null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

Janneke & het hospice: “Het is nog maar elf uur. Zal ik hen een borrel inschenken? Mag dat?”

Na een bezoek aan de huisarts besluit Janneke Siebelink (46) vrijwilligerswerk te gaan doen. Nu kookt ze elke week in een hospice en schrijft erover in Libelle. Haar doel: het verhaal vertellen van de bewoners van het hospice, die veelal in hun laatste levensfase verkeren. Zodat niemand ongezien in de vergetelheid raakt. Dit keer schrijft ze over een fles Oranjebitter die goed in de smaak valt bij twee bewoners.

null Beeld Janneke
Beeld Janneke

“Hé, staat het er nu nog?” Verbaasd kijk ik naar fles Oranjebitter die in de deur van de ‘voorraad’-koelkast staat. Die kwam met Koningsdag op tafel, herinner ik me. Ik pak ’m en houd hem omhoog om de inhoud te inspecteren. Het oranje drankje walst uitnodigend tegen het glas.

“Dat was toch nog van Koningsdag?”, vraag ik aan mevrouw Van de W. (96) en meneer G. (93) die aan tafel bleven zitten na het ontbijt. Ik laat de fles zien, maar bedenk me dat zij hier toen nog niet waren. Dat was ruim vier maanden geleden, vrijwel alle bewoners van toen zijn weg.

Morgen zonder zorgen

“Wat heb je daar dan?”, vraagt Mevrouw Van de W.

“Sterke drank”, zeg ik, onderwijl inschattend dat er zeker nog tien borrelglaasjes te vullen zijn met de inhoud van de fles.

“Ik wilde eigenlijk een doosje eieren pakken...”

“Nou, ik heb liever wat je in je hand hebt”, zegt ze sneller dan ik mijn zin kan afmaken. Meneer G. slaat met zijn handen op tafel.

“Ja, haha. Een borrel in de morgen, is een dag zonder zorgen.” En wijst priemend naar de kast met glaswerk. “Toe maar, schenk maar in, ik doe mee!”

Het is elf uur in de ochtend.

“Het is nog maar elf uur. Misschien moet ik, ik weet niet of het...” ondertussen kijk ik naar de gang of er iemand aankomt. Mag dit? Snel probeer ik de mogelijke consequenties op een rijtje te zetten. Wat als ze speciale medicijnen hebben? Wat als door de borrel die ik inschenk – de fles brandt in mijn hand – een van beiden sterft? Aan welke kant zitten ze ook alweer van het hospice? Ik weet het, aan de palliatieve kant. De ‘laatste halte’-kant. De ‘kan het mij nog wat schelen’-kant, zoals P. het noemde.

Scheetje

P. (40) werkte als piloot voordat hij hier terechtkwam dankzij een hersentumor. Hij behield lang zijn decorum, maar op het laatst was hij bijna alle woorden kwijt die hij in zijn leven had geleerd en slaakte schurende oerkreten wanneer hij zich verplaatste. Als een gewond dier, dat zijn pijn voor ons, die getuige waren, invoelbaar maakte. Zijn lichaam had hem verraden. Zijn lichaam was niet meer van hem, hij had er geen controle meer over. Daarom kwam hij liever ook niet meer aan tafel. Ik herinner me hoe hij in een van zijn laatste weken de woonkamer binnenkwam en plotseling stil ging staan. Ik stond op ongeveer tien meter van hem vandaan, in de open keuken.

“Wat was dat nou?” Hij grinnikte als een kleine jongen, keek een beetje beduusd om zich heen.

Ik liet het eten voor wat het was en rende snel naar hem toe.

“Wat is er? Ben je iets kwijt? Moet ik iemand halen?”

“Ik liet een scheetje geloof ik.”

Ik schoot in de lach.

“Het was maar een scheetje, kan het mij schelen”, zei P. en schuifelde naar de tafel.

Medaille

“Nou, komt er nog wat van?”

Ik kijk in de levendige ogen van meneer G.. En ook mevrouw Van der W. klapt in haar handen. Ik kijk naar de plek waar P. had gestaan. Wat kan het schelen, denk ik, en pak snel twee borrelglazen uit de kast.

“Die staan er natuurlijk ook niet voor niks”, spreek ik mijn gemoed verzachtend toe, terwijl ik de glaasjes op tafel zet en inschenk. Mevrouw van der W. slaat het glaasje in één keer achterover, kijkt tevreden voor zich uit.

“Doe er nog maar een”, zegt ze.

“Weet u dat zeker? Straks word ik geroyeerd als vrijwilliger.”

“Welnee!”, roept meneer G. “Je moet juist een medaille krijgen! Zo is het nog eens gezellig hier. In de keukentjes in onze kamers staan ook twee wijnglazen, we mogen hier gewoon doen alsof we thuis zijn. Kom nou.”

Baldadig en aansprakelijk

Ik kijk weer naar de fles in mijn handen, voel me baldadig en tegelijkertijd aansprakelijk, alsof ik in overtreding ben. Maar waar ben ik schuldig aan? Denkend aan het nieuws op tv en in de krant, stel ik vast dat de mensheid weinig vooruitgang boekt op moreel vlak. Mijn kleine revolte hier op vijfhoog in een klein hospice in een grote stad verbleekt bij de misstanden die zich over onze hoofden en ruggen afspelen in de achterkamertjes van onze bestuurders. En niet alleen daar.

“U gebruikt toch geen medicijnen?’”, vraag ik vooral voor de vorm – ze hebben er al een op – en kijk ze allebei nadrukkelijk aan.

“Niks?”, dring ik aan.

“Nee, niks waar we niet toch al dood aan gaan schat, dus schenk maar in. Het is zo lekker zacht, hè, zo zacht als fluweel op je tong, in je keel.”

“Poëtisch”, zegt mevrouw Van der W. dromerig.

Vergenoegd zet meneer G. het glaasje aan zijn lippen.

En wat kan het ook schelen.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden