Vroegbloeiers: nu planten, straks een tuin vol kleur

null Beeld

In februari al een tuin vol bloemen, wie wordt daar nou niet blij van? De truc is om nú bollen te planten. Hoe eerder die in de grond zitten, hoe vroeger ze bloeien.

null Beeld

Bollen zijn rare dingen. Ze gaan als droge ui de grond in, we vergeten vaak wáár, en verrassen ons als ze tot bloei komen. In elke bol zit de bloem al verstopt. De droge bollen planten we in het najaar, ze bloeien pas het volgende voorjaar of in de zomer. De keuze in bollen is eindeloos, niet alleen in soorten en hoogte, ook in kleuren is er enorm veel variatie. Gele en rode tulpen kent iedereen, net zoals de gele narcissen. Minder bekend zijn lage, vroegbloeiende bolletjes in tere pasteltinten. Deze bloemen hoeven niet te pronken met felle kleuren. Doordat ze bloeien als de bomen nog kaal zijn, vallen ze sowieso op en trekken met hun zachte kleuren de aandacht van bijen en hommels.
Goed om te weten: voor een tuin vol vroegbloeiers zijn tien bollen niet genoeg, die vallen helemaal weg. Denk eerder aan tientallen (of honderdtallen) per bollensoort.

In de warme grond

Het is slim om op tijd te beginnen met het planten van bloembollen. Dat wil zeggen: als de tuin nog vol staat met nazomerbloeiers. Bollen moeten namelijk vóór de winter wortels maken en dat gaat het beste in een door de zomer opgewarmde bodem. Ook vocht is belangrijk. In een droog najaar vinden de net geplante bollen het fijn om besproeid te worden.

null Beeld

Vroege bloeiers zoals sneeuwklokjes, winterakoniet en sterhyacinten kunnen als eerste de grond in – eind september, begin oktober. Tulpen en sieruien kunnen tot half november worden geplant. Laat planten betekent een latere bloei. Het voordeel van vroege bloeiers planten: zo begint de lente lekker vroeg in de tuin.

Elk jaar meer

Hyacinten en de meeste tulpen kunnen na de bloei uit de grond gehaald worden en ‘overzomeren’ op een droge, donkere plek in de schuur. Zo kunnen ze elk jaar opnieuw geplant worden. In een bestaande border met veel vaste planten is het lastig om de bollen elk jaar te planten, de grond is dan al aardig gevuld. Kies hier liever voor verwilderingsbollen, deze kunnen in de grond blijven. Als ze het naar hun zin hebben, breiden groepen bollen zich uit en worden het er elk jaar meer. Het afstervende blad en de bloemstelen verdwijnen onder het opkomende blad van de vaste planten.

null Beeld
  1. Maak de plantplek onkruidvrij en wip de grond los met een spitriek of spade.
  2. Bollen hebben een hekel aan natte voeten. Meng door kleigrond wat zand om de grond luchtiger te maken.
  3. Meng door zandgrond wat compost, dit houdt het vocht langer vast en geeft voeding.
  4. Stort voor een natuurlijk effect alle bollen in een emmer of kruiwagen, meng ze door elkaar en strooi ze dan uit. Plant vervolgens elke bol op de juiste diepte op de plek waar hij terechtgekomen is.
  5. De grootte van de bol bepaalt de plantdiepte. Plant de bol zo diep als tweemaal de bolgrootte. Boven een bol van vier centimeter komt dus acht centimeter grond. De meeste bollen hebben een puntje, dit moet naar boven wijzen.
  6. Gebruik een smal plantschopje met een maatverdeling of, nog beter, een echte bollenplanter. De bollenplanter trekt de grond omhoog. Laat de bol in het plantgat vallen en schep de grond er weer op.
  7. Verzamel en snipper later in het jaar de resten van vaste planten en afgevallen blad en dek de geplante bollen af met dit plantenafval. Het beschermt tegen kou en uitdroging.

Roze wolk

Een roze wolk in de tuin? Plant dan wilde hyacinten, de ‘Bluebell’ Hyacinthoides non-scripta of hispanica in roze. Stop er lekker veel in de vochtige grond onder bomen en geniet in mei niet alleen van de kleur, maar ook van de heerlijke hyacintengeur.

null Beeld
  1. De puntjes moeten naar boven wijzen
  2. Boerencrocus, Crocus tommasinianus

Blije bijen

Om bijen, vlinders en hommels naar de tuin te lokken, zijn er speciale bollenmengsels voor biodiversiteit. De bloeitijd van de bollen is op elkaar afgestemd. Het begint in februari met de krokus en de bloei gaat door tot begin mei met tulpen en sieruien. Hierna nemen vaste planten de bloei over en halen insecten hier hun nectar.

null Beeld
  1. Bollenplanter met hyacintbollen
  2. Dwergiris, Iris reticulata ‘Cantab’
  3. Meng de bollen door elkaar voor een natuurlijk effect

Top 10 voor verwildering

Boerencrocus, Crocus tommasinianus: lila
Boshyacint, Hyacinthoides: lichtblauw
Oosterse sterhyacint, Scilla siberica ‘Spring Beauty’: lichtblauw
Blauwe druif, Muscari ‘Valerie Finnis’: lichtblauw, ‘Pink Sunrise’: zachtroze
Sneeuwroem, Chionodoxa luciliae: lichtblauw
Prairielelie, Camassia cusickii: lichtblauw
Narcis, Narcissus ‘Thalia’: wit en geurend
Dwergiris, Iris reticulata ‘Cantab’: lichtblauw
Oud wijfje, Ipheion uniflorum ‘Wisley Blue’: lichtblauw met een wit streepje, of Ipheion uniflorum: lila met een streepje
Buishyacint, Puschkinia var. libanotica: wit met een zweempje blauw

null Beeld
  1. Prairielelie,Camassia cusickii
  2. Sneeuwroem, Chionodoxa
null Beeld

Veld vol bloemen

Dat is pas lente: een paars-wit weitje van krokussen en sneeuwklokjes! Het is nu tijd om ze te planten. Prik in een bestaande grasmat gaten met een bollensteker of licht de grasmat een stukje op. Bij de aanleg van een nieuw gazon is het slim om eerst de bollen te planten en de graszoden eroverheen te leggen. Het is bij bollen de massa die het wow-effect geeft, dus plant liever vijftig bollen per vierkante meter dan hier en daar een bol. Pas als in het voorjaar het loof van de bollen vergeeld is, kan het gras worden gemaaid. Dit geeft de bol de tijd om reservevoedsel op te slaan in de bol en de rijpe zaden vallen op de grond. Zo wordt een bollenweitje steeds voller.

Top 5 voor een bloemenwei

  1. Sneeuwklokje, Galanthus nivalis
  2. Boerenkrokus, Crocus tommasinianus
  3. Narcis, Narcissus ‘February Gold’
  4. Sneeuwroem, Chionodoxa ‘Blue Giant’
  5. Wilde hyacint, Bluebell Hyacinthoides non-scripta
null Beeld
null Beeld
null Beeld

Laag voor laag

Geen tuin, wel ruimte voor potten en bakken? Plant dan bollen volgens de lasagne-methode: laagjes bollen boven elkaar. Hoe meer lagen, hoe langer de bloeitijd. Kies een ruime, flinke pot en zorg dat er gaatjes in de bodem zitten zodat te veel water makkelijk weg kan lopen. Leg onderop wat oude scherven of hydrokorrels en stort daar een laag potgrond op. De grootste bollen komen onderin, bijvoorbeeld de tulpen. Schep een laagje grond erop, breng een laagje bollen aan en dan weer een laagje grond. Eindig met de kleinste bollen die als eerste gaan bloeien, dek af met een laag potgrond en plant de pot af met vergeet-mij-nietjes of viooltjes.

Bovenste laag: sneeuwklokjes, krokussen en dwergirissen.

Middenlaag: hyacinten, blauwe druifjes en narcissen.

Onderste laag: tulpen en keizerskronen.

Tip: koop een tas voorgemengde bloembollen op kleur, zoals de mengsels Folklore Rob, Folklore Mike, Folklore Tim en Folklore John.

null Beeld
  • Fotografie: Sjoerd Eickmans, GAP Photos, Getty Images, Shutterstock. Styling: Esther Jostmeijer

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden