Janny van der Heijden

“Ik heb de levensstijl niet voor maatje 36”

null Beeld  Ester Gebuis
Beeld Ester Gebuis

Een leven als pensionada ziet Janny van der Heijden (67) nog niet zitten, daarvoor vindt ze haar werk veel te leuk en boeiend. “Maar als ze me morgen inruilen, heb ik een ongelooflijk leuke tijd gehad.”

De fotoshoot is nét afgelopen en Janny van der Heijden (67) tref ik aan in haar beha, te midden van stapels kleren waarin ze zojuist is gefotografeerd. Ach, het is weer eens wat anders dan een kennismaking bij een kopje koffie en een taartje, en Van der Heijden zit er niet mee. “Kunnen we al aan de witte wijn?” roept ze vrolijk. Even later zitten we in de gouden herfstzon op het terras, achter een glas wijn en laat ze de schetsen zien van haar kledinglijn die ze samen met het modemerk Kyra & Co heeft ontworpen. Maar eerst moet haar woest keffende teckel – wereldberoemd van het televisieprogamma Denkend aan Holland waarin Janny samen met André van Duin op een bootje door de Nederlandse wateren vaart – streng worden toegesproken: “Nhaan! Nhaan! Je bent hier niet thuis!” Nederland kent haar sinds acht jaar als jurylid van Heel Holland Bakt, en in het echt blijkt ze precies als op de buis: vriendelijke, enigszins geloken ogen, wellevend en beschaafd, melodieuze stem, goedgehumeurd en in voor een grapje. 67 is ze onlangs geworden, pensioengerechtigd dus, maar nog lang niet van plan te stoppen met werken. Naast haar tv-werk heeft ze een servies ontwikkeld, een podcast gemaakt (De smaak van vroeger), werkt ze aan een boek, en nu is er dus ook haar eigen kledinglijn. Ze vertelt dat ze als veertienjarige de mode-illustraties uit Het Parool natekende en droomde van de kunstacademie. “Mijn ouders vroegen een bevriende kunstenaar: wat denk je, is dat wat voor onze Janny? Die man zei: ‘Tekent ze alleen maar na? Dan wordt het nooit wat!’”

Ze lacht.

“Die opmerking hakte erin, ik heb geen potlood meer aangeraakt. Ik maakte wel nog beelden van klei en een poosje later won ik een prijs met een beeldje dat mijn ouders hadden ingestuurd voor een wedstrijd. De beroemde beeldhouwer Kees Verkade zag wat in me en bood me aan om op zijn atelier te komen werken. Maar ik ben nooit gegaan, ik durfde niet meer.”

Ruim vijftig jaar later er dan toch een kledinglijn met een typische Janny-signatuur: broekpakken, jurken, tops, een Chanel-achtig jasje, in rood, zwart en camel.

“Een beetje klassiek, een tikje edgy hier en daar. En ik wilde dat de dingen gecombineerd kunnen worden, dan wordt je range meteen heel groot.” Gemaakt van mooie stoffen, want “ik háát dingen die kreuken.”

Pas op je 58e werd je een bekende Nederlander. Denk je nooit: dat durf ik niet?

“Ik werkte al heel lang achter de schermen van programma’s als Koken met Sterren, Masterchef en Obese, en ik zei altijd: ik wil niet in beeld. Toen werd Heel Holland Bakt naar Nederland gehaald. De productiemaatschappij vroeg me om mee te denken over het concept, de eventuele opdrachten en wie de juryleden moesten worden en zo. En toen zei iemand: je bent eigenlijk geknipt voor die rol. Ik nam dat totaal niet serieus, maar ben bij MAX gaan praten. Daarna reed ik vrolijk naar huis, overtuigd dat ik het niet zou worden. Het toenmalige hoofd televisie vertelde me later: ‘Ik zag al na drie minuten dat jij het moest worden.’”

null Beeld

Meestal willen mensen die achter de schermen werken niet in de spotlight.

“Ik heb geen angst voor de camera. Dat is het voordeel van ouder worden, dat je minder onzeker wordt. Maar ik ben niet iemand die teksten van een ander wil uitspreken. Ik wil zijn wie ik ben en dat kan heel goed bij Heel Holland Bakt. Of zoals het programma met het bootje, daarin kunnen André en ik ook doen wat we willen. Mensen zeggen vaak: het is alsof we zelf meevaren. Dat is precies het succes ervan: het is gewoon lekkere, beetje knullige tv.”

Wat is die chemie tussen jou en André?

“We kenden elkaar oppervlakkig, maar hadden nooit samengewerkt. Hij dacht in het begin: dat is vast zo’n brave mevrouw die geen gekke dingen doet. Daar kwam hij snel van terug. André kan alles tegen me zeggen, omdat ik hem blind vertrouw. Hij maakt altijd grapjes over eten, over snoepen, over mijn kleren. Maar hij bedoelt het nooit kwetsend. We zijn heel dol op elkaar geworden, echt intieme vrienden. En op dat bootje lijken we wel een echtpaar dat al veertig jaar kibbelt over de koffie.”

Hij plaagt jou en Robèrt ook altijd.

“Ja, dan roept hij: ‘Handjes boven de tafel!’ als we weglopen voor de technische opdracht.” Ze lacht. “Robèrt wordt daar wat ongemakkelijk van, ik zit er totaal niet mee.”

Dat onzekere veertienjarige pubermeisje heeft in de loop van het leven zelfvertrouwen gekregen.

“Toen ik ging scheiden, ruim twintig jaar geleden, moést ik wel. In diezelfde tijd overleden ook mijn ouders. Binnen een paar maanden was ik alles kwijt. Ik had heel sterk het gevoel: ik ben van niemand meer. Er kwam een enorme oerkracht vrij: ik werd een leeuwin die voor haar kinderen stond. Ik kon niet eens rouwen. Dat kwam pas later.”

Kwam je scheiding als een donderslag bij heldere hemel?

“Ik ben getrouwd met het idee dat het voor altijd zou zijn. Dat bleek niet het geval. Mijn zwager is psychiater, hij zei: ‘Een goede scheiding kost drie tot vier jaar.’ Ik dacht: nou, dat kan best wat sneller. Maar dat is echt niet zo. Het is niet dat je in die jaren geen leven hebt, maar voordat je los bent van frustratie, verdriet, onbegrip – daar gaat tijd overheen. Wat ik het ergste vond: dat ik mijn kinderen geen veilige basis meer kon bieden. Mijn ex verdween niet uit zicht, maar ze zagen hem veel minder. Vooral voor Diederick, die toen tien was, veranderde er veel: zijn vader was weg, Roderick ging het huis uit, zijn grootouders waren overleden.”

Hoe ving je dat gat op?

“Je springt er gewoon in. Je doet wat je kan en je hoopt dat je een veilige haven bent. Diederick is er denk ik erg zelfstandig door geworden, op zijn vijftiende liep hij al shows in Parijs. Vanaf zijn zeventiende woonde hij alleen in Hong Kong, Milaan en Londen. Dat heeft hij wel van huis meegekregen: je moet je schouders eronder zetten als je vooruit wil komen.”

null Beeld

Je man was chirurg, je leidde een comfortabel leven in Aerdenhout. Hoe ging jij met die verandering om?

“Mijn ex was een old fashioned man. Hij vond het prima dat ik werkte zolang hij er maar geen last van had. Dus werkte ik vanuit huis: ik schreef voor Tip, de regionale kranten, kookboeken. Toen ik ging scheiden, had ik geen zin om over geld te vechten. Ik moest verhuizen, want ik kon niet in dat grote vrijstaande huis blijven wonen, en ik ben fulltime gaan werken. In één klap werd ik zelfstandig.” Peinzend: “Ik ben nooit omgevallen omdat ik sterke wortels heb. Mijn ouders hebben me altijd verteld hoe blij ze met me waren. Dat scheelt zo veel. Ik heb nooit naar erkenning hoeven hunkeren. En zo’n scheiding maakt ook in een klap duidelijk waar het werkelijk om gaat.”

En waar gaat het dan om?

“Om de mensen die je kunt vertrouwen. Ik had mijn kinderen, een tante naar wie ik ben vernoemd en met wie ik heel close was, vriendschappen die al eeuwen meegaan. Het gaat niet om status en grote huizen. Daarom kan ik zo goed functioneren in een glamourwereld als die van de televisie. Ik weet dat dat niet de echte wereld is.”

Dat verraadt een laconieke levenshouding.

“Dat is misschien wel het goede woord ja. Dat ik nu bekend ben, ach, dat is niet mijn bestaansrecht. Als ze me morgen inruilen heb ik een ongelooflijk leuke tijd gehad. Maar mijn leven is niet afgelopen.”

Je bent vrijmetselaar. Wat zijn de lessen die je daar hebt geleerd?

“Je leert er luisteren. Je oordeel opschorten. Niemand zegt dat je geen mening mag hebben, maar je hoeft ’m niet meteen naar buiten te gooien.” Fijntjes: “Dat je niet alles hoeft te zeggen wat je denkt, dat is beste een wijze les in deze tijd, toch?
Vrijmetselaars zeggen ook: iedereen is gelijkwaardig, maar niet gelijk. In de verschillen zit de schoonheid. Laten we elkaar accepteren zoals we zijn.” Ze is even stil. “Wat ik lastig vind aan deze tijd dat je zo veel niet meer mag omdat je dan een ander zou kwetsen. Zelfs in de kookboekenwereld speelt dat. Dat je niet over de Japanse keuken zou mogen schrijven omdat je niet van Japanse komaf bent. Jongens, door zo’n opstelling raken we toch alleen maar verder van elkaar verwijderd? Ik vind dit een onveilige tijd. En dan denk ik vooral aan mijn kleinkinderen: ik heb twee blonde kleindochters van 8 en 5 en een half-Chinees kleinzoontje van 7 maanden. Ik hoop toch zo dat deze fase weer overwaait.”

null Beeld Schetsen van Janny’s mode­collectie die ze samen met het kledingmerk Kyra & Co ontwierp.
Beeld Schetsen van Janny’s mode­collectie die ze samen met het kledingmerk Kyra & Co ontwierp.

Denkend aan Holland is een wit programma.

“Dat werd me inderdaad laatst gevraagd, of ‘het bootje’ wel inclusief genoeg was. Weet je, we zoeken het niet op en we gaan het ook niet uit de weg. We gaan op bezoek bij een Indiase dame met een kaarsenwinkel in Gouda en onderweg komen we een Turkse brugwachter en een mediterrane barista tegen. Maar het is waar, bijna iedereen op het water is wit. Dat is blijkbaar een cultuurding, en dat komt nu onder een vergrootglas te liggen. Terwijl: iederéén kan een bootje huren. Ach, laat iedereen zijn ding doen, in vrede naast elkaar leven en elkaar inspireren. Picknickten wij twintig jaar geleden in een park? Nee, dat hebben we opgepikt van Turkse en Marokkaanse Nederlanders.”

Aan leeftijdsdiscriminatie doet Omroep MAX in ieder geval niet: André is 74, jij 67.

“Er werd in het begin nog wel eens lacherig en meesmuilend gedaan, zo van: als je nergens meer terechtkunt, kun je nog altijd werken bij MAX. Nu hoor je niemand meer daarover. MAX heeft zo veel gedaan voor de emancipatie van vijftigplusser. Ik was bijna zestig toen ik als totaal onbekend gezicht bij Heel Holland Bakt voor de camera’s kwam te staan. Welke andere omroep durft dat aan?”

Je bent net 67 geworden, pensioengerechtigd dus.

“Nou ik ga nog niet met pensioen hoor. Er komt een serie vazen aan en een tweede servies: Delftsblauw met speelse aapjes. Daar word ik erg blij van. Daarnaast ben ik bezig met een boek over de Nederlandse eetcultuur aan de hand van zeventiende-eeuwse stillevens. Wat zie je op die schilderijen? Oesters, vlees, vruchten, kazen… Waarom is de bovenste kaas zwart? In dat soort dingen ben ik mateloos geïnteresseerd. Ik trek de lijn door naar deze tijd, waarin we op sociale media foto’s van ons eten zetten. Zowel toen als nu leggen we het voedsel vast waar we trots op zijn. Ik ga voor dat boek ook zelf fotograferen. Vorig jaar heb ik het tot de finale geschopt van het programma Het perfecte plaatje, ik wil nu mijn eigen stijl ontwikkelen. Je hoort het, ik ben nog lang niet klaar.”

Een rolmodel dus voor iedereen boven de 60.

“Zoals mijn tante Janny voor mij een rolmodel was. Energiek tot aan haar dood. Ze is 96 geworden en de hele wereld over geweest. Op haar negentigste voer ze nog door het Panamakanaal. Tot het laatst bleef ze Engelse boeken lezen, op briefjes noteerde ze de moeilijke woorden. Fantastisch toch? Zo blijf je scherp.”

null Beeld

Dit is letterlijk levenslust. Schort het bij jou daar nooit aan? Zou je geen man willen in je leven?

“Ik heb talent voor alleen zijn. Ik heb vriendinnen, gescheiden of weduwe, die er niets aan vinden in hun eentje, maar daar heb ik geen last van. Het klinkt misschien cheesy, maar je moet het toch zelf doen. Je moet niet je geluk af laten hangen van iemand die jou dat geeft. En ik heb mijn kinderen hè, dat zijn mijn ankers. Als ik die niet had gehad, had ik misschien wel anders in het leven gestaan. Nee, ik ben niet op zoek naar een man. Maar als hij plots voor mijn neus staat, zeg ik ook niet: ga maar een deurtje verder.”

Nooit frustraties over het feit dat je geen maatje 36 hebt? Lachend:

“Ik zeg weleens: ik ben in mijn leven wel driehonderd kilo afgevallen. Ik wil best maat 36, maar ten eerste heb ik daar niet de levensstijl voor en ten tweede zit het niet in mijn genen.’

En wat vind je van de bodypositivity-trend?

“Ik heb het programma Obese gemaakt. Ik deed de casting, begeleidde de kandidaten. Ik heb toen gezien hoe afgrijselijk het is om altijd afgewezen te worden op je uiterlijk, wat voor een impact dat heeft.” Ze zucht. “Ik vind het een lastige. Enerzijds vind ik: er is meer in het leven dan streven naar een afgetraind lijf en maatje 36. Anderzijds heb ik ook moeite met mensen die al hun rollen laten zien. Laten we alsjeblieft zoeken naar de balans, naar wat voor jóú werkt. En ik vind dat de verantwoordelijkheid gelegd moet worden bij de voedingsindustrie. Al die lightproducten, al die verborgen suikers, die misleiding vooral: zeggen dat een plak ontbijtkoek of een smoothie uit een pak gezond is, terwijl daar net zo veel suiker in zit als in een plak cake! Straf producenten met belastingheffingen, dan maken ze spullen die wél gezond zijn. Anderzijds moet de consument beter voorgelicht worden.” Ze gaat rechtop zitten. “Daar zit misschien best een goed programma in. Dat je mensen een aantal taartjes voorzet en vraagt: wat kies je? De appelpunt, de vruchtenschnitt, het kwarkgebakje of de roomsoes? Je denkt dan misschien: die roomsoes kies ik niet, die is te groot en te vet, laat ik de appeltaart kiezen, want appels zijn gezond. Nee, fout, daar zit juist heel veel boter, suiker, eieren en bloem in. Die soes bevat veel minder calorieën – slagroom is vooral lucht.”

Wat is jouw guilty pleasure?

“Noten. Daar kan ik niet vanaf blijven. En verder ben ik net als Dolly Parton.” Ze lacht. “Zij zei: ‘I am a seafood lover; I see food and I eat it.’” ■

Over Janny

Janny van der Heijden (1954) groeide op in Haarlem. Van haar moeder leerde ze koken en proeven. Ze studeerde Nederlands en ging toen werken als culinair redacteur en journalist. Na haar scheiding werd ze hoofredacteur van Tip en was ze (eind)redacteur bij talloze tv-programma’s over koken. In 2013 begon ze als jurylid bij Heel Holland Bakt en werd in één klap een Bekende Nederlander. Vanaf 2019 reist ze iedere zomer voor Denkend aan Holland samen met André van Duin per boot door Nederland.
In 2020 haalde ze de finale van het programma Het Perfecte Plaatje. Op 24Kitchen presenteert ze haar eigen programma, De Smaak van Nederland. Ze heeft een serviezenlijn én sinds kort een eigen kledinglijn (KYRA&Janny van der Heijden). Janny woont met haar teckel Nhaan en heeft twee zonen: Roderick (42) en Diederick (33) en drie kleinkinderen: Isabelle (8), Vivienne (5) en Beerwoudt (zeven maanden).

  • Styling: Ora Bollegraaf. Haar & make-up: Maaike Beijer. Met dank aan: Relais & Chateaux Weeshuis, Gouda. M.m.v. Kyra (jurk Ariana, jurk Synthy, blazer Susan, Blazer en rok Tammy, blazer Luna, top Robin, Pantalon Liza), Pamela Mann (panty), Giulia via Omoda (pumps), Zara (ketting, pumps, roze trui, oorbellen), Mango (oorbellen), Marks & Spencer (top).

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden