null Beeld

Dagboek van Willeke: “Mijn eerste repetitie was geweldig. Ik voel me thuis bij deze mensen”

Willeke is de kleindochter van Anne-Wil en de puberdochter van Manon. Iedere week houdt ze een dagboek bij voor Libelle.

Vrijdag 8 oktober

Al 3 uur lang repetitie? Hoe laat ben je klaar?

Ik lees het berichtje van Floris en doe dan mijn telefoon uit zonder antwoord te geven. Ik ga zo heus wel naar hem toe, maar ben nu nog aan het nagenieten van mijn eerste musicalrepetitie.

Het was geweldig om voor het eerst mijn medespelers te leren kennen, mezelf de teksten te horen uitspreken die ik in de lente ga opvoeren. Nu hangen we op een bankje dicht bij de school en praten we honderduit na over de regisseur, het stuk, en alles wat we net hebben meegemaakt. Ik voel me thuis bij deze groep mensen. Ik heb nog eventjes geen zin om op te bank Netflix te kijken, hoe lief ik Floris ook vind.

Zaterdag 9 oktober

Voor de zoveelste keer vandaag probeer ik Robbert te bereiken. Ik zou vandaag langskomen in Amsterdam om hem op te zoeken. Hij werkt nu bij een galerie als manusje van alles. Daardoor is hij nu heel weinig thuis. Hij studeert in de bieb en bij vrienden, of tegenwoordig ook in een achterkamer van de galerie. Hij logeert soms bij een vriendin. Als hij thuiskomt is het meestal laat, en heeft hij geen zin meer om mij te vertellen over zijn drukke leven.

Ook nu is hij te druk om samen te lunchen, liet hij in een kort appje weten. Ik heb er een beetje genoeg van om mijn broer te missen, we waren net echt goeie vrienden aan het worden. Dus ik probeer hem nog maar een keertje te FaceTimen. Tot mijn verbazing neemt hij op, ik zie zijn spitse gezicht van onderaf gezien in mijn beeldscherm verschijnen.

“Wils, mal wijf, is er iets ernstigs? Dit is de zoveelste keer!”

“Neem dan een keer op, klojo. Ik ben gewoon benieuwd wat je allemaal uitspookt.”

Hij draait de camera om en een groot zilverkleurig gevaarte komt in beeld. “Ik ben de espressomachine aan het schoonmaken. Komt een stuk meer bij kijken dan onze Senseo. Waar ben jij?”

Ik draai de camera om en laat hem zien waar ik ben.

“Zit je in mijn kamer?! Als je maar niet aan mijn spullen komt, ik maak je dood hoor!”

“Om me dood te maken zul je wel weer eens naar huis moeten komen. Het is net alsof je al uit huis bent, joh!”

“Kun je een geheimpje bewaren? Ik wil mama er straks zelf over bellen. Ik ga het huis uit. Ik heb iets gevonden hier.”

“Dat meen je niet! Heb je een studentenkamer? Een beetje centraal?”

“Nou, ontzettend centraal. Ik ga boven de galerie wonen.” Robbert legt de telefoon neer om verder te gaan met het espressoapparaat, waardoor ik alleen het plafond nog kan zien. Hij vertelt dat er deze week een inbraak is geweest in de straat waar de galerie is, en dat de galeriehouder, die hij steevast ‘Nelson’ noemt, het nu niet meer veilig vindt om het pand ’s nachts onbewaakt te laten. Daarom mag Robbert nu op de verdieping boven de galerie wonen.

“Maar waarom jij dan? Dat wil toch iedereen wel, midden in de stad wonen?”

“Gewoon, ik werk hier al, Nelson vertrouwt me gewoon.”

Mama zal hier het hare van vinden. Zij vindt de vriendschap tussen Robbert en de galeriehouder van middelbare leeftijd sowieso een raar verhaal. En nu zal ze ook nog moeten slikken dat Rob zowat bij hem intrekt. Want dat het gebeuren gaat is zeker; ik heb Rob sinds zijn slagen niet zo enthousiast gezien.

“Nou”, zegt hij, “ga jij maar vast bedenken hoe je mijn oude kamer wil inrichten. Ook wel chill voor jou, toch? Dan heb jij eindelijk een beetje privacy. En kan Tietje in jouw kamer.”

“Chill”, zeg ik bedrukt. Ik wist dat Robbert zo gauw mogelijk het huis uit wilde, maar het lijkt alsof het hem niets kan schelen dat hij me alleen achterlaat.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden