null Beeld

Dagboek van Anne-Wil: “‘Zolang ze in Antwerpen zit heb ik niets tegen jouw ex’, antwoord ik”

Anne-Wil heeft twee kinderen, zes kleinkinderen, is getrouwd met Han en heeft momenteel geen werk. Af en toe heeft ze een nacht dat ze de slaap niet kan vatten. En ze krijgt goed nieuws over Hans ex...

Maandag

Ik ben probleemloos ingeslapen, gezellig tegen Han aan, maar nu is het twee uur later en ben ik wakker. Klaarwakker! Ik zou puzzels kunnen oplossen. Even naar de wc dan maar. Ik tuur naar buiten, waar geen ster te zien is. Ook weer zoiets, ik ben niet echt bang in het donker, maar ik voel me ook niet op mijn gemak.

Gauw terug naar bed, waar Han diep en rustig ademt. Als ik daar aandachtig naar luister, val ik misschien zelf ook wel weer in slaap. Niet dus. Het geluid van z’n ademhaling begint me te irriteren. Waarom hij wel en ik niet? Af en toe hoor ik een bijgeluidje als hij inademt. Niet echt een snurk, maar best hinderlijk als je erop let. Nou doet-ie het weer! Ik gleed nét weer een beetje weg. Grrm… Grrm…

Ik pak z’n schouder en schud. “Wat? Hè? Wat is er?” Hij schiet overeind. “Je snurkt!” zeg ik. “Ik snurk nooit!” antwoordt hij verontwaardigd. “Nu wel,” bijt ik terug. Hij gaat weer liggen en mompelt iets onverstaanbaars. Het is duidelijk dat hij boos is. Mooi, dan kan hij misschien ook niet slapen en dan liggen we lekker samen wakker. Grrm... Grrm...

Hoe kan iemand zo snel in slaap vallen? Hij lijkt wel zo’n slaappop, die ik vroeger had. Elsje heette ze. Als ze rechtop zat had ze prachtige grote blauwe ogen, als ik haar neerlegde gingen ze dicht.

Inmiddels ben ik al een paar uur wakker. Nog niet zo lang geleden was het om deze tijd al licht, nu moet ik er nog minstens een uur op wachten. Ik draai me om. Als ik nou eens probeer om nergens aan te denken, dan lukt het misschien. Terwijl ik krampachtig aan niets lig te denken, word ik steeds wakkerder. Grrm… Grrm… Nou ja, soms heb je van die nachten.

Zaterdag

Jaap en Anja komen terug! Tijdens de pandemie woonden ze in een huurhuis in Spanje. “Als we dan toch opgesloten zitten, dan liever ergens waar het klimaat prettig is en met een zwembad in de tuin”, had Jaap gezegd. Maar nu vindt hij dat het lang genoeg heeft geduurd. Ik ben het helemaal met hem eens. Nee, corona is nog niet weg, maar in elk geval is het leven weer min of meer normaal.

Neuriënd schenk ik een kop koffie in. Han komt de keuken binnen: “Wat klink jij blij.” Ik vertel hem het nieuws. “Ik heb ook een nieuwtje”, zegt hij. “Ik had Else aan de telefoon, vanmorgen. Ze heeft besloten toch in Antwerpen te blijven én ze heeft een nieuwe liefde. Als dat geen pak van jouw hart is!” “Was het zo duidelijk dat ik het niet leuk vond dat ze bij ons in de buurt wilde komen wonen?”, vraag ik. Han slaat een arm om me heen. “Ik ken niemand die duidelijker is over wat ze vindt dan jij”, zegt hij. Hij geeft me een zoen. “Al begrijp ik niet echt wat je tegen haar hebt.” “Zolang ze in Antwerpen zit heb ik niets tegen jouw ex”, antwoord ik. “Ze bemoeit zich met dingen, daar kan ik niet tegen.” “Pure vriendelijke belangstelling”, verdedigt Han. Ik wil iets venijnigs zeggen, maar bedenk me. Waarom zou ik? Ze blijft in Antwerpen en heeft een nieuwe lief, waar zou ik me nog druk om maken?

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden