Hoe sterk is jullie relatie? Doe hier de test>

Zoek binnen:

James Worthy: "Ik had weleens op een kat gepast, maar nog nooit op iemands oma"

James Worthy (40) is schrijver, journalist en columnist. Hij heeft talloze boeken op zijn naam staan, waarvan In de buik van de wolf de meest recente is. James is getrouwd met Artie en vader van zoon James.

Roos zit voor de webcam in de eetkamer van haar verzorgingstehuis. Ze vraagt hoe ze er vandaag uitziet. “Om door een ringetje te halen”, zeg ik, maar ik meen het niet. Haar kleinzoon en ik waren vrienden, totdat hij vijf jaar geleden uit het leven stapte. Een week voordat hij ging, zaten we samen in een koffietentje op Schiphol. Hij hield van die plek. Hij voelde zich thuis op plekken waar niemand thuis was.

Advertentie

Oma Roos

“Als er ooit iets met mij gebeurt, wil jij dan een beetje op mijn oma passen?” vroeg hij. Ik vond het nogal wat. Ik had weleens op een kat gepast of op de planten van de buren, maar nog nooit op iemands oma.
De eerste keer dat ik Roos opzocht, was twee weken na de begrafenis van haar kleinzoon. Ze was een puzzel aan het leggen en vroeg of ik mee wilde helpen. “Jij bent verantwoordelijk voor de lucht en ik voor het groene gras”, zei Roos. Twee weken later was de puzzel af en was er een hechte vriendschap ontstaan. Ik was verliefd op haar verhalen en zij op mijn stilte. Ze vertelde over de liefde. Zij en een jongen op een roestige schommel. Haar eerste kus. Roos had altijd al lippen gehad, maar toen wist ze pas waarom.

Even facetimen

“Hoe gaat het met je, Sjeems?” vraagt ze. Op de achtergrond eet een mannelijke medebewoner een roze koek. Als hij zeker weet dat niemand kijkt, veegt hij alle kruimels die op tafel liggen richting de grond.
“Ik ben even een weekje in Friesland met het gezin. Als ik uit het slaapkamerraam kijk, zie ik schapen.”
“Hartstikke leuk, maar hoe gaat het echt met je?”
“Ik weet het niet, Roos. Er is weinig fijns aan deze oneindig lijkende crisis waar we ons momenteel in bevinden, maar leerzaam is het wel. De laatste maanden heb ik geleerd dat ik helemaal niet zo belangrijk ben. En mijn werk en mijn bezittingen ook niet. Ik ben niet wat ik heb en ik ben niet wat ik doe. Ik ben niet belangrijk, en dat is heerlijk. Mijn bankrekening is leeg, maar mijn hart is vol. Daar waar de zelfoverschatting eindigt, begint de vrijheid. Begrijp je?”
“Wacht even, mijn scherm is kleiner geworden, Sjeems. Hoe maak ik het scherm weer groter?”
“Als je op dat vierkantje met die ruimtes ertussen drukt. In sommige programma’s kun je ook op de letter f drukken.”
“O, gelukkig, ik zie je weer. Wanneer ga je iets aan die baard doen?”
“Mijn gezichtsbeharing nu niet belangrijk, Roos. Hoe gaat het echt met je?”

Eerste zoen

“Ik las laatst in de krant dat eenzaamheid een mens kan opvreten, maar de eenzaamheid die ik vandaag voel is alleen maar aan het kauwen. Het slikt niet door. Het gunt me geen verlossing. Ik ben zo blij dat we even kunnen vleestimen.”
“Ik ook, schat. Vertel eens iets over vroeger. Iets wat ik nog niet weet.”
“Maar je weet alles al.”
“Dat geloof ik niet. Je hebt vast nog duizenden verhalen. Prachtige verhalen. Weet je wat het is? Wij jonge mensen vertellen verhalen om te imponeren, jij vertelt verhalen, omdat je ze niet kwijt wilt raken.”

“Heb ik al een keer verteld over mijn eerste zoen?”
“Niet dat ik weet, lieve Roos.”
“We zaten op een roestige schommel in een speeltuin die al lang niet meer bestaat. Al mijn herinneringen spelen zich af op plekken en in gebouwen die niet meer bestaan. Dat is zo gek. Maar het was net voor of net na de oorlog. Hoe dan ook, het was in ieder geval geen oorlog. De jongen in kwestie was bijzonder knap. Hij leek op een filmster. Hij zat op de schommel en ik ging op zijn schoot zitten. Ik kan het geluid van die piepende schommel nog horen. En het gesmak van onze lippen.”
Op de achtergrond begint de man aan zijn tweede roze koek.
“Als er ooit iets met mij gebeurt, wil jij dan een beetje op mijn verhalen passen, jongen?”

Tekst: James Worthy. Foto: Ilja Keizer

Tessel Tindert: “Wat bedoel je met manisch? Ik dacht juist dat je depressief was”

Tessel Tindert

In Roberts huis was het een onbeschrijflijke bende van vuile kopjes, bordjes, blikjes, glazen. De tafel zat onder de kringen. Er lagen kruimels. De gordijnen waren half gesloten. Het stonk er naar oude bloemen en vuile sokken.

Door de halfopen keukendeur zag ik het aanrecht vol vuile vaat. Voorzichtig ging ik zitten in de stoel naast de bank. Ik voelde woede, maar ook verdriet en medelijden. Hier lag een man op de bank die duidelijk leed. Die zich geen raad meer wist met zichzelf. Die niet meer voor zichzelf kon zorgen. ‘Sorry’, herhaalde Robert. ‘Sorry.’

‘Waar

Lees Verder >>

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien