De dag nadat... mijn man longkanker bleek te hebben

PREMIUM

De dag nadat... mijn man longkanker bleek te hebben

De dag nadat... mijn man longkanker bleek te hebbenBeeld Getty Images

Simone (42): “Terwijl ik de boterhammen van de kinderen sta te smeren, draait Ben aan de keukentafel een sjekkie. Zijn tweede deze ochtend. Hij weet zich geen raad met het verwoestende nieuws van gister, ik zie het aan zijn blik. “Als blijkt dat de kanker kan worden behandeld, stop ik meteen en gooi ik alles in de prullenbak”, zegt hij stellig.

Rosa DammersGetty Images

“Maar tot die tijd blijf ik roken. Het kwaad is dan toch al geschied.” Menig echtgenote zou schrikken van zo’n opmerking, denk ik. Ik niet. Als Ben wil stoppen, moet hij dat doen omdat hij dat zélf wil, niet omdat ik dat wil, of omdat hij vindt dat hij het voor ons moet doen. Met ons bedoel ik ons gezin van vijf. We hebben drie kinderen, de jongste is tien, de oudste vijftien. We hebben het ze gistermiddag verteld, meteen toen Ben en ik uit het ziekenhuis kwamen. Ze waren verdrietig, maar het nieuws dringt niet volledig tot ze door. Ze zijn ook nog zo jong. Los van een overleden oma is de dood voor hun iets abstracts. Daarbij hebben meerdere klasgenootjes een vader of moeder met kanker, ze zijn dus geen uitzondering. Gek eigenlijk, dat zoiets dan bijna normaal wordt.

Als alles om me heen begint te draaien, pak ik de telefoon en meld ik me ziek op mijn werk. Er komt vandaag niks uit mijn handen, dat is duidelijk. Bovendien wil ik bij Ben blijven. We hebben amper geslapen vannacht. Telkens als ik even wegdommelde, zaten we weer in de spreekkamer van de longarts die zei: ‘U heeft een zeer agressieve vorm van longkanker. De kans dat er nog iets aan gedaan kan worden, is heel klein. Wees voorbereid op het ergste.’ Ben voelt zich schuldig. Hij zegt het niet letterlijk, maar laat het doorschemeren in opmerkingen als: ‘Was ik maar eerder gestopt’ en ‘Wat doe ik jullie aan?’ Natuurlijk had hij veel eerder moeten stoppen, maar om nou te zeggen dat het zijn schuld is, gaat me ook te ver. Het is gewoon domme pech. Waarom is het anders zo dat de één kan roken zonder longkanker te krijgen en iemand die nog nooit gerookt heeft ineens longkanker krijgt? Ben rookt al bijna veertig jaar, vanaf zijn negende. In onze tijd rookte iedereen en stonden op feestjes de glazen met sigaretten naast de borrelnootjes. Per week gaan er zo’n vier tot vijf pakjes halfzware shag doorheen. Zelf rook ik niet, maar ik heb me er nooit aan gestoord.

Terwijl ik de rugtassen van de kinderen vul, denk ik aan het afgelopen jaar waarin Ben met rugklachten thuis kwam te zitten. Toen hij steeds magerder werd, opperde ik om naar de huisarts te gaan. Hij wilde niet en wuifde het weg. Op een gegeven moment was ik zo klaar met zijn koppige gedrag en zei: ‘Of je gaat morgen naar de dokter of je houdt op met zeuren over je rug en gaat morgen weer aan het werk.’ Toen ik hem vanuit het raam over straat naar de huisartsenpraktijk zag lopen, dacht ik: dit is foute boel. Ik kreeg gelijk. De huisarts vertrouwde het niet en stuurde Ben gelijk door naar de longarts. Wat ons nu te wachten staat zijn een heleboel scans en onderzoeken. Aan de ene kant wil ik alles weten, aan de andere kant wil ik overal voor weglopen. Ontkennen dat de kanker ons leven gaat verwoesten.

Nadat we samen de kinderen naar school hebben gebracht, zitten we op de bank wat voor ons uit te staren. Af en toe schiet ik vol en troost Ben me, een paar minuten later wisselen we van rol. We zijn nog geen uur thuis, of de bel gaat. De buurvrouw heeft het nieuws bij de slager gehoord en komt met een pan troostsoep. Later volgen meer buren en bekenden. We wonen in een gehucht, de tamtam gaat hier razendsnel. Soms stoor ik me daaraan, maar vandaag vind ik het juist fijn. Iedereen is lief en meelevend, maar als Ben een sjekkie opsteekt, zie ik ze kijken. Ik trek me er niks van aan en zo te zien doet het Ben ook vrij weinig. Wij doen het op onze manier. En we gaan het winnen van de kanker. Dat zei onze oudste gisteravond en is mijn mantra vandaag. Het cliché van de automatische piloot is ook waar. Na het eten zoek ik wat praktische zaken uit. Onze verzekering, in welk ziekenhuis Ben waarschijnlijk gaat worden behandeld en wie de kinderen kan opvangen als het zover is. Het geeft wat controle over een situatie die zo onzeker is. Focussen op de behandeling stemt hoopvol. Vanachter het papierwerk kijk ik Ben aan en bal mijn vuist: ‘Het wordt zwaar, maar we gaan ertegenaan!’”

Op verzoek van de geïnterviewde zijn de namen gefingeerd.

Lees hier hoe dit verhaal verder gaat.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden