De stagiair hoofdstuk 14 Beeld Getty Images
De stagiair hoofdstuk 14Beeld Getty Images

PREMIUM

De Stagiair - hoofdstuk 14: “Ik zak verder onderuit en leg mijn hoofd op zijn schoot”

Sana heeft onwijze migraine en dus besluit zich ziek te melden op kantoor. Tot er opeens iemand voor haar deur staat die haar nog meer hoofdpijn bezorgt.

Hanneke MijnsteerGetty Images

In plaats van in lokaal B.06 ben ik vandaag in bed. Met migraine. Ik heb een appje met mijn ziekmelding gestuurd naar Lizette van het secretariaat en naar Verbunt, want bellen is al te veel moeite. Het lukte me nog net om Fae een kusje te geven voordat ze naar school ging en toen moest ik toch echt weer terug naar plat en donker. Dat heb ik al sinds mijn puberteit, dat mijn kop gaat knallen bij te veel stress.

Hoi Laurens, ik ben er niet vandaag. De eerste twee uur is onderbouw, dus die klassen mag jij draaien. De rest van de uren vallen uit.

Is goed mevrouw, appt Laurens terug. Beterschap! En een kushartje. Het verwart me, maar ik voel ook dat ik hierover nu echt niet ga piekeren. Rust wil ik, en rap een beetje.

Uren later word ik wakker van de bel. Hard ingedrukt wordt-ie, drie keer achter elkaar.

“Hallo?” kraakt mijn stem vragend door de intercom.

“Mevrouw Sanna van Appelen?” klinkt het aan de andere kant.

“Ja?”

“Ik heb een aangetekende brief voor u.” Ik zie zo’n scène uit een Amerikaanse film voor me, waarin bodes hun slachtoffers op de gekste plekken weten te vinden en dan triomfantelijk ‘You’ve been served’ roepen.

“Kom maar boven”, zeg ik.

“Beter komt u even naar beneden”, antwoordt hij. “En vergeet uw legitimatiebewijs niet.”

“Naar beneden? Maar ik-”

“Dank u wel, mevrouw.”

En dus schiet ik een minuut later mijn slippers aan en stap ik met joggingbroek, vest, bril en mijn identiteitskaart in de hand de lift in. Aan het einde van de hal staat een man in een donkergrijs uniform, met een grote envelop in zijn handen.

“Goedemiddag mevrouw Van Appelen. Legitimatie?”

Mijn hoofd bonkt nog van de pijn. Zwijgend geef ik hem mijn identiteitskaart. Hij kijkt naar de kaart, naar mij, weer naar de kaart en weer naar mij.

“Geboortedatum?”

“21 april 1973.”

“Correct”, zegt de man.

Ik krabbel nog een handtekening op zijn bewijsapparaat en scheur de envelop onderweg naar de lift al open. Van Vossen Advocaten zie ik op het logo.

De lul.

Ik heb bewust niet gereageerd op Pims bericht over het uitbreiden van de omgangsregeling met Fae en nu speelt hij het via de rechter. De tranen springen in mijn ogen, mijn hoofd bonkt harder dan het al deed. Wat denkt hij wel niet? Dat Fae haar leven wel even anders inricht omdat hij nu wel tijd voor haar heeft? Of zich weer even van zijn beste kant laat zien? Ik ben zo moegestreden tegen die man. En nu flikt hij me dit weer. Soms zou ik gewoon mijn moeder even willen bellen. Om te jammeren en te janken, en dat zij dan zegt dat alles goed komt. Om met mijn 49 jaar gewoon weer even onder haar vleugels te kruipen en uit te rusten. Maar mama leeft niet meer. Elf jaar geleden kroop de kanker niet alleen door haar borst, maar ook door haar longen en was het binnen drie weken gedaan. Ik was net moeder en ineens ook wees. Of nou ja, wees. Misschien dat mijn vader nog leeft, dat weet ik niet. Mijn moeder heeft nooit veel over hem verteld, behalve dat hij al een gezin had. Maar ja, ben je dan een vader?

Ik zou het allemaal anders doen. Een warm nest bouwen voor Fae en samen naar de camping gaan, broodjes bakken op zondag en met Pim wel drie of vier broertjes en zusjes voor haar krijgen. Twaalf jaar later moet ze het uiteindelijk toch alleen met mij doen.

De tranen rollen over mijn wangen, en ik duw mijn met mijn handen op mijn schedel, in een poging de bonkende hoofdpijn te stoppen. “Ik mis je, mam”, fluister ik zacht. Met het dekentje over me heen probeer ik nog wat te slapen op de bank.

Bzzzz. Bzzzz.

Weer de bel. Langzaam sta ik op.

“Hallo?”

“Ik ben het!”

Ik hoor het niet goed, maar doe toch open. Voetstappen van rechts, terwijl de lift links zit. Verbaasd kijk ik om de deur, zo in de vrolijke snoet van Laurens. Van schrik zet ik mijn bril af, en vouw ’m gauw in de zak van mijn joggingbroek. Ik zie er niet uit!

Maar Laurens reageert er niet gek op. Hij kijkt me alleen maar vriendelijk aan.

“Sanna toch, ik voelde al dat het niet goed met je ging. Wat is er?”

“Kom binnen”, zeg ik, waarmee ik de buren een schouwspel bespaar en voor mezelf wat tijd koop om te bepalen hoe en wat ik precies ga vertellen. Toegegeven: het voelt wel fijn om hem te zien.

“Thee?” vraag ik, maar mijn lichaam fluit me terug. Laurens ziet het en gebiedt me op de bank te gaan liggen.

“Komt wel”, zegt hij. “Vertel eerst eens wat er met je is.”

Ik ga op de bank zitten en Laurens neemt plaats naast me. Al zou er met gemak een volwassen vent tussen ons in passen.

“Migraine”, antwoord ik.

“Vervelend”, zegt Laurens. “Heeft mijn moeder ook wel eens, lijkt me heel pijnlijk.”

Ik knik.

“Maar dat komt ook vaak ergens vandaan, Sanna”, en hij kijkt me indringend aan. “Stress of zo.”

Ik zwijg.

Hij pakt mijn hand en knijpt er zacht in.

“Hee, lieverd”, zegt Laurens, “wat draag je allemaal met je mee?”

Weer die tranen.

“Ik heb gewoon veel aan mijn hoofd”, snik ik.

“Maar wat dan? Je mag het delen, hè. Ik luister graag naar je.”

“Gedoe met mijn ex die ineens Fae wil claimen, verdriet van vroeger, moe. Gewoon moe. En die kus Laurens, die kon echt niet natuurlijk. Dat had ik nooit mogen laten gebeuren.”

“Jij zit goed in je werkwoorden”, grijnt Laurens, en ook ik kan een glimlach niet onderdrukken.

“Maar zonder gekheid... die kus? Die kus was fijn. Ik gaf ’m graag en jij ontving ’m graag, toch?”

“Oké, maar-”

“Connectie laat zich niet weerhouden door mallen en regels en protocollen. Met je hoofd proberen je hart de baas te zijn, daar krijg je pas migraine van. Dus laat dat vooral los. Alles wat je voelt, mag er zijn.”

Hij trekt me langzaam naar zich toe en kriebelt met zijn vingertoppen door mijn haar. Mijn hoofdhuid tintelt ervan. En hoewel ik zou denken dat een aanraking op mijn hoofd nu wel het laatste is wat ik nodig heb, blijkt dat zijn gewoel zowaar wat verlichting geeft.

“En verder?” vraagt Laurens. “Kom maar lekker liggen en ontspan een beetje.”

Ik zak verder onderuit en leg mijn hoofd op zijn schoot. Laurens kriebelt en streelt en luistert. Wat is dit fijn. Het gedoe met Pim vertel ik in hoofdlijnen, over het gemis van mijn moeder vraagt hij meer door. Het is fijn om het weer even over haar te hebben.

“Breng je aandacht nu eens naar je ademhaling”, zegt Laurens. “Diep in door je neus, dat je buik zich volzuigt. En dan weer zachtjes uit in 1, 2, 3... goed zo. En nu nog eens.” Zijn linkerhand streelt over mijn schouder, zijn gezicht buigt langzaam naar me toe. En ik? Ik geef me over.

Hieronder luister je alle muziek die je terugvindt in de hoofdstukken van De Stagiair.

OVER DE STAGIAIR

Elke zaterdag om 22.00 uur verschijnt er op Libelle.nl een nieuw hoofdstuk uit onze erotische thriller ‘De Stagiair’.

Sanna (49) geeft les op een middelbare school. Ze twijfelde toen de stoere skater Laurens solliciteerde om haar stagiair te worden, maar hij pakte haar in met zijn charme en kennis. In de loop van het jaar laat ze hem steeds dichterbij komen en komt-ie zelfs bij haar thuis. En dan is haar dochter Fae (12) ineens verdwenen.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden