kistje.

“Kunt u het voor ons openmaken?” vraagt Juliet dan plompverloren. “Dat kunt u beter zelf doen in uw eigen vertrouwde omgeving”, zegt de man gedistingeerd. “Zoals u kunt zien, zit de sleutel in het slot.”

Benieuwd wat hieraan vooraf ging? Dat lees je hier.

Koen, de ex-man van Maud schrijft ook iedere week in zijn dagboek. Zijn verhalen lees je hier.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden