null Beeld

Dagboek van Anne-Wil: “Ik besef weer eens hoe je boft als je geen aanleg voor verslaving hebt”

Anne-Wil heeft twee kinderen, zes kleinkinderen, is getrouwd met Han en heeft momenteel geen werk. Schoonzus Dorien en haar vriend Otto zijn eindelijk weer boven water.

Vrijdag

Toch hebben ze wel wat, die dagelijkse ommetjes die Boy me heeft voorgeschreven. Toen de hond er nog was, wandelde ik regelmatig door de buurt. Daarna heb ik eigenlijk alleen nog maar gefietst. Niet echt de manier om de omgeving goed in je op te nemen. Sinds ik weer wandel, raak ik er steeds meer van overtuigd dat elke tuin iets verraadt van de persoonlijkheid van de eigenaar.

Neem nou de tuin van die meneer van vier huizen verderop, die naar buiten komt stuiven als iemand een auto voor zijn deur parkeert. Twee keurige buxus-rijtjes, met bolletjes die eruitzien alsof ze met een nagelschaartje worden geknipt. Daarachter twee rozenstruikjes en daar weer een ligusterheg achter, waar je een liniaal langs kunt leggen. Een strenge tuin, ik kan niet anders zeggen.

De tuin ernaast is een aantrekkelijke chaos van wilde bloemen die hun gang mogen gaan. Helaas trekken de bloemen zich niets aan van de strakke heggen van de buurman. Resultaat: een verbitterde strijd met de buurvrouw over overgewaaid onkruid, zoals hij het noemt. Zij is het toonbeeld van hartelijkheid en gastvrijheid. Met haar gebatikte rokken en sandalen lijkt ze niet in de gaten te hebben dat de tijd van hippies al lang voorbij is. Ik vind haar enig.

Zo vertelt elke tuin een verhaal. Het is dat het niet de bedoeling is dat ik slenter, anders zou ik veel vaker stilstaan. Ik krijg steeds meer plezier in de dagelijkse ommetjes. Een feit dat ik bijna niet aan mezelf durf toe te geven.

Zaterdag

“Daar zijn we weer!” zegt Dorien opgewekt. “Mogen we binnenkomen?” Han en ik hebben net boodschappen gedaan en onze jassen nog niet eens uit. We staren naar Dorien en Otto alsof ze van een andere planeet komen. “Wat een verrassing!” roept Han uit. Hij laat een volle boodschappentas uit zijn handen vallen en omhelst zijn zusje.

“Verdorie, Dorien, ik was hartstikke ongerust. Waar wáren jullie al die tijd?” “In rehab”, antwoordt Otto vrolijk. Ik kijk hem niet-begrijpend aan. Dorien maakt zich los uit de omhelzing. “We hadden een kleine terugval met de drank en we zijn er meteen iets aan gaan doen. Ja, dat gaat niet van de ene dag op de andere. Maar goed, we zijn er weer. Als je het niet erg vindt, praten we er verder liever niet over.” “Eh, nee, ja, oké... Trek je jas uit en kom verder”, zegt Han.

Ik kijk naar mijn schoonzusje. Ze ziet er goed uit. Voor Otto geldt hetzelfde. Ze hebben een ontwenningskuur achter de rug, begrijp ik. Dat zal niet meegevallen zijn. Als ik een halfuurtje later samen met Dorien in de keuken een maaltje bereid, zegt ze: “Ik wil corona niet de schuld geven, want we hebben het over onszelf afgeroepen, maar het heeft er wel aan bijgedragen. Het was zo vreemd en saai en angstig allemaal. Je begint met een slokje om een beetje op te kikkeren en de moed erin te houden. Enfin, we weten allemaal hoe het dan verdergaat.” Verder zwijgt ze erover. Eerlijk gezegd heb ik mij er nooit in verdiept hoe het dan verdergaat. Ik besef weer eens hoe je boft als je geen aanleg voor verslaving hebt.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden