Interview

Schrijfster Lale Gül: “Zonder dit boek was de breuk met mijn ouders er ook gekomen”

null Beeld Esmée Franken
Beeld Esmée Franken

En óf ze is gaan leven. Ondanks doodsbedreigingen en de breuk met haar familie toen haar boek Ik wil leven verscheen, is schrijfster en winnaar van de NS Publiekprijs 2021 Lale Gül (24) gelukkig. “Eindelijk kan ik dragen wat ik wil en zeggen wat ik wil.”

Op een rustige maandagmiddag stopt een taxi voor een Amsterdams grachtenpand. Een meisje in een korte zwarte jurk met rode stippen, een pet diep over haar ogen getrokken, stapt snel uit en schiet een van de huizen binnen. Hier doet ze haar interviews. Dat meisje is Lale Gül, net 24 jaar oud. In februari verscheen haar autobiografische roman Ik ga leven en veranderde alles. Er was succes: er zijn inmiddels ruim 150.000 exemplaren van het boek verkocht, vertalingen én een Netflix-serie zijn in de maak. Lale werd in no time een Bekende Nederlander. Maar tegenover de glorie stonden helaas ook minder fijne ervaringen: ze werd online overstelpt met haatberichten, kreeg talloze doodsbedreigingen (foto’s van geweren, begeleid met teksten als ‘Ik weet je te vinden’ of ‘Ga je graf alvast maar uitzoeken’) en moest breken met haar streng islamitische Turkse familie.

null Beeld

Is dit hoe je nu leeft: een pet op, schichtig om je heen kijkend?

“Ik let vanwege de bedreigingen wel heel erg op, ja. Ik verplaats me vrijwel altijd per taxi omdat ik in het ov vaak word herkend. Dat voelt niet veilig. Ondanks die pet werd ik net herkend door die taxichauffeur. ‘Jij bent toch die schrijfster?’, vroeg hij. Die halve vermomming helpt dus niet altijd. Gelukkig ben ik tegenwoordig vaak in Deventer, omdat mijn vriend daar in de buurt woont, en daar word ik nooit herkend. Ik denk er weleens over om daar te gaan wonen, maar voorlopig heb ik in Amsterdam nog van alles te doen. Zo kom ik nu net terug van een lunch met Jort Kelder, die graag met me wilde kennismaken. Heel leuk.”

Was succes als schrijver iets waarvan je als kind droomde?

“Ik zag boeken wel als een manier om me los te maken van mijn milieu. Toen ik een jaar of veertien was, zag ik dat alle meisjes om me heen min of meer zoals mijn moeder eindigden: als huisvrouw. Nederlandse vrouwen hadden meer keuze: zij konden naast het huwelijk en het moederschap ook carrière maken. Dat leek me interessanter. Ik realiseerde me: als ik dat ook wil, zal ik daar iets voor moeten doen. Mijn Nederlands schiet tekort, ik heb niet genoeg culturele bagage. Vanaf dat moment ben ik daar bewust aan gaan werken door veel leeskilometers te maken en op mijn laptop naar talkshows te kijken. De helft van wat ik las en zag, begreep ik niet of vond ik saai, maar zo breidde ik wel mijn woordenschat uit, ontdekte ik welke mediapersoonlijkheden er zijn, wat de beste kranten zijn, waar al die politieke partijen zo’n beetje voor staan. Ik ontwikkelde mezelf.”

null Beeld

En al doende begon je aan je geloof te twijfelen?

“Dat liep inderdaad enigszins parallel aan elkaar. Op de middelbare school had ik een homoseksuele Turkse vriend. Op de Koranschool waar ik elk weekend naartoe moest, leerde ik dat homoseksualiteit een grote zonde is. Toen begonnen mijn twijfels: er zijn dus mensen die zo zijn geboren en dat mag dan niet? Zo waren er steeds meer dingen binnen ons islamitische geloof die ik niet logisch vond. Dat je als vrouw niet je schoonheid mag laten zien en dus in de zomer niet naar het strand kunt, en als man wel. Een vrouw die iets van haar huid laat zien is zinnenprikkelend. Dus als een man zich aan haar vergrijpt, heeft zíj het gedaan. Dat is toch onlogisch? Die hoofddoek slaat nergens op. Als je over al dit soort dingen gaat nadenken, kun je alleen tot de conclusie komen: dit klopt van geen kant. Ik houd van feiten, rationaliteit. Mijn vriend is niet-gelovig opgevoed, maar hij heeft meer met spiritualiteit dan ik. Als ik klaag over iets, zegt Tim: ‘Schat, het komt allemaal wel goed, vertrouw maar gewoon op de positieve energie.’ Ja ja, denk ik dan, maar hij krijgt meestal wel gelijk.”

Wanneer ben je aan Ik ga leven begonnen?

“Tijdens mijn studie Nederlands kregen we lessen creatief schrijven van gastdocenten: eerst van Kees ’t Hart, later van Arnon Grunberg. Je rondde het vak af met een zelfgeschreven tekst. Ik had geen tijd om een verhaal te verzinnen, dus ik schreef gewoon iets over mezelf. Het is wat nu de eerste paar hoofdstukken zijn van Ik ga leven. Ik kreeg een negen en het advies om ermee door te gaan. Als double check heb ik later nog zo’n stuk bij Arnon Grunberg ingeleverd en hij zei hetzelfde: ‘Dit is een project om voort te zetten.’ Dus dat heb ik gedaan. Naast mijn studie en mijn werk schreef ik aan het boek en toen het na anderhalf jaar af was, ging ik op zoek naar een uitgever.”

null Beeld

Ik hoorde dat je uitgever Mai Spijkers mailde met de boodschap: ik heb een bestseller geschreven.

“Klopt! Uitgeverijen krijgen dagelijks manuscripten toegestuurd, ze lezen ze vaak niet eens. Ik wist dus dat ik moest opvallen om uitgegeven te worden. Daarom schreef ik iets als: ‘Beste meneer Spijkers, ik zou mij maar uitnodigen, want ik heb een enorme bestseller geschreven. Dat weet ik, want Arnon Grunberg en Kees ’t Hart hebben het bevestigd. Als ik niet binnen twee dagen een reactie krijg, ga ik naar de Bezige Bij.’ Het was een gok, maar het werkte: ik kreeg onmiddellijk een mail terug of ik de volgende dag om twaalf uur kon langskomen. Na ons gesprek bood Mai me een contract aan. ‘Maar je hebt nog niks gelezen’, zei ik. ‘Ik geef geen boeken uit, ik geef schrijvers uit’, zei Mai. ‘Met jouw zelfvertrouwen weet ik dat dit goed komt.’”

Je woonde toen nog bij je ouders, die van niks wisten.

“Ik had niemand iets verteld. Het boek kwam uit tijdens de lockdown toen alle boekhandels dicht waren en daardoor zou het vast totaal onopgemerkt blijven. Mijn familie komt sowieso nooit in boekhandels, de buren evenmin, dus ik dacht dat niemand erachter zou komen dat ik dat boek had geschreven. Maar Ik ga leven kreeg tot mijn verbazing meteen veel publiciteit. De televisieverzoeken stroomden binnen: Op1 wilde me, Beau wilde me, De Vooravond, WNL, de radio, iedereen. Wat te doen? Voor mijn gevoel was de keuze: overal ja óf overal nee op zeggen.”

null Beeld

Voor iemand die naar die talkshows keek om zich verder te ontwikkelen was ja zeggen waarschijnlijk verleidelijk?

“Ooit zit ik bij zo’n programma, heb ik weleens gedacht, maar ik had geen idee dat nu het moment al zou zijn gekomen. Ik wilde graag gaan, maar wist ook: als ik dat doe, is er geen weg meer terug. Dan word ik verstoten door mijn familie, zal ik mijn zusje niet meer zien, krijg ik nog meer bedreigingen van mensen die vinden dat ik mijn nest bevuil…”

Dat besefte je toen meteen?

“Ja. Het was een bittere pil om in één keer te slikken. Maar ik ging en alles waarvoor ik bang was geweest, gebeurde. Nadat ik bij Op1 was geweest, stond mijn telefoon roodgloeiend. Mijn nichten, die Nederlands spreken, bestelden het boek en deelden de meest pijnlijke passages met de rest van de familie. Iedereen sprak er schande van en was boos. Het was verschrikkelijk.”

En toen moest je thuis weg.

“Nadat Wilders me ‘een dappere Turkse mevrouw’ noemde in een verkiezingsdebat was de boot helemaal aan. Omdat veel mensen in de moslimgemeenschap geen Nederlands spreken en de politiek niet op de voet volgen, weten ze alleen: Wilders is de man die de koran heeft verbrand en alle moslims wil doodmaken. Als zo’n man een boek aanprijst, dan moet het wel heel erg zijn! Op een avond stond iedereen – de familie, de buren – bij ons thuis in de woonkamer tegen me te schreeuwen. Ik probeerde me te verdedigen, maar niemand luisterde en bovendien: begrippen als literaire vrijheid of vrijheid van meningsuiting zeggen die mensen niks. Ik wist dat ik weg moest voordat het uit de hand zou lopen. Ik heb mijn spullen in een paar AH-tassen gepropt en ben ervandoor gegaan. Een paar dagen daarvoor had burgemeester Femke Halsema vanwege alle bedreigingen contact met me opgenomen en gezegd dat ik haar altijd kon bellen. Het was toen drie uur ’s nachts. Kon ik dat wel maken? Ik doe het gewoon, dacht ik. Ik belde, er werd niet opgenomen. Ik belde weer en weer, uiteindelijk nam ze op en kreeg ik een adres waar ik naartoe kon. Sindsdien heb ik mijn ouders niet meer gezien.”

null Beeld

Mis je hen?

“Ik dacht dat ik iedereen heel erg zou missen. Het is toch je basis, het zijn de mensen die je hebben opgevoed. Maar afgezien van mijn zusje, die ik nog via de app spreek, mis ik niemand. Misschien is het te vers en komt het missen nog, maar ik denk nu vooral: wat heb ik een heerlijk leven. Ik kan dragen wat ik wil, ik kan zeggen wat ik wil, ik heb een gelukkige relatie met mijn vriend, bij wie ik gewoon kan blijven slapen, ik ontmoet interessante mensen. Ik hoef geen dubbelleven meer te leiden. Ik moest de gewoonste dingen, zoals mijn vriendje zien, stiekem doen. Op een gegeven moment loog ik over alles. Ik kon nergens meer mezelf zijn, niet thuis en niet in de buitenwereld. Ik walgde van mijn eigen nepheid. Mijn moeder begon steeds vaker over mannen die om mijn hand wilden vragen. Ik voelde: er komt een moment waarop het oorlog wordt. Want er komt geen enorme Turkse bruiloft, ik ga niet pas samenwonen met iemand als ik getrouwd ben. Ook zonder dit boek was de breuk met mijn familie er gekomen.”

Zie je het nog goed komen met je ouders?

“Niet in de nabije toekomst. Misschien als ik ooit kinderen krijg, dat ze dan denken: dat zijn onze kleinkinderen, als we die willen zien moeten we haar erbij nemen.”

null Beeld

Daarvoor zou jij wel openstaan?

“Waarom niet? Als ik mijn eigen leven maar kan leiden. Ik verwijt mijn ouders niks. Ik had een rotleven, dat wel, maar zij weten ook niet beter. Ik zie nu dat ik met dat boek ook deels hun leven heb verpest. Mijn zusje kreeg problemen op school, mijn moeder schaamt zich kapot en komt nauwelijks nog onder de mensen. Ik heb me afgevraagd: had ik het recht om hen dit aan te doen? Ik wil mezelf emanciperen, maar niet dat zij daarvan last zouden hebben. Daarom probeer ik nu op te passen met wat ik zeg en schrijf. Ik hoef het niet nog erger te maken. Mijn tweede boek had moeten gaan over de nasleep van Ik ga leven: mijn familie, de burgemeester, mijn ruzies met bepaalde schrijvers en wat ik van iedereen in de literaire wereld vind. Maar nu denk ik: nee, dat kan niet. Als ik onverbiddelijk blijf in mijn schrijven, raak ik ook iedereen kwijt die nu aan mijn kant staat. Ik kan niet altijd de vuile was buiten blijven hangen als ik nog iets van een sociaal leven wil hebben. Over mijn seksuele leven schrijven kan ook niet meer, want dat heeft Tim liever niet. Dat respecteer ik.”

Voelt dat niet als een nieuwe beknelling?

“Een beetje wel, maar dit is natuurlijk toch iets anders. Ik mag dragen wat ik wil, gaan en staan waar ik wil. Ik word alleen in mijn schrijverschap een beetje beknot en daar zit ik nu niet zo mee. Ik krijg er veel liefde voor terug. Ik werk nu aan een gedichtenbundel.”

Het klinkt alsof je dit jaar een enorme ontwikkeling hebt doorgemaakt. Zie je dat zelf ook zo?

“Ja. Er is zo veel gebeurd en daarin heb ik steeds mijn positie moeten bepalen. Aan de ene kant was er veel succes, een nieuwe liefde, mijn vrijheid. De berichten van meiden die schrijven: nu ik jou heb gezien, durf ik zelf ook veel meer. Of: ik had het leven in mijn islamitische familie geaccepteerd als mijn lot, maar dankzij jou zie ik dat het ook anders kan. Dat is heel bijzonder. Maar aan de andere kant was er dit jaar ook veel conflict, angst, onzekerheid, niet weten wat ik wil en waar ik naartoe moet. Nu ben ik natuurlijk een hype, maar dat kan ook zo weer voorbij zijn. Wat als mijn tweede boek straks enorm wordt afgekraakt? Ik schrijf columns voor Het Parool, maar dat is op freelancebasis, ik kan er ieder ogenblik uit gegooid worden. Het is een onzekere wereld. Dat zijn kwesties waarover ik nu weleens kan piekeren. Maar zoals Tim zegt: het komt vast goed.”

Lale Gül (1997) groeide op in een streng islamitisch gezin in de Amsterdamse Kolenkitbuurt. Deze winter verscheen haar autobiografische debuutroman Ik ga leven (€ 20,-, Prometheus), waarin ze korte metten maakt met haar opvoeding en de islam. Ze werd er de jongste winnaar ooit van NS Publieksprijs mee.

  • Productie: Charissa Macnack. Styling: Maartje Bodt. Haar en make-up: Sjardé Kirioma. M.m.v.: Maya Petit (jurk), Topshop (grijs bontjasje), Zara (beige broek, T-shirt, jeansjasje)

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden