bookazine voorpublicatie

De zoektocht van twee vrouwen naar het tragische verleden van hun moeder

null Beeld

Dertig jaar na de moord op haar moeder ontdekt Nina Fleurie dat ze een tweelingzus heeft. Samen proberen ze te ontdekken waarom ze niet wisten van elkaars bestaan. Als Théa plotseling verdwijnt, raakt Nina’s zoektocht in een stroomversnelling. Lees hier een fragment uit het nieuwste Libelle Bookazine ‘Het bloemenmeisje’, door Anya Niewierra.

Théa
Nina is precies mij, maar ook weer niet. Nina voelt en denkt anders. Dat is de schuld van mama. Wat bezielde haar? Welke moeder doet dat met haar kind?

Prades, Pyrénées-Orientales, Natuurwinkel Fleurie, zaterdag 6 juli 2019
Ze zit tegenover me aan de grenen keukentafel. De ruim dertig lege kopjes staan tussen ons in. De chocoladegeur van de Maya-drank hangt nog in de ruimte. Gigi is bezig aan het aanrecht. Ze ruikt zurig sinds de opening, het is haar stressgeur. Ik sta op en controleer voor de tweede keer de hendel van het raam. Hij is open. Dus ik kan meteen naar buiten vluchten als het moet.
Ik ga weer zitten en kijk opnieuw op het blaadje voor me. Daar heeft ze haar naam op geschreven: Théa Wanders-Damen.
Haar Frans is goed. Haar moeder komt uit Franstalig België, vertelde ze. Net over de grens bij Maastricht, een stad helemaal in het zuiden van Nederland. Als kind ging ze vaak logeren bij familie in Wallonië, waardoor ze de taal gemakkelijk leerde. Bovendien woonde ze een jaar in Toulouse, waar ze een studie in wijnbouw en oeno-logie volgde.
Hoewel ze me onrustig maakt, fascineert ze me ook als ze praat. Hoe ze articuleert en daarbij haar lippen om de woorden lijkt te vouwen. Hoe ze haar handen beweegt. Hoe ze met haar trouwring speelt en zo nu en dan als een vogeltje om zich heen kijkt. Snel en alert, alsof een hongerige kater haar elk moment kan bespringen. Beweeg ik ook zo? Zou best kunnen, ze is in bijna alles mijn kopie. Alleen ruikt ze anders. Een cocktail van parfum, deodorant en wasverzachter. De geur van beschaving.
Théa heeft ons in één lange woordenstroom al heel wat verteld. Daarin is ze ook anders dan ik. Ze praat gemakkelijk. Ze verhaalde dat haar eenentachtigjarige moeder vorige maand na een beroerte naar een verpleeghuis is gegaan. Ze kon haar op de boerderij niet de goede zorg geven. Haar vader is een halfjaar geleden aan slokdarmkanker gestorven, kort na zijn drieëntachtigste verjaardag. Ze was er kapot van. “Papa was de liefste man op aarde.” Maar gelukkig leeft haar moeder nog, zo zei ze, al zit alleen nog haar omhulsel in de stoel. Ze gaat elke dag bij haar op bezoek, in de hoop nog iets terug te zien van de sterke vrouw die het fundament was onder haar bestaan. Maar goed. Tijdens het opruimen van de boerderij vond ze verstopt in een dik boek met de sprookjes van Grimm een artikel over mij, afkomstig uit de Paris Match. Op de grote foto bij het artikel zag ze meteen onze gelijkenis. We lijken veel op Nicole Kidman en zijn beiden héél lang en slank, met goudblonde kroeskrullen en een spierwitte huid. En we hebben dezelfde groene ogen, een kleur die je maar zelden ziet. Ze ging me googelen en ontdekte nog meer overeenkomsten. We zijn even oud en we hebben volgens haar man dezelfde stem. Dat leidde hij af uit een interview met mij dat op YouTube staat. Iets begon haar toen te dagen. Iets wat ze al lang vermoedde, maar nooit had durven uitspreken: dat haar lieve ouders niet haar echte ouders waren. Dus belde ze haar huisarts en legde de kwestie aan hem voor. Ze vroeg naar de bloedgroepen van pa en ma, hij had immers beide dossiers. Hij vertelde dat zij o-negatief had en haar ouders allebei ab. Hij was eerlijk en bevestigde dat een vader en moeder met ab geen kind krijgen met O. Conclusie: haar ouders, of misschien moest ze nu zeggen haar “opvoeders”, waren niet haar ouders. Ondanks haar vermoeden had het haar toch geschokt.
Ze was dus geadopteerd. Maar, zo ontdekte ze, er waren geen adoptiepapieren. In haar geboorteakte stonden Cor Damen en Agnes Damen-Aussems als haar biologi-sche vader en moeder vermeld. Volgens de papieren was ze op 17 juni 1974 geboren in Eben-Emael, in Wallonië, een paar kilometer van Maastricht. In de huisartspraktijk van haar opa, Guy Aussems.

null Beeld

Haar moeder vertelde Théa later dat ze vreemde artsen niet vertrouwde en dat ze onder het deskundige toezicht van haar eigen vader wilde bevallen. Die redenering kon Théa volgen, zijzelf was ook artsenschuw. Maar goed, haar vader had haar nog diezelfde dag ingeschreven in Maastricht, waar haar ouders ook hun boerderij hadden. Zo kon hun Théa altijd kiezen uit twee nationaliteiten, zeiden ze later. Ze had alle babycontroles gehad in Maastricht, inclusief alle inentingen. Haar boekje zat in de map en was honderd procent in orde. Te beginnen met de zwierige huisartshandtekening van opa Guy op haar geboorte-verklaring, waarop ook haar gewicht en haar lengte stonden. Uit geen enkel document kon worden afgeleid dat ze een adoptiekind was. Ondanks het feit dat haar dossier klopte als een bus, waren haar ouders toch niet haar ouders en er restte haar dus geen andere conclusie dan dat er met haar was gesjoemeld. Ze was het vlees en bloed van iemand anders. Dus toen ze mijn foto zag, wist ze bijna zeker dat ze bij mij het antwoord zou vinden. Ik was overduidelijk wél van hetzelfde bloed als zij. En daarom is ze nu hier. Ze is op zoek naar haar echte ouders.
Mijn dubbelgangster rommelt in haar leren tas en tilt er een dikke map uit. “Ik wil je iets laten zien”, zegt ze. Als ze de map openslaat, gaat haar telefoon over.
“Waarschijnlijk mijn man. Die wil vast weten of alles goed met me is. Mag ik even?” Ze wacht mijn antwoord niet af en pakt het ding uit haar tas.
“Ha, Ludo, hei mèt miech. Iech bin in gesprek. Kin iech d’ch straks trökbelle?”
Ik veer op. Maar, wat is dit? Ik versta haar!
“Wat is dit voor taal?” vraag ik, en buig me naar haar toe.
“Maastrichts dialect. Versta je dat?”
“Oui. Helemaal. Dat is de taal die mijn moeder en ik spraken. En het is de taal waarin ik denk en droom.”
De ogen van mijn kopie lichten op.
“Waarin je denkt en droomt? Maar dan heb je die taal als eerste geleerd.”
“Waarschijnlijk.” Ik pak met beide handen de tafelrand vast.
“Hoe heette je moeder?” vraagt ze.
“Dat weten we niet”, roept Gigi vanaf het aanrecht. “Ze werd vermoord toen Nina veertien was.”
Théa draait zich met een ruk om en kijkt naar Gigi. “Vermoord?” fluistert ze. “Waar was dat dan?”
“Op een boerderij. Hoog in de bergen, bijna onvindbaar”, gromt Gigi terwijl ze een mok thee voor Théa neerzet. Er zit iets venijnigs in de manier waarop ze dat doet. Ze wil niet over mijn jeugd praten. “Instructies van de psychiater”, zei ze vroeger als ik er vragen over had.
Théa is ineens stil en strijkt met haar vingers langs haar beker. De geur van verse munt stijgt op. Het frisse aroma is een mooie tegenhanger voor de zware damp van cacao. Althans, als je de goede munt gebruikt. Er zijn zo veel soorten. Watermunt. Akkermunt. Kransmunt… En ze smaken allemaal anders…
“En waarom is ze dan vermoord?” vraagt Théa. Ze klinkt ineens bazig. Tak. Tak. Tak. Een waardige opponent van Gigi. “En door wie? En wanneer dan?” Ze blikt op naar Gigi. Het is haar duidelijk dat Gigi mijn spreekbuis is.
“Ze werd in juni 1988 vermoord”, vertelt Gigi. “Ze is doodgestoken. De dader is nooit gevonden. We weten niet wie het gedaan heeft en ook niet waarom.”
“En u weet dus ook niet hoe ze heette?
Wat raar! Ieder mens heeft toch een naam?”
“Ze heette mama”, zeg ik.
Het hoofd van Théa zwiept weer mijn kant op. Net als een vogeltje. Floep!
“Mama?” vraagt ze.
“Nina woonde daarboven alleen met haar moeder”, zegt Gigi. “Ze werd bij haar lijk gevonden en meegenomen naar de bewoonde wereld. Ze had tot haar veertiende amper andere mensen gezien.” Ze glimlacht. “Mijn kleine Nina kon niet lezen en niet schrijven. Na een jaar in een psychiatrische instelling kwam ze bij mij. Ik heb haar in 1990 geadopteerd. Ik ben al negenentwintig jaar haar moeder. Toch, ma bête?”
Ik knik.
“Aha.” Théa is duidelijk nog niet klaar met vragen stellen. Haar ogen gaan weer naar mijn verminkte linkerhand. Al de hele tijd gaat haar blik naar die plek. “Wat is er met je hand gebeurd?” vraagt ze uiteindelijk. “Heb je een ongeluk gehad?”
Gigi zucht en buigt zich naar me toe. “Hier gaan we niet over praten”, meldt ze stellig. Ik til mijn hand op en bekijk de rode geribbelde littekens en de plek waar ooit mijn pink zat. Ik probeer mijn hand te bewegen, wat moeilijk gaat. “Dat weet ik niet”, fluister ik. “Iemand heeft mijn pink van mijn hand gehakt. Of gesneden. Dat kan ook. Dat gebeurde op de dag dat mama werd vermoord.”
Gigi bromt.

“Hij is eraf gesneden?” Théa brengt haar hand naar haar mond. “Maar waarom dan?” “Geen idee”, zeg ik. “Ik herinner me niks van de dag dat ik naar de mensen ging.” “Naar de mensen?”
De zon schijnt ineens weer naar binnen. Het licht valt op haar handen, die ze nu rond haar mok vouwt. Ze heeft slanke en sierlijke vingers. Haar tien lange en bloedrood gelakte nagels lichten op in het felle licht.
Ik kijk weer op het blaadje. Théa Wanders-Damen.
“Wat is je beroep?” vraagt Gigi. Haar zweetgeur wordt sterker.
“Ik ben landbouwingenieur en heb tien jaar geleden de boerderij van mijn ouders overgenomen.”
“Je bent dus boerin”, zegt Gigi. Er klinkt iets van afkeuring door in haar stem.
Boeren hebben geen hoge status bij Gigi. Ze staken te vaak.
“Zoiets”, antwoordt Théa. “We verbouwen sinds 2009 wijn. Daarom ook mijn studie oenologie in Toulouse. Ik kan goed proeven en ruiken. Onze wijnen winnen prijzen vanwege mijn neus.”
“Ik kan ook goed proeven en ruiken”, zeg ik.

null Beeld

“Jij bent net een hond”, zegt Gigi. “Jij besnuffelt de mensen. Dat hoort niet.”
Théa barst in lachen uit. Ik lach mee.
Gigi niet.
“Heb jij een relatie?” vraagt Théa me.
Gigi kucht.
“Non, mijn Gabor is dood.” Ik schuif met mijn ballerina’s over de vloer. “Hij stierf op 9 december 2010 aan een hartstilstand. Hij was achtenvijftig.”
“Achtenvijftig?”
Haar blik dwaalt af. Ze rekent. Zoals ook Gigi rekende toen ik haar over mijn liefde voor Gabor vertelde. Gigi zeurde over het grote leeftijdsverschil. Hij zou altijd eerder sterven dan ik, zei ze. Ik zou een jonge weduwe worden. Ze kreeg gelijk.
“Heb je kinderen?” vraag ik. Gigi schrikt.
“Non, ik heb geen eigen kinderen”, zegt Théa met een glimlach. “Ludo heeft twee pubers. Die wonen bij hun moeder. Toen ik hem ontmoette was ik al achtendertig. Hij was gescheiden. De jongens komen om het weekend bij ons. Ik zorg dan voor zijn zonen. Dat is voor mij voldoende.”
Ze gaat iets verzitten. “En jij?” Ze kijkt me aan.
“Daar gaan we niet over praten!” roept Gigi.
“Ik heb een zoon”, zeg ik terwijl ik mijn vuisten bal. “Hij is dood. Mijn kleine Bertrand stierf in zijn slaap. Hij was nog een baby. Eén jaar oud. Hij sliep naast me in bed. Toen ik me ’s ochtends naar hem toe draaide, lag hij koud en stijf tegen me aan. Hij rook al naar de dood. Dat was op 10 augustus 2012.”
Ik buig me voorover en duw mijn knokkels zo diep mogelijk in mijn buik, op de plek waar Bertrand groeide. “Sindsdien is er de Leegte in mijn buik”, zeg ik.
Théa knippert weer met haar ogen. Er valt een stilte. “Je buik is leeg?” fluistert ze, terwijl ze me aanstaart. “Oui”, zeg ik, en ik duw nog harder. Gigi staat op, schiet naar me toe en pakt me van achteren vast. “Viens, ma bête, viens”, zegt ze en ze knuffelt me. “Viens, ma bête.” Gigi wiegt me en geeft me kleine kusjes op mijn krullen. Ik zucht. De geur van haar angstzweet is nu heel sterk. Ze wil niet dat ik over Bertrand praat. Met het praten haal ik herinneringen op en met de herinneringen komt het verdriet. En met het verdriet komt wat zij het gekke gedrag noemt, zoals verdwijnen en alleen door de hoge Pyreneeën trekken. Om te vergeten. Het wiegen kalmeert me. Zoals altijd. Gigi kan goed wiegen. Ik ontspan mijn vuisten en recht mijn rug.
“Wat zit er nog meer in die map?” vraagt Gigi. Ze laat me los en tikt op het plastic omslag.
De mond van Théa hangt iets open. Haar blik gaat van mij naar Gigi. “Hebben jullie een foto van de moeder van Nina?”

null Beeld

“Non”, zegt Gigi. “Er zijn geen foto’s van haar gevonden op de plek waar ze is vermoord. Nina wilde daarom dat ik de politie een foto van haar lijk vroeg, omdat ze zich na dat jaar in de inrichting niet meer zo precies kon herinneren hoe haar moeder eruitzag. Maar ik wilde geen foto van een vermoorde vrouw in huis!”
Ik stop mijn duim in mijn mond en ik begin aan het velletje naast mijn nagel te knabbelen.
Théa en Gigi kijken elkaar aan. Ze wisselen berichten uit. Net als herten. Théa slaat zwijgend de map open, pakt twee foto’s en schuift die over tafel.
“Kijk”, zegt ze. “Deze vond ik verstopt in het nachtkastje van mijn moeder. De zwart-witfoto is een kopie van een paspoort van een meisje met de naam Mia Blekers. Het paspoort is op 18 juli 1972 uitgegeven door de gemeente Maastricht. Het meisje op de foto was op dat moment dertien jaar. De kleurenfoto laat datzelfde meisje zien, maar dan een jaar later. Genomen op 2 september 1973. Het is een schoolfoto. Kijk maar. Dat daar is het logo van het Jeanne d’Arc Lyceum.” Théa wijst naar een vierkantje rechts­onder in de hoek, maar ik zie het beeldmerk niet. Alleen het meisje.

Mijn adem stokt en ter hoogte van mijn middenrif ontstaat een weeïg gevoel.
Ik krijg geen lucht.
“Nee!” roep ik, en schiet omhoog. Mijn stoel valt om. Ik zet een paar stappen naar achteren en knal tegen de servieskast. Ik probeer te ademen, maar het lukt niet. De keuken begint om me heen te draaien. Ik wil nog wat vastpakken maar grijp mis. Ik zak in elkaar en land op de vloer. Die voelt koud.
“Nee!” Ik kruip in elkaar en sla mijn handen over mijn hoofd. “Nee, mama! Nee! Pijn!” ■

Het bloemenmeisje
1988. Hoog in de Franse Pyreneeën vindt de politie een verwilderde tiener bij het levenloze lichaam van haar moeder. Het meisje krijgt de naam Nina Fleurie: het bloemenmeisje. Dertig jaar later ontdekt Nina dat ze een tweelingzus heeft. Samen duiken ze in het bizarre verleden van hun moeder. Als haar zus verdwijnt, raakt de zoektocht in een stroom-versnelling en stuit Nina op de mensen die het leven van haar moeder verwoestten. Plotseling lijkt een onbekende de jacht op haar te hebben geopend…

null Beeld

Anya Niewierra (1964) is algemeen directeur bij Visit Zuid-Limburg en schreef eerder de thrillers Vrij uitzicht en Het dossier, die werden genomineerd voor de Hebban Thriller Award. Ze woont, schrijft en schildert afwisselend in Zuid-Limburg en in de Pyreneeën.

PS

Lees het verhaal van Nina Fleurie, haar tweelingzus Théa en hun bizarre zoektocht naar het verleden van hun moeder in Libelle Bookazine 8, vanaf 22 juli in de winkel.

  • Fotografie: Arcangel, Hugo Thomassen

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden