null Beeld

Dagboek van Anne-Wil: “‘Zal ik jullie even aan Nelson voorstellen?’ vroeg Robbert”

Anne-Wil heeft twee kinderen, zes kleinkinderen, is getrouwd met Han en heeft momenteel geen werk. Ze gaat een dagje naar Amsterdam met haar dochter Manon.

Vrijdag

Als ik aan het eind van de middag thuiskom, ben ik kapot. Een dagje Amsterdam met een volwassen dochter is niet iets waarvan je uitrust. We zijn in allemaal leuke boetieks geweest, Manon heeft gevoerde laarsjes gekocht en ik heb lang staan aarzelen bij een winterjas. Hij zat heerlijk, stond ook nog eens prachtig, maar heb ’m toch niet gekocht, want ik heb al twee winterjassen. “Mam, die ene had je al toen ik nog op school zat!” riep Manon. “En die andere is van zeker drie jaar geleden.” Waarop ik antwoordde wat mijn moeder en oma vroeger ook zeiden als ze weigerden iets nieuws te kopen: “Die kunnen nog best een tijdje mee!” Manon keek me aan, deed haar mond open en toen weer dicht.

Voor de lunch hadden we met Robbert afgesproken, die ik niet meer had gezien sinds zijn eindexamenfeestje. Het feestje dat zo droevig afliep, omdat zijn Griekse vriendje Stelios het uitgerekend die middag uitmaakte. De jongeman die ons in het lunchrestaurant opwachtte, herinnerde me nog maar vaag aan die schooljongen van toen. Eerst sloeg hij zijn armen om mij heen: “Ha, lieve oma!” Vervolgens nam hij Manon in zijn armen: “Dag moeders, mis je me een beetje?” “Nou en of!” zei Manon.

Ik observeerde mijn dochter en kleinzoon, terwijl ze druk in gesprek waren, over de kunstacademie, waar hij het zo heerlijk vindt. Over zijn kamer boven de galerie, waarmee hij zo blij is, en die we na de lunch gingen bekijken. Een prachtige plek, met uitzicht op een gracht. “Zal ik jullie even aan Nelson voorstellen?” vroeg Robbert.

Even later stonden we tegenover de galeriehouder, een kalende vijftiger met een vriendelijk gezicht. “Ah, u bent de moeder van deze mooie jongeman. Ik herinner me u. U was erbij toen Rob hier de eerste keer binnenliep”, zei Nelson. Ik voelde Manon verstrakken. Terwijl zij een beleefd gesprekje voerden, bekeek ik de schilderijen en de beelden. Ik kon me helemaal voorstellen dat Robbert het heerlijk vindt om in deze omgeving te werken en wonen.

Maandag

Het makkelijkste zijn de dingen die beschadigd zijn: hup, in de vuilniszak. Dan zijn er de spullen die me dierbaar zijn en ik hoe dan ook wil bewaren, ook al gebruik ik ze nooit meer. Ook geen probleem, daarvoor vind ik wel een plekje als ik alles heb gesorteerd. Tot slot alles wat echt weg moet, maar waar een ander misschien nog wat aan heeft. Een oud kastje, een leunstoel, een poef, een spiegel met een vergulde lijst, een paar kandelaars. Er komt steeds meer bij en als Han vraagt wat ik er in ’s hemelsnaam mee van plan ben, zeg ik spontaan: “Naar de kringloopwinkel.” Ik ben er nog nooit geweest en ik heb geen idee hoe het werkt.

Donderdag

De lootjes zijn getrokken, nog tien dagen en dan is het sinterklaas. Niet te geloven hoe snel de tijd gaat nadat alles ruim een jaar heeft stilgestaan.

Tekst: Tineke Beishuizen

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden