Bookazine voorpublicatie

Ontroerende ode aan het leven en vriendschap

null Beeld Arcangel
Beeld Arcangel

Voor het schrijven van dit boek heeft Gaby Rasters het leven van haar overleden vriendin als leidraad genomen. Doordat fictie wordt afgewisseld met echte appjes en berichten, is dit zo’n persoonlijk boek geworden dat het de lezers direct aangrijpt. Lees hier een fragment uit Hou me vast zoals ik was.

“Het is gewoon niet goed. Helemaal niet goed!” Jasmijn komt nauwelijks uit haar woorden en haar hele lichaam beeft. Het nieuws dat ze een uur geleden hoorde, was ingeslagen als een bom. Als granaatscherven in haar lichaam. Ze zag in een klap haar hele toekomst in duigen vallen. Geen idee hoe ze thuis was gekomen. Haar jas had ze van haar schouders laten vallen en verdoofd was ze in het halletje van haar woning blijven staan. Dat stomme, kleine rothalletje, te klein om er een fatsoenlijke kapstok op te hangen. Ze had zo veel plannen met dit kleine halletje, maar waarom ook eigenlijk? “Ik kom nu naar je toe.” De woorden van Joyce dringen amper tot Jasmijn door. Verdoofd loopt ze naar de woonkamer en gaat op de bank zitten. Haar spieren voelen stijf en gespannen aan. Ze had het geweten.

Nog voordat ze bij de huisarts de afspraak had gemaakt, wist ze het al. Bijzonder hoe dat soort dingen gaan. Dat je kunt aanvoelen dat er iets niet klopt, maar je verstand wuift het weg. Wezenloos staart ze voor zich uit. Misschien moet ze haar ouders bellen, maar het idee om haar lieve papa en mama dit vreselijke nieuws te vertellen, nee, onmogelijk. Verdomme! Ze staat op van de bank en loopt op en neer door haar woonkamer. Ze moet iets. Bij het fotolijstje van haar oma blijft ze staan. “Help me, oma…” En dan rollen de tranen over haar wangen en het voelt alsof ze nooit meer zal kunnen stoppen. De deurbel klinkt hard en schel. Er wordt zelfs op de deur gebonsd. “Jasmijn!” De weg naar de voordeur lijkt ontzettend lang en wanneer ze met haar laatste kracht de deur openmaakt, vangt Joyce haar uitgeputte lichaam op. “Rustig maar, meisje. Het komt goed.” Wanneer ze later tegen Joyce aankruipt met een warme kop thee in haar handen, komt ze langzaam uit het dal van emoties. “Kun je me vertellen wat er aan de hand is, Jasmijn?” “Ik was gisteren bij de huisarts. En hij stuurde me meteen door naar de borstkanker-route in het ziekenhuis. Vandaag kreeg ik de uitslag. En die is niet goed.” “Je slaat zo veel stappen over. Ik wist niet dat je ziek was.” Joyce streelt zachtjes over haar haren. “Nee, dat wist niemand. Ik wilde het zelf ook niet weten. Ik voelde me al een tijdje niet fit en dacht dat het door mijn nieuwe baan kwam. Ik heb er zelfs nog een schepje bovenop gedaan door extra te gaan sporten. Ik ben toch veel te jong om me ziek te voelen!” Jasmijns stem slaat over. “Ik wist het, Joyce, diep vanbinnen, wist ik het. Maar ik wilde er niet aan. En dadelijk is het te laat!” “Wat zei de arts in het ziekenhuis?” “Mijn borst moet eraf. Zo snel mogelijk. Maar eerst moet ik aan de chemo en de bestraling.”

Joyce buigt haar hoofd en probeert de emoties binnen te houden. De tranen wellen op in haar ogen en ze pakt de trillende handen van haar vriendin vast. “Je doet dit niet alleen, Jasmijn. Hoor je dat? Ik ben zo ontzettend boos op je. En ik hou zo ontzettend veel van je!” Dan laat ze Jasmijns handen los en balt haar handen tot vuisten alsof ze de lucht in de kamer wil samenpersen en daarmee alles wat kwaadaardig is wil verpulveren. Het is ook voor haar te veel om zomaar ineens te verwerken. “Ik wilde niemand hiermee belasten. Jij met dat kindje in je buik, jij moet op jezelf passen. En mijn ouders, hoe kan ik ze zoiets vertellen?” “Weten ze nog niks?” “Nee, ik kon alleen maar jou bellen…” Joyce knikt. “Dat snap ik. Jullie band is zo sterk, je wilt ze sparen. Maar ze móéten dit weten, Jasmijn. Ik vraag ze om te komen. Wanneer moet je naar het ziekenhuis?” “Morgen. Een gesprek met de chirurg. Mijn rechterborst wordt geamputeerd. En dat wil ik ook. Dat ding moet eruit.” Vol afschuw kijkt Jasmijn naar haar lichaam. “Ik zou het liefst vandaag nog willen dat ze dit hier weghalen.” Met een trillende vinger wijst ze naar de plek in haar borst waar haar tumor ongeveer moet zitten. De afschuw is voelbaar, ze voelt zich verraden door haar eigen lijf. “Dit komt goed, Jasmijn. Dat kan niet anders.” “En als het niet goed komt?”

null Beeld

“Zo mag je niet denken. We moeten nog heel veel taartjes eten! Jij moet de peettante worden van de kleine uk.”
“Ik ben bang.”
“Dat snap ik. En dat mag.”
“Wil jij mijn ouders bellen?” Jasmijn pakt het grote kussen op haar schoot en Joyce knikt.
“Met Joyce. Hoi. Ja, het gaat goed met mij. Inderdaad lang niet meer gezien…”
Jasmijn weet een glimlach naar boven te halen. Haar moeder kletst aan een stuk door aan de telefoon. Haar ouders zijn altijd al gek geweest op Joyce.
“Zeg, ik bel met een vraag. Kunnen jullie naar Jasmijn komen? Ze voelt zich niet lekker. Ze wil graag iets met jullie bespreken… Dat kan ze jullie het beste zelf vertellen.” Jasmijn staat op en pakt haar vriendin vast. “Sorry, sorry dat ik jou liet bellen… het spijt me zo.” “Stop, Jasmijn. Geen sorry. Maar sluit ons niet meer buiten. Nooit meer! Dit doen we samen.” Als haar ouders een half uur later binnenkomen en op Jasmijn af lopen, kan ze niks anders doen dan zich overgeven aan de liefde van haar vader en moeder. Het is haar vader die zijn emoties aan de kant zet en zo veel mogelijk informatie uit zijn dochter probeert te halen. “Nee, pap, ze weten nog niet zo heel veel. De operatie zal moeten uitwijzen hoe agressief de ziekte is. Maar eerst de chemokuren.”

null Beeld

Jasmijns moeder probeert haar tranen te bedwingen. “Jasmijn, ik weet hoe graag je alles zelf doet, maar laat ons je helpen. Zeker na de operatie en tijdens de chemo. Ik wil bij je zijn. Mag dat?” Jasmijn knikt. “Joyce heeft aangeboden om morgen mee te gaan naar het gesprek met de chirurg en de oncoloog. Is dat goed?” Haar vader knikt. “Schrijf jij alles op, Joyce? Of misschien is het toch goed als ik ook meega.” Jasmijns moeder knikt. “Dat lijkt me een goed idee.” Als Jasmijn later op de avond weer alleen is, pakt ze haar laptop en begint te typen. Ze moet haar gevoelens een plekje gaan geven. Het had een flinke dosis overtuiging gekost om haar ouders, maar ook Joyce naar huis te sturen. “Ik heb tijd nodig om zelf op adem te komen. Te wennen aan het idee dat ik ziek ben. Gun me dat.” “Maar je belt als er iets is!” Haar moeder had geen tegenspraak geduld.
Jasmijn heeft eigenlijk genoeg aan haar eigen verdriet, maar er gaat een steek door haar hart wanneer ze haar ouders zo ziet. Ze opent haar internetbrowser. Van een van haar reizen had ze een blog bijgehouden zodat haar vrienden en familie met haar mee konden reizen. Deze reis zou ze ook gaan delen. Alleen voor haar naaste vrienden en familie. Ze denkt na over de titel en zoekt een lachende foto van zichzelf als header van de blog.

null Beeld

9 maart 2014
Een andere reis…
Om maar met de deur in huis te vallen. Ik ga aan een nieuw avontuur beginnen. Ik hoor jullie denken: ze zou toch eindelijk een volwassen leven gaan leiden? Maar, voor dit avontuur heb ik niet zelf gekozen. Toch ga ik de uitdaging aan. Een andere optie is er namelijk niet. Er is borstkanker bij me geconstateerd. Er zal nu snel een traject met chemokuren gaan volgen. En daarna zal mijn borst operatief worden verwijderd… Jasmijn kijkt naar de woorden op haar scherm. Ze besluit de blog nog niet te publiceren. Ze kan deze bom niet op deze manier droppen bij haar vriendinnen. En misschien kan ze zelf het woord kanker nog niet op papier zien staan.
Ze stuurt een appje naar Joyce. Wil jij ons theekransje op de hoogte brengen? Dan pakt Jasmijn de telefoon en zoekt het nummer van haar leidinggevende op het werk. Misschien daar maar mee beginnen. Natuurlijk krijgt ze alle ruimte en medeleven. Met trillende vingers toetst ze dan het nummer van haar collegaatje Gaby in. Zoals verwacht houdt zij het ook niet droog en de pijn is voelbaar in de stilte van het gesprek. Toch voelt het voor Jasmijn op een rare manier goed dat haar nieuws een lawine aan steun en liefde oproept.
“Jasmijn, mag ik snel naar je toekomen? Ik wil bij je zijn.” De stem van Gaby klinkt zacht en deels gebroken. “Dat mag, lieverd. Wil jij het aan Karin en de anderen vertellen? Mag ik je dat vragen?” “Ja, ik bel ze. Zorg goed voor jezelf, lieve Jasmijn.
Bedankt dat jij mij gebeld hebt…” En dan komen de appjes binnen. Een voor een stromen de hartjes en blijken van medeleven en ongeloof binnen via WhatsApp. De telefoon gaat en het is Janneke. Jasmijn drukt het telefoontje weg. En stuurt een sms terug. “Ik ben doodmoe, lieve Janneke. Ik praat je snel bij.” Uitgeput gaat Jasmijn op bed liggen, haar telefoon heeft ze uitgezet. De warmte van iedereen doet haar goed, maar de energie ontbreekt om te reageren. Ze legt haar handen op haar buik en probeert haar ademhaling rustig te laten worden. In haar hoofd speelt een deuntje. You can do this! De tranen lijken op. Een leeg gevoel in haar lijf speelt haar parten. Het lijkt ook zo onwerkelijk. Dan slaakt ze een diepe zucht. Ze moet dit aangaan, dit gevecht. Met gestrekt been! Haar nacht is onrustig en het piekeren gaat door. Haar gedachten flitsen alle kanten op. Rond een uur of drie in de nacht zet ze haar telefoon weer aan. Afleiding! Haar telefoon krijgt de hoeveelheid aan appjes en berichtjes amper weggewerkt. Er komt nu weer een berichtje binnen. Van haar moeder. “Ik kan niet slapen. Jij ook niet zo te zien. Zal ik naar je toekomen?” “Nu nog, mama?” “Kom ik gewoon naast je liggen. Of papa haalt je op. Gaat hij in de logeerkamer en jij in ons bed.” “Is papa ook nog wakker?” “Die is al uren heel Google aan het afstruinen. Hij wil morgen beslagen ten ijs komen.” “Mam? Ik zou het fijn vinden om bij jullie te zijn, maar is het echt niet te veel moeite?” “We komen eraan.”

null Beeld

Jasmijn zoekt wat spulletjes bij elkaar en loopt naar beneden in haar ochtendjas. Ze loopt het halletje in en stapt daar in haar sneakers. Ze drukt haar neus tegen het raam en kijkt naar buiten. Het is aardedonker en haar buitenlamp verlicht haar tuintje. Ze ziet dat ze haar afvalbak buiten had moeten zetten. Hier in dit kleine halletje mag ze alles voelen: blijdschap toen ze hier voor het eerst binnenstapte en woede toen ze het slechte nieuws te horen had gekregen. Ze voelt zich er veilig. Hier is geen kanker. Wanneer ze de auto van haar ouders ziet aankomen, loopt ze naar buiten. Zonder iets te zeggen, stapt ze in. De auto ruikt naar haar vaders aftershave. Wat is hij trots op zijn elektrische auto, nog maar een maand oud. Hij is een man van de nieuwe gadgets en ze moet er altijd om lachen. Haar moeder draait zich om vanuit haar stoel en knijpt haar zachtjes in haar knie. “Met volle angst vooruit. Nietwaar, Jasmijn?” “Dat is een mooie, mam. Die mag op een T-shirt!” “Die uitspraak past bij je, jij bent niet bang om door te zetten. En wij zijn bij je.” “Bedankt dat ik bij jullie mag blijven vannacht.” “Dat spreekt voor zich.”
Haar vader rijdt de auto de oprit op en maakt de deur voor haar open. “En nu het bed in. Jij slaapt lekker naast mama en ik offer me op. Net zoals we vroeger weleens deden!” Hij kust haar op haar wang. Ze leunt tegen hem aan en hij slaat zijn armen om haar heen. “Nu ben ik niet bang meer!” Ze merkt dat haar vader het moeilijk heeft. Hij wil haar niet loslaten, dat weet ze. Haar moeder roept vanaf boven aan de trap. “Kom Jasmijn, die paar uurtjes slaap moet je nu wel gaan pakken.” Ze loopt naar boven en schopt haar schoenen uit. Haar moeder ligt al in bed en klopt op het matras. “Net als vroeger…” Jasmijn doet haar ochtendjas uit en blijft in haar pyjama staan. In het schijnsel van het nachtlampje kijkt ze in de spiegel van de wandkast. “Straks is mijn lichaam niet meer compleet…” “Ze kunnen tegenwoordig zo veel, maak je daar niet druk om.” Haar moeder pakt haar hand vast en wrijft erover. “Het gekke is, mama, ik zou mijn borst er het liefste morgen al af laten halen. Het idee dat die kanker daar zit! Het maakt me woedend.” “Dat snap ik. Die woede voel ik ook. Kon ik het maar van je overnemen.” “Nee, jij moet voor mij zorgen en me troosten, dat heeft me altijd geholpen.” Ze stapt in bed en kruipt dicht tegen haar moeder aan. Nu kan ze eindelijk slapen. ■

null Beeld

Gaby Rasters

Gaby Rasters jaagt haar droom na. Haar trilogie Follow, Like, Share werd lovend ontvangen en gevolgd door de romans Nooit meer bang en Hou me vast zoals ik was. Voor Nooit meer bang won ze zowel de jury- als de publieksprijs van de Valentijnprijs 2019.

Het verhaal
De vrolijke Jasmijn staat midden in het leven, net als haar zes vriendinnen. Ze delen lief, leed en de grote vragen met elkaar. Geen van hen wil echt volwassen worden, maar als Jasmijn de diagnose borstkanker krijgt, verandert dat alles. Na de chemo en borstamputatie probeert Jasmijn haar leven weer op te pakken met veel steun van haar vriendinnen. Net als ze zich veilig durft te wanen, is ze opnieuw ziek. Dit keer is er weinig reden tot optimisme.

PS

Lees het complete verhaal van Jasmijn in Libelle Bookazine 11, vanaf 14 oktober in de winkel.

  • Fotografie: Jacques Splint (auteursfoto)

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden