De dag nadat

PREMIUM#15

De dag nadat... de gynaecoloog de donorvader van mijn kind bleek te zijn

De dag nadatBeeld Getty Images

Hanna (59): “Wat ben ik blij dat ik vakantie heb, denk ik als ik met rode ogen aan de ontbijttafel zit. Weer voel ik tranen achter mijn ogen prikken. Dit kán toch niet waar zijn?”

Elselien van DierenGetty Images

“‘Zegt de naam Wildschut jou iets?’, vroeg mijn dertigjarige zoon Sander gistermiddag. Ik zat op de bank en keek op van mijn tijdschrift. ‘Dat was mijn behandelend arts. Dankzij hem ben jij ontstaan’, antwoordde ik. Wat Sander toen zei, dringt eigenlijk nog steeds niet tot me door. ‘Ik hoor net dat hij mijn biologische vader is.’ De donorvader die altijd anoniem zou blijven, heeft ineens een naam en een gezicht: de dokter zélf.

Donorvader

Om mijn gedachten te verzetten, rommel ik wat in huis. Ik baal dat mijn broer en vriendin allebei op vakantie zijn. Ik wil ze niet storen, maar behalve mijn zoons zijn zij de enigen met wie ik hierover kan praten. Verder kent niemand mijn geheim. Vriendinnen, collega’s, buren, iedereen denkt dat mijn inmiddels ex-man Theo de vader is van mijn zoons. Al toen we verkering kregen wist ik dat Theo onvruchtbaar was. Ik was pas achttien en niet bezig met kinderen. Maar toen we trouwden, groeide onze kinderwens. In 1989 meldden we ons bij het Sophia Ziekenhuis in Zwolle, op zoek naar een donor. Destijds was onvruchtbaarheid, zeker in ons dorp in de biblebelt, een taboe. Dokter Wildschut adviseerde ons dan ook om er met zo min mogelijk mensen over te praten. Mijn ouders steunden ons, Theo’s ouders waren er absoluut op tegen. Toch zetten we door en in juli 1990 werd ik moeder van Sander. Vier jaar later maakten we ons gezin compleet met nog een zoon, Pim. Ik vroeg of hij dezelfde donorvader kon krijgen als zijn broer. Dokter Wildschut zei dat hij dat niet kon beloven, vanwege het maximum aantal nakomelingen per donor.

Wildschut-kinderen

Sander komt de trap af. Hij heeft de hele ochtend achter zijn computer doorgebracht en vertelt dat hij in een app-groep met Wildschut-kinderen zit. Hij is match nummer veertien, er kunnen nog veel halfbroers en -zussen volgen. Ook heeft hij al contact gehad met de ‘echte’ zoon van Wildschut. Ik kan mijn emoties niet bedwingen, maar Sander is zoals altijd de rust zelve. Hij heeft een brief aan Theo geschreven, vertelt hij. Of ik hem wil lezen? Ik vind het mooi dat hij Theo, met wie hij al jaren slecht contact heeft, op deze manier toch op de hoogte brengt.

DNA afstaan

Sander was vijftien toen hij en zijn broertje hoorden dat Theo niet hun biologische vader is. Als ik denk aan hoe dat is gegaan, word ik wéér woedend. Een jaar daarvoor waren we gescheiden, nadat Theo verliefd was geworden op een ander met wie hij verder wilde. Toen de jongens kerst bij hen vierden, hebben ze het verteld. Zomaar, zonder met mij te overleggen. We hadden afgesproken om het pas te zeggen zodra ze achttien waren, sámen. Pim was verdrietig, maar had geen behoefte om op zoek te gaan naar zijn donorvader. Sander wilde dat wel. Toen bleek dat het ziekenhuis hem niet kon helpen, leverde hij zijn DNA in bij FIOM, de stichting voor afstammingsvragen. Jaren bleef het stil, tot we een paar weken geleden een brief kregen met de vraag of ik mijn DNA wilde afstaan. Natuurlijk, alles om Sander te helpen. En toen ging gisteren ineens de telefoon.

Veel vragen

Na de lunch gaan Sander en ik een stukje fietsen. Terwijl we samen tegen de wind in trappen, denk ik aan de documentaire die we laatst samen keken: De kinderen van Karbaat. Gek misschien, maar ik heb geen moment gedacht dat dit ons ook kon overkomen. Onderweg rusten we even uit op een bankje op de hei. Sander heeft veel vragen. Is mij dan nooit iets opgevallen, wil hij weten. Ik leg hem uit dat ik niets geks gezien heb en dat ik het vanwege de eisprong ook heel normaal vond dat ik ’s avonds of in het weekend naar het ziekenhuis moest. ‘Ik ben blij dat ik besta, maar het is ethisch onverantwoord wat Wildschut heeft gedaan’, besluit Sander.

Hij heeft gelijk. De meeste moeders wonen in de omgeving, in de appgroep zit zelfs iemand uit onze woonplaats. Wat als die kinderen zonder het te weten een relatie krijgen? We zitten nog een tijdje zwijgend naast elkaar. Ik kijk naar mijn zoon. Gisteren googelde ik een foto van de inmiddels overleden Wildschut en ik zag het meteen: hetzelfde hoge voorhoofd, die frons. ‘Je weet toch dat jullie ontzettend gewenst waren?’, vraag ik uiteindelijk. ‘Natuurlijk weet ik dat mam, dat heb je altijd gezegd’, antwoordt hij.”

De namen in dit interview zijn om privacyredenen gefingeerd.

Oud-patiënten (zowel ouders als kinderen) die tussen 1981 en 1993 in het Sophia Ziekenhuis in Zwolle (nu Isala) zijn behandeld door dr. Wildschut, kunnen met vragen contact opnemen via berichtenfertiliteit@isala.nl en T 088-624 23 55.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden